Redden wat verloren is

C-cyclus · Tijd door het jaar · 24e zondag · groen

De evangelist Lucas noemt men weleens de evangelist van Gods barmhartigheid. Meer dan de anderen tekent hij in het optreden van Jezus Gods barmhartigheid uit. Het XV hoofdstuk is hiervan het hoogtepunt. We vinden er drie verhalen die als een triptiek Gods barmhartigheid uittekenen.

Aan de buitenkant 2 taferelen die het zoeken van God naar het verlorene beschrijven en in het middentafereel, breed, uitgeschilderd, het vieren van de verzoening van de verloren mens met God. De parabel van het verloren schaap en de verloren drachme en centraal de parabel van de verloren zoon of soms genoemd: de parabel van de barmhartige vader.

Vandaag willen we blijven stilstaan bij de twee buitentaferelen.

Lucas begint met een scherpe tegenstelling te maken: tegenstelling tussen de houding van de farizeeërs en de houding van God.

Er kwamen tollenaars en zondaars van allerlei slag bij Jezus. Hij beweegt zich niet enkel tussen de goegemeente. Tollenaars zijn mensen die meedoen met de bezetter, die profiteren van heel de maatschappelijke situatie en zondaars zijn de mensen die niet passen in het godsdienstig bestel van het land. Beide groepen zijn afgeschreven door de godsdienstige leiders en vooraanstaanden.

Ze morden daarover. Ze ergeren zich aan Jezus houding. Bij hen gaan eten, tafelgemeenschap is het toppunt van solidariteit met deze groep.

Daartegenover wil Lucas de houding van God plaatsen. God is anders, God kijkt anders naar mensen. Hij doet het met een verhaal .

Hij schildert het in een tafereel uit het volksleven.

Jezus wil iets over God zeggen.

Zie je die herder: hoe hij zoekt, ook dat 1 op 100 is voor hem heel belangrijk. Hij heeft geen zwarte schapen. Hij zoekt, Hij zoekt tot hij vindt. Hij legt het op de schouders, er is vreugde.

Zie je die vrouw: hoe zij zoekt. Hoe blij ze is als ze het gevonden heeft. Zo is God zegt Jezus.

Een parabel is nooit af. We moeten hem zelf afmaken. Het is een open verhaal dat wij moeten door vertellen in ons leven. Als ik dit met deze twee verhalen wil doen dan zou ik zeggen: “Mensen er is reden om hoopvol te staan in het leven”. Als we vanuit God durven leven is er hoop, en wel op 2 vlakken.

Voor mij persoonlijk: wij moeten ons nooit totaal verloren voelen. Zelfs als wij ons verloren voelen, mogen wij weten dat God zoekende is. Er is voor een mens niets zo erg dan het gevoel hebben dat niemand wat om je geeft. Dat niemand je draagt in het leven. Het evangelie zegt ons: Gods is altijd zoekend naar u. Het vraagt dat wij echt durven luisteren naar Hem. Ons durven overgeven aan zijn woord.

Voor de anderen. Naar de anderen toe betekent het dat wij een stukje God kunnen zijn. Zoekend, vindend, op de schouders leggend. Niet klasserend of afschrijvend. bv Je man zit er zomaar bij! Je kan er je aan ergeren. Maar je kan ook op zoek gaan naar elkander.

  • Je ligt overhoop met je thuis. Wie zal de eerste stap zetten. God zet de eerste stap zegt Jezus. En hij is er gelukkig om. Zijn vreugde kan niet op. Hij moet ze delen met anderen.

  • Of je zit in de knoop met je relaties, als verloofden, als vrienden. Je kan elkaar beschuldigen, verwijten. Stilstaan bij de fouten ofwel verder kijken. God ziet verder. Hij steekt licht aan. Hij gaat zijn licht opsteken. Hij keert alles bij elkaar. Alles, het goede en kwade en daartussen vindt hij het kostbare.

Laten we deze week op zoek gaan naar mensen die zich verloren voelen in het leven en als jij eens een rotdag hebt, weet dan: Iemand is op zoek naar jou. Onze lieve God, die wij vader noemen.

Zoeken in Preken Online