Uit het Oosten en het Westen, het Noorden en het Zuiden (Lc. 13, 29)
Oude steden waren ommuurd. Je kon alleen maar binnen door de stadspoort. Wanneer die gesloten was, was er wellicht nog het kleine zijpoortje. Was dit het geval in de steden van Israël, waar Jezus voorbij kwam? Dacht hij daaraan wanneer hij de man te woord stond die wilde weten hoe vele er zouden gered zijn?
De vraagsteller was beslist geen Rijnlander, want dan had hij het lied gekend, dat ze daar gaarne zingen. Tijdens de Evangelische Kirchentag 2007 kon je in Keulen de sfeer van het Rijnland goed proeven. ’s Morgens was er op meerdere plaatsen bijbelbezinning. Op een van deze hield een bisschop van de oud-katholieke kerk de bezinning. De predikant sprak met veel humor tot de Rijnlanders. Hij hield zijn meditatie “in rheinischer Mundart.” Ze was volks, geestig, niet te zwaar en met voldoende doordenkertjes, vooral over Gods barmhartigheid. “God ziet alles, maar Hij zegt het niet verder door.” Bij het einde van de bezinning had elkeen een feestneus op om samen te neuriën:
Wir kommen alle, alle,
Alle in den Himmel,
Weil wir so brav sind,
Das sieht selbst der Petrus ein.
Er sagt: “Ich laß gern euch rein,
Ihr ward auf Erden schon
Die reinsten Engelein!”
Hoe velen zullen gered worden? Jezus geeft geen rechtstreeks antwoord op deze vraag. Geen speculatie over aantalen. Maar een duidelijke oproep tot waakzaamheid. Het gaat niet van zelfs. Geen automatische piloot. Je moet je inzetten om de eindmeet te bereiken.
Jezus hanteert hier strenge taal. Hij waarschuwt, maar zegt niet dat één concreet iemand uitgesloten is. In onze boze momenten hebben wij onze beminde vijanden in de hel gewenst en zij ons! De kerk heeft vaak geschommeld tussen grote strengheid en brede mildheid. Wat ze echter nog nooit gedaan heeft, is van iemand zeggen dat hij definitief uitgesloten is. Heiligverklaringen ja, verdoemenisverklaringen neen.
Sinds enkele maanden is een discussie heropgeflakkerd over de juiste vertaling in het eucharistisch hooggebed over Jezus die zijn bloed heeft vergoten. Is het voor allen of voor velen? God wil het heil van elke mens. Aan dit woord mogen wij niet tornen. Of elke mens dit zelf wel wil, weten we niet. Is het mogelijk dat iemand dit aanbod afwijst? Vandaar die spanning tussen velen of allen.
Die kans dat wij de eindmeet niet halen steekt er in. Wij kunnen God niet dicteren hoe hij met ons moet omgaat. Hij is zeker geen God van willekeur. Hij is barmhartig. Zijn barmhartigheid is echter geen vrijgeleide. Wij mogen erop vertrouwen dat wie zijn geboden onderhoudt, op weg is naar Hem. Wij hebben het woord van Jezus bij zijn afscheid: “In het huis van mijn Vader is plaats voor velen."(Joh. 14,2).
Jezus wijst op de ernst in ons leven. Span je in tot het uiterste. Geloof en inzet. Het volstaat niet te zeggen dat je iets weet van Jezus of dat je een nonkel pastoor hebt en een zus als pastoraal werkster.
Wie komt door de nauwe poort en wie zal er zijn in de stad van God? Ik ben totaal verkeerd zo ik van mezelf denk dat ik de enige zal zijn die binnen mag. Als het zo ver komt, gaan we wellicht drie verrassingen beleven. De eerste verrassing dat ik er ben geraakt en dat de Heer mij binnenlaat. De tweede verrassing: dat een aantal van wie ik dacht dat zij er zouden zijn, er niet zijn. De derde verrassing: dat zij van wie wij ik dacht dat ze er niet zouden geraken, wel aangekomen zijn.
Jezus laat in het evangelie van Lucas velen van alle kanten aankomen. Missionair en universeel. Het deelt in het visioen over de volkeren die optrekken naar de berg van de Heer. Daarbij geeft Jezus zijn eigen volk niet op.
Lukas richt zijn evangelie tot heiden-christenen. Hij spreekt van zijn tijd, waarbij hij denkt aan heidenen die joden zullen voorgaan in het rijk maar eveneens aan christenen die afhaakten en niet zullen binnengeraken. Lucas spreekt naar onze tijd toe. Hij waarschuwt tegen eigendunk, want eersten kunnen laatste en laatste eerste worden.
Elke dag van de week staan wij voor de veeleisende opdracht, ons meegegeven op deze zondag van de nauwe poort: vermijd ongerechtigheid, span je tot uiterste in.