Vaker wordt een gesprek gevoerd over Kerk en geloof zonder dat er echt over geloven gesproken wordt. Zo zei iemand een dezer dagen tegen mij: zoals de leiders van de islam mensen dwingen om bepaalde dingen te denken en te doen, zo was dat vroeger ook bij de Kerk. Op zo’n moment besef je dat noch het een, noch het ander klopt. Heel vaak worden woorden in het voorbijgaan uitgesproken als vanzelfsprekende waarden zonder dat je de kans krijgt om daar wat dieper op in te gaan. Wanneer dit wel gebeurt ontstaat een levendige discussie waarin mensen soms tegenover elkaar komen te staan omdat de spreker niet graag gezichtsverlies lijdt. Er worden allerlei dingen bijgehaald die fragmentarisch zijn, maar weinig met de zaak te maken hebben. Wel blijkt op zo’n moment dat er net zo veel manieren van geloven zijn als er mensen zijn. Het engagement met het geloof in God zegt veel over het denken en handelen van mensen. Waar bezielde mensen aan het woord zijn gebeurt altijd iets: instemming of afkeuring. Waar bezieling ontbreekt gebeurt niets.
Dat hebben de profeten en ook Jezus ervaren. Zolang mensen met rust gelaten worden kan de vrede bewaard blijven die niet altijd uitgaat van een goede verhouding met de medemens en God. Het is een vrede die zich beperkt tot lauwheid en zelfgenoegzaamheid. “Ik zal maar niet te veel zeggen en niet te veel doen, dan blijft alles bij het oude”, zegt de mens die geen vernieuwing wil. De bezielde mens kan stelt vaak vragen die het geweten in beroering brengen en dat maakt mensen onrustig of kwaad. Hun opmerkingen zijn vaak terecht, maar worden toch niet aanvaard. Een prachtig voorbeeld is de kritiek over grote beloningen die bij bestuursfuncties of management worden toegekend. Het onderwerp wordt doodgezwegen of de persoon, die zich kritisch hierover uit laat, wordt op een zijspoor gemanoeuvreerd. Zo heeft Jezus dat ook ervaren hij bij zijn kritiek op de gevestigde orde. Door zijn nek uit te steken bracht hij zijn eigen leven in gevaar. Maar hij was zich er sterk van bewust dat het leven verliezen uiteindelijk zal leiden tot het leven winnen. In de lijn van Zijn leven zijn er talrijke mensen opgestaan die op hun manier bezield waren en daarnaar hebben gehandeld met gevaar voor eigen leven. Ik denk aan mensen die zich in het verleden kwetsbaar opstelden, toen ze Joden en onderduikers een veilige schuilplaats verschaften.
“Geest die vuur en liefde zijt”, wordt gezongen in de Pinkstertijd en is ook bij een vormselviering zeer sprekend is. Wanneer die bezieling van het geloof bij meer mensen aanwezig was, zou de wereld er anders zien. Wij zouden minder dingen over ons heen laten komen en laten gebeuren vanuit een soort berusting. Wij zouden ook minder de problemen die er zijn op het bord van de ander leggen, maar proberen er zelf iets aan te doen. Bezielde figuren uit het verleden zijn groot geworden omdat zij hun eigen leven in dienst hebben gesteld van anderen. Bezielde figuren hebben achteraf erkenning gekregen omdat zij toen der tijd reeds voorzagen wat door de grote massa nog niet werd gezien. Bezieling komt niet vanzelf. Zij wordt ons geschonken door het contact met anderen en door het contact met God. Wij worden altijd gedreven door de ander. Een mens die het contact met de ander niet zoekt zal ook de bezieling vaak missen. Dit geldt zeer zeker voor ons geloof. Gebedsmomenten en het vieren van pijn en vreugde in een geloofsgemeenschap geven ziel aan ons bestaan. Bezielde mensen stralen vurigheid uit omdat zij gedreven worden door de kracht van de liefde. Zij tillen ons uit boven lauwheid en gelatenheid in ons bestaan. Dat is het vuur wat Jezus bedoelde.
Geloof zonder bezieling bestaat niet (2007)
C-cyclus · Tijd door het jaar · 20e zondag · groen