Iedereen maakt wel eens dingen mee waardoor men zich persoonlijk geraakt of gekwetst voelt. De binnenvetters verstaan de kunst om dit voor de buitenwereld verborgen te houden. Maar de open figuren zoeken iemand waar zij hun verhaal bij kwijt kunnen. Het gemakkelijkste antwoord is natuurlijk: “Je moet kunnen vergeven”. Maar het woord ‘vergeving’ komt in het luchtledige te hangen als degene die je moet vergeven niet aanspreekbaar is. Vergeven blijft een loos woord als er geen uitspreken van spijt is en geen woord van barmhartigheid mag klinken. Vergeving komt pas volledig tot zijn recht wanneer wij de ander weer mogen ontmoeten en blijdschap kunnen tonen omdat de een weer bij de ander is uitgekomen. Het woord verzoenen sluit het woord ‘omhelzen’ in zich. Je kunt elkaar weer de hand reiken en samen verder gaan.
Jezus vertelt over een één schaap dat weggelopen was. Je moet dat schaap niet vergeven dat het weggelopen is, maar zoeken tot je het gevonden hebt. En wanneer je het gevonden hebt, vol vreugde op je schouders leggen. Hij vertelt ook over een jongste zoon die uit ontevredenheid van huis wegging, alles wat hij bezat verbraste en uiteindelijk op hangende pootjes terugkeerde naar zijn vader. Het feit dat de vader tegen hem zegt: “je was dood en je bent levend geworden” heeft een grote betekenis. Waar eerst woorden en goede bedoelingen niet over kwamen, worden ze nu ten volle begrepen. Wanneer de vader de jongste zoon in zijn armen sluit zien wij hoe verzoening voortkomt uit de bereidheid tot vergeving. Dit is voorwaarde om de ander weer in je hart te kunnen sluiten.
Wij merken dat verzoening geen eenrichtingsverkeer is. Mensen die verkeerd geweest zijn, maken de ander blij wanneer zij in woorden en daden om vergeving vragen. Het kind dat na een jarenlang conflict met zijn ouders weer thuis komt ervaart de liefde van de ouders. Het familielid of goede bekende die het verbroken contact herstelt of collega’s die elkaar na een hevige ruzie weer de hand reiken, ervaren de goedheid van medemensen. Zoals het verlangen bij mensen naar vrede en geluk al oneindig groot is, zo is het verlangen naar vergeving bij God nog uitdrukkelijker aanwezig. In het sacrament van boete en verzoening krijgt dit nog een diepere dimensie: degene die tekort geschoten is of fouten heeft moet het initiatief nemen om dit ook te bekennen. Maar mag er ook op rekenen dat God ons in zijn liefde wil omarmen. Door ons met Hem te verzoenen, keren wij weer terug op het vertrouwde spoor, waar men er kan zijn voor medemensen en voor God. Van schuld erkennen wordt niemand armer. Wat zou de wereld mooi worden als wij elkaar vredelievendheid en nederigheid tegemoet kunnen treden.
Vergeving en verzoening horen bij elkaar (2007)
C-cyclus · Tijd door het jaar · 24e zondag · groen