21e zondag door het jaar C

C-cyclus · Tijd door het jaar · 21e zondag · groen

Homilie op de 20e zondag door het jaar C: Geen vrede, maar verdeeldheid!

Geen natte-vinger-christendom (Lc. 12, 42-53)!

Tielt, 18 augustus 2013

De evangelielezing van vandaag verrast ons. Of liever, Jezus verrast ons als Hij zegt: “Geen vrede kom ik brengen, maar verdeeldheid.” Die scherpe woorden die Hij gebruikt, passen niet in het beeld van de mildheid dat wij doorgaans van Hem gewoon zijn. Wat Hij zegt is nochtans een realiteit.

Voor Jezus’ komst waren de profeten in het Oude testament een teken van tegenspraak. Sommige werden de mond gesnoerd of zelfs gedood. Dat was o.a. het lot van Jeremia, zoals we het zojuist hoorden in de eerste lezing. Ook Johannes de Doper werd in de gevangenis gestopt en gedood omdat hij de viervorst Herodes wees op zijn verkeerde manier van leven. Hetzelfde lot heeft Jezus ondergaan omdat Hij tegen het zere been van de mensen durfde schoppen. Ook op onze dagen is dat zo: wie tegen het zere been van de mensen durft schoppen, moet het soms met de dood bekopen. Dat ondervond Mahatma Gandhi : omdat hij zonder geweld opkwam voor een onafhankelijk India werd hij in 1948 gedood. Dat ondervond enkele jaren geleden aartsbisschop Romero in El Salvador omdat hij partij koos voor de armen tegen de kapitalistische uitbuiters. En Martin Luther King, die toch niets anders wilde dan vrede zonder geweld te gebruiken, vrede die er maar kon komen in de Verenigde Staten als er gelijkberechtiging kwam van zwarten en blanken, ook hij werd vermoord door tegenstanders die zich door zijn mooie droom bedreigd voelden. Als King nu maar een gewone dominee was gebleven die braafjes preekte voor de zwarten, dan was er niets aan de hand geweest. Maar in zijn idealisme heeft hij zijn stem verheven en werd hij een bedreiging voor de mensen die de touwtjes in handen hadden: “I have a dream!”

Jezus’ boodschap brengt inderdaad verdeeldheid in de wereld, omdat ze zo haaks staat op de wereld. Ze bevat een aantal duidelijke waarden die geen geschipper toelaten. Jezus legt prioriteiten die niet de prioriteiten zijn van de wereld: het welzijn van armen en misdeelden, naastenliefde, inkeer, offer en onthechting, oprecht godsgeloof… Wie als christen daarvoor kiest, brengt verdeeldheid in de wereld en botst op tegenstand. Ook vandaag in ons midden! Ouders die aan hun kinderen een stukje geloofsbeleving willen meegeven, ondervinden dikwijls wrevel en opstandigheid bij hen , maar ook bij familieleden en vrienden. Ouders die zich durven verzetten tegen de gedragingen of de levenswijze van hun zoon of dochter, worden soms belachelijk gemaakt en voor ouderwets versleten.

Dat ondervinden ook kinderen en jongeren die zich willen inzetten voor de parochie. Een misdienaar vertelde me dat hij in het eerste jaar van het middelbaar onderwijs door zijn kameraden uitgelachen werd omdat hij zich inzette voor de liturgie op zijn parochie. Tegen die kleinerende spot kon hij niet op. Hij is niet langer misdienaar gebleven.

In het leven van een christen zijn tegenkanting en onbegrip onvermijdelijk. Christenen zullen altijd rare en bedreigde vogels blijven, een kleine minderheid, die schril afsteekt tegen de manier van leven van de meeste mensen in hun midden. Vandaag moeten we bidden om kracht en durf om radicaal christen te zijn. Want, als het moeilijk gaat, worden we gemakkelijk bang en beschaamd. Dan kruipen we terug in onze schelp of we dienen amendementen in op het evangelie. In plaats van vervolging of tegenwind te trotseren, laten we ons verleiden tot compromissen. Vele mensen kiezen dan voor het Christendom van de “natte vinger”: eerst voelen vanwaar de wind komt, luisteren naar wat men in een bepaalde groep denkt of zegt en dan gewoon meepraten of napraten.

Zo zijn er vele natte-vinger-ouders, die het bestendig op een koopje gooien met hun kinderen, die zelfs bang zijn om te zeggen dat ze niet akkoord gaan met de handelwijze van hun zoon of dochter.

Er zijn ook vele natte-vinger-jongeren, die hun vrienden of kameraden naar de mond praten en meeheulen met wat andere jongeren doen of zeggen, uit schrik door hen afgewezen of belachelijk gemaakt te worden.

Misschien zijn er in de Kerk ook veel natte-vinger-priesters en religieuzen, die bang zijn om radicaal het evangelie te verkondigen en te beleven, bang zijn om stelling te kiezen tegen wat in de maatschappij verkeerd loopt, bereid zijn om zich telkens weer te laten verleiden tot compromissen. Die zwakheid noemt men dan “diplomatie”. De Kerk is misschien te veel een natte-vinger-kerk. Het gevolg is een genivelleerd, onopvallend en opportunistisch Christendom, dat geen eigen en geen blijvende boodschap meer heeft, dat niet meer tegen het zere been van de mensen durft schoppen, dat enkele nog in vraag durft stellen wat door iedereen in vraag wordt gesteld. Kortom, een verschraald en kleurloos Christendom, dat niemand meer aanspreekt omdat het mijlenver afstaat van het radicale en consequent beleefde christen-zijn van Jezus-Christus. Die Jezus ging recht door zee en nam niets van zijn boodschap terug. Hij wist dat zwijgen soms erger is dan een hard woord spreken, dat instemmen met roddel het kwaad vermeerdert, dat onrecht laten betijen aan mensen de kans op geluk ontneemt. Jezus was geen natte-vinger-figuur: Hij sloot geen compromissen en was niet bang om stelling te kiezen, zelfs niet toen Hij daarvoor op een kruis terechtgesteld werd.

Vandaag stelt de Heer Jezus aan elk van ons de vraag: “Durf ook jij radicaal christen zijn, ook als je tegenwind ervaart?” Of ben jij ook een natte-vinger-christen?”

Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt


Homilie op de 21e zondag door het jaar C: “Een andere volgorde – Er zijn laatsten die eersten en eersten die laatsten zullen zijn!” (Lc. 13, 22-30)

Tielt, 25 augustus 2013

Ongeveer 40 jaar geleden ging een groep leerlingen uit een Brugs college, waar ik toen directeur was, op concertreis naar Zuid-Afrika, toen nog het land van de apartheid waar de zwarte meerderheid onderdrukt werd door de blanke minderheid. Een leerling van 17 stelde aan de leraar de vraag: “Kunnen we eens een discussie houden over het probleem van de apartheid in Zuid-Afrika?”

De leraar, die uit ervaring wist dat leerlingen altijd graag een leerkracht bezighouden met een discussie die geen examenstof zal worden, antwoordde heel gevat: “Akkoord, op voorwaarde dat we eerst praten over de apartheid in deze klas, want jullie klas is sinds jaren verscheurd in twee compleet tegenstrijdige groepen zonder respect voor elkaar.” De geestdrift om over het probleem van de apartheid in Zuid-Afrika te discuteren was bij alle leerlingen plots geweken.

Wij spreken allemaal graag over openheid naar andere culturen, over eerbied en solidariteit, totdat wij van mens tot mens, in eigen buurt, werkkring of zelfs familie, geconfronteerd worden met iemand van een andere huidskleur, cultuur of godsdienst. Aan de basis ervan ligt zelfs een taai superioriteitsgevoel dat blanken hoger staan dan kleurlingen en dat deze laatste geschikt zijn voor vuil of zwaar werk. Daarvoor werden zelfs ernstige redenen gevonden. Het schijnt dat een paar eeuwen geleden een Jezuïet een geleerd boek geschreven heeft met als titel “Hebben de negers een ziel?” De conclusie was dat ze er geen hadden, dus geen mens waren en als slaven mochten behandeld worden.

Los van elk racisme hebben mensen elkaar altijd opgedeeld in goede en slechte mensen, in sterke en zwakke, in verstandelijk begaafde en onverstandige, in rijke en arme, in mooie en lelijke: kortom in eersten en laatsten. Dat is ook nu nog veelal zo bij ons. Je hoeft maar te luisteren naar wat mensen zeggen. Ook de Joodse samenleving was zeer elitair opgedeeld. Er bestond een fanatiek religieus racisme. Enkel zij die de Wet in al haar details naleefden, werden beschouwd als volwaardige leden. De anderen werden veroordeeld als zondig en onrein en hoorden er bijgevolg niet bij.

Eerste en laatsten, zowat altijd en overal!

Het drama daarbij is dat de laatsten de laatsten blijven omdat de eersten de eersten blijven. De eersten behouden hun aanzien, macht en voorrechten, die ze in sommige landen van de derde wereld beschermen door leger en privémilities.

Daar gaat Jezus in het evangelie hard tegen in. “Denk eraan, zegt Hij, er zijn laatsten die eersten en eersten die laatsten zullen zijn.” Hij predikt een andere volgorde, niet alleen in dat stukje evangelie, maar voortdurend. De zondige publieke vrouw wordt gesteld boven de reine, rijke Farizeeër; de barmhartige Samaritaan, een vreemdeling, boven de priester en de Leviet. De verloren zoon wordt geëerd meer dan de brave oudste zoon. De tollenaar achteraan in de kerk staat voor Jezus hoger dan de Farizeeër vooraan. De laatste dagloners in de wijngaard, die van het elfde uur, worden eerst uitbetaald en krijgen evenveel, dus veel meer per uur, dan die van het eerste uur. En het kleine kind, dat nog zo weerloos en afhankelijk is, plaatst Jezus in het midden als de grootste in het Rijk Gods.

Laatsten worden bij Jezus eersten. Dat gebeurt overal waar echte leerlingen van Jezus wonen. Wanneer mensen in de Kerk als priester Daens, Romero, Helder Camara, Cardijn, enz…naast de misdeelden gaan staan, als de eersten naast de laatsten gaan staan, dan worden de laatsten belangrijk en worden zij eersten.

En dichter bij ons, al wie in verpleging, sociaal werk, opvoeding, vrije belangeloze inzet voor zieken, terminale patiënten, gehandicapten, zwakken of sukkelaars gaat staan, maakt door zijn werk de laatsten voor zich tot de eersten, tot de belangrijksten.

De laatsten worden eersten. Dat is een bemoedigend en bevrijdend woord voor de laatsten, want velen onder hen denken “Ik kan niets, ik heb niets, ik ben niets en ik zal nooit iets kunnen, nooit iets hebben, nooit iemand zijn.”

Als er een echte christen in hun buurt woont, zullen ze meetellen, want een echte christen telt anders, gebruikt een andere volgorde.

Maar dat woord van Jezus is ook bemoedigend voor de eersten. Er zijn immers ook veel echte christenen onder de eersten, die mild en vrijgevig zijn voor armen, echte christenen die een open oog en hart hebben voor misdeelden, die een luisterend oor hebben voor mensen met zorgen en problemen. Het zijn die echte christenen onder de eersten die niet met de ellebogen werken om vooraan te komen, die zich niet afjakkeren naar de top tien toe, naar de hoogste prestatie, naar de hoogste levensstandaard, naar de hoogste bloeddruk. Tot die echte christenen onder de eersten zegt Jezus: “Jullie zijn heel waardevol omdat jullie veel doen en betekenen voor anderen, heel in het bijzonder voor de laatsten in de wereld.

Eersten die laatsten worden en laatsten die eersten worden, dat is bij Jezus geen automatisme. Integendeel! Het vergt een stuk bekering: loskomen uit je zelfgenoegzaamheid en kiezen voor menslievendheid.

Of je dan eerste of laatste bent of waart, wees gerust: Je wordt door Jezus bij de eersten geklasseerd!

Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt

Zoeken in Preken Online