24ste zondag C (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 24e zondag · groen

OPENINGSWOORD

Broeders en zusters, welkom. Het gebeurt wel, dat mensen het niet met elkaar eens zijn. Soms leidt dat tot complete oorlogen. Meestal blijft het beperkt tot kleine conflicten. Maar de mensen, die erbij betrokken zijn, hebben daarom niet minder pijn. Jarenlange vriendschappen, familierelaties, kunnen worden verbroken. En wat is het dan soms moeilijk om te vergeven, om de eerste stap te zetten.

In het evangelie is er sprake van mensen, die flink in de fout zijn gegaan. Sommige anderen hebben daar grote moeite mee, maar Jezus zoekt ze op. En door hen liefde en aandacht te geven, brengt Hij ze terug op de rechte weg.

Weten wij, dat de Heer aandacht heeft voor iedere zondaar, óók voor ieder van ons.

Er was eens een kloosterbroeder, die een fout had begaan. De abt en zijn raad kwamen echter niet tot een eensluidend oordeel. Daarom wilden ze de mening horen van een wijze kluizenaar, die buiten het klooster woonde. Een van de broeders werd naar hem toegestuurd om hem op te halen. De kluizenaar nam de uitnodiging aan en volgde de broeder op weg naar het klooster. Op zijn schouder droeg hij een mand, die hij zojuist met zand had gevuld. Terwijl zij naar het klooster liepen vloeide het zand weg door de gaatjes in de mand. Toen zijn metgezel hem naar de betekenis ervan vroeg, antwoordde de kluizenaar: “Mijn eigen zonden vloeien als zand achter mijn rug op de grond en ik zie ze niet. En vandaag wordt mij gevraagd om over de zonden van een ander te oordelen.” Toen later de broeders van de abdij dit hoorden, maakten ze hun medebroeder geen verwijten meer, maar schonken hem vergiffenis.

Laten ook wij eerst vergeving vragen voor onze eigen zonden en vergeven wij dan ook de zonden van een ander.\

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. Barmhartige God, ook als wij wegen gaan die niet de uwe zijn, komt Gij naar ons toe. Zondige mensen brengt Gij tot inkeer en wat verloren was, zoekt Gij weer op. Geef dat ook wij elkaar steeds nieuwe kansen bieden, op zoek gaan naar wat verloren was en vreugde vinden in de verzoening. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … . Amen.\

KINDERNEVENDIENST

PREEK

Jezus gaat om met tollenaars en zondaars. Mensen, die in meerdere of mindere mate in de fout gaan en daarom door Farizeeën en schriftgeleerden - die zichzelf als rechtvaardige mensen zien - worden gemeden. Zij komen zich dan ook bij Jezus Christus beklagen. De omgang met zondaars, zeggen zij, vormt een gevaar voor de samenleving, want wie met pek omgaat, wordt er mee besmeurd. “Zeg me wie je vrienden zijn, en ik zal zeggen wie jij bent”. En er zit wel een beetje waarheid in. In Brunssum, Zuid-Limburg, mijn 2e kapelaansplaats, werd in een bepaalde wijk ontzettend veel gevloekt. Ik kwam daar heel veel en na verloop van tijd viel me op, dat ik ongemerkt ook begonnen was om in heel lastige situaties te vloeken. Gelukkig heb ik dat weer afgeleerd.

Maar Jezus is sterk. Hij laat zich niet besmetten. Er gaat juist van Hem een kracht uit. Omgang met Hem werkt genezend. Als een zondaar vriend van de Heer wordt, houdt hij op zondaar te zijn. En daarom vertelt Jezus twee vergelijkingen.

De herder, die één schaap verloren heeft, laat de 99 anderen achter en gaat op zoek naar het verlorene. En wat is hij blij als hij het gevonden heeft. En als een vrouw een geldbedrag heeft teruggevonden, roept zij vol vreugde haar buurvrouwen en vriendinnen bij elkaar. “Zo”, zegt onze Heer, “is er vreugde bij de engelen over één zondaar, die zich bekeert”.

In de eerste lezing hoorden wij hoe de joden tijdens hun zwerftocht door de woestijn van het ware geloof waren afgevallen. Ondanks dat Jahwe door wondertekenen hen uit Egypte had bevrijd, aanbaden zij een stierenbeeld. En daarom dreigde Jahwe hen te verdelgen. Maar Mozes ging voor hen bidden. Hij praatte Jahwe om en zij werden niet vernietigd.

Mozes in zijn tijd bad al voor de zondaars. En aangezien de Farizeeën en de schriftgeleerden zich vaak op deze Mozes beroepen, hadden ook zij kunnen weten, dat zij voor de zondaars moeten bidden en hen moeten opzoeken. Mozes deed al wat Jezus later zou gaan doen. En wij moeten proberen te doen wat Jezus ons heeft voorgedaan. Als op het journaal namen worden genoemd als Holleeder, Mieremet, Sison, of van vaders of moeders, die hun hele gezin hebben uitgemoord, dan bid ik nog tijdens het journaal zelf voor de slachtoffers, maar - zonder een oordeel te willen vellen, dat is niet aan mij - bid ik ook voor de mogelijke daders, de zondaars, want dat deed Jezus Christus ook.

Het is vredeszondag. Wij krijgen alleen maar vrede als mensen ophouden zonde te doen. Zonde is alles wat tegen de liefde ingaat. Maar de Farizeeën en de schriftgeleerden willen het geloof niet ten volle aanvaarden. Zij hebben zo’n ‘supermarktgeloof’. Zij lopen langs de schappen en kiezen uit wat hen bevalt. Zij maken hun eigen wetten. En willen die eigen wetten aan anderen nog opleggen ook!

In de tweede lezing (1 Tim. 1, 12-17) hoorden wij over Paulus. Hij is naar verre landen getrokken, heeft vele gevaren getrotseerd om mensen de Blijde Boodschap te kunnen verkondigen en is gemarteld en uiteindelijk zelfs gedood omwille van zijn geloof.

Paulus zegt van zichzelf het volgende: “… hoewel ik eertijds een godslasteraar was, een vervolger en geweldenaar”. Hij rekent zichzelf onder de grote zondaars, wetend dat de liefde en zorg van Jezus Christus uitgaat naar de zondaars.

Durven wij onszelf zondaars te noemen? Als wij bidden “Ik belijd voor de almachtige God en voor u allen, dat ik gezondigd heb”, staan wij er dan bij stil, dat wij God en mensen soms echt pijn hebben gedaan?

Veel christenen lijken op een verkeerde manier bang voor de zonde. Er wordt nauwelijks over gepraat. Maar dan kunnen wij ook niet praten over de verlossing, want als wij geen zondaars zijn, waarvan moeten wij dan worden verlost?

Onze Heer had nog een verhaal: dat van de verloren zoon, ook wel genoemd ‘het verhaal van de barmhartige vader’. Een zoon, doet zijn vader heel erg pijn door nog tijdens diens leven zijn deel van de erfenis op te eisen. De vader geeft het hem zonder hem een verwijt te maken. En als de zoon na een tijd weer terugkomt, haveloos, klinkt er geen verwijt. Er is enkel vreugde dat zijn jongen weer thuis is.

De lezingen nodigen ons uit om niet neer te kijken op andere mensen, al doen zij nog zo veel kwaad. Laten wij hen beschouwen als mensen, die de weg zijn kwijt geraakt. Als een goede herder moeten wij voor hen bidden en naar hen op zoek gaan. Ik weet nog, dat mijn zus en ik een keer in Parijs waren. Met onze auto stonden wij midden op een groot verkeersplein en wij waren de weg helemaal kwijt. Een TomTom bestond toen nog niet. Auto’s raasden van alle kanten langs ons heen. Opeens stopte er midden op het plein een auto naast ons en een meneer vroeg ons waar wij naar toe moesten. Wat waren wij blij.

Ik vraag me af: hoeveel mensen wijzen hun familie en vrienden, medeparochianen, de goede weg naar het eeuwig leven door voor hen te bidden en er, wanneer het van pas komt, met hen over te praten? Wij zijn schapen, maar tegelijkertijd zijn wij herders, wij zijn verantwoordelijk voor elkaar.

Beseffen wij toch, dat ook wijzelf zondaars zijn, weleens verloren rondlopen, maar dat God altijd naar ons op zoek is. En als wij terugkomen, of als een ander terug wil komen, is er alleen maar vreugde.\

SLOTWOORD

De heilige bisschop en kerkleraar Augustinus, die leefde in de 4e en de 5e eeuw na Christus heeft het volgende geschreven:
“De mensen zeggen: De tijden zijn slecht, de tijden zijn zwaar. Maar ik zeg u: laten wij goed leven en de tijden zullen goed zijn. Want de tijd, dat zijn wij, en zoals wij zijn, zo zullen de tijden zijn. Waarom zijn wij bedroefd en maken wij ons beklag bij God? Men zegt: Omdat de wereld slecht is. Maar wat is een slechte wereld? Toch niet de hemel of de aarde of het water? Toch niet de vissen, de vogels of de bomen. Immers die zijn alle goed. Maar slechte mensen, die maken de wereld slecht.

Ik denk dat wij het allemaal wel met Augustinus eens zijn. Maar het erge is dat wij altijd geneigd zijn om naar een ander te wijzen: die is slecht en die daar ook. Jezus wijst niet. Hij gaat er naar toe om te helpen. Hij vraagt ons dat ook te doen en onszelf niet beter te vinden dan een ander. Proberen wij daar de komende week onszelf een beetje te veranderen.

Zoeken in Preken Online