Heilige boosheid (1998)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 20e zondag · groen

KOPPIGHEID


Een van de ontroerendste “natuurverschijnselen” vind ik een koppig kind. Ik zeg het wel eens op ouderavonden. Jonge ouders protesteren dan. Dat begrijp ik. Koppige kinderen kunnen hun ouders tot wanhoop brengen. Ze scheppen pijnlijke situaties, maar wat zijn ze indrukwekkend! Daar is een kwetsbaar kind, een halve meter groot -’t zou nog niet van poes winnen-, en het begint een strijd met het allerdierbaarste, zijn eigen ouders. Een puur redeloze krachtmeting waar het als sterkste uit wil komen. Het is een strijd tegen de kosmos. Hij tegenover de rest van de schepping. Het vaart in hem en is sterker dan zijn eigen wil. Zijn enige wapen is een knuffel. Zo’n strijdlust moet wel iets van het scheppingbeginsel zelf zijn. Een na-echo van de oerknal. Uit zulke boze liefde is de wereld ontstaan. Ik hoop maar dat de woede van het kind niet gebroken wordt. Ik hoop maar dat het iets van die heilige verontwaardiging behouden blijft voor later.\

LIEFDE KAN BOOSHEID VRAGEN

Als Jezus zich realiseert dat het slecht met hem kan aflopen in Jeruzalem, dan mobiliseert zijn strijdlust. “Ik moet een doopsel ondergaan en hoe beklemd voel ik mij totdat het is volbracht”. En Jezus, dezelfde die op een ezel Jeruzalem binnenrijdt, die bidt: “Vader, geef dat ze één zijn zoals wij”, die zegt: “Zalig die vrede brengen want ze heten kind van God”, die zei: “Laat u liever ook op de andere wang slaan dan terug te slaan”, diezelfde zegt nu: “Ik breng u geen vrede maar verdeeldheid.” “Hoe verlang ik ernaar dat het vuur van Gods Geest oplaait.” De liefde kan van een mens vragen dat hij zijn boosheid inzet. Soms is vrede stichten in een gezin iets anders dan de lieve vrede dienen. Soms is scherp uitpraten veel verkwikkender dan onder tafel vegen. Soms moet je een discriminerende uitspraak of kwaadsprekerij afstraffen.
De opmerkingen van Jezus bevallen me wel. Mogelijk heeft Lucas ze wat aangedikt. Hij maakt het immers mee dat het christendom een splijtzwam is geworden in goede joodse families. Zonen en dochters gaan andere wegen dan ouders. Hij herinnert zich hoe ook in Jezus directe omgeving tweespalt ontstond vanwege de weg die hij koos. De vredestichter Jezus komt verdeeldheid zaaien. Te vaak is er een zoete Jezus verkondigd, een bijna laffe leer, een moraal van “loosers”. Ze keren de andere wang toe omdat ze niet durven vechten. Ze stichten vrede omdat ze de confrontatie uit de weg gaan. Maar dat is niet Jezus’ visie. Jezus zal als hij ontsteekt in verontwaardiging zelfs met de zweep de geldwisselaars uit de tempel jagen; hij trotseert de haat en de jaloezie die worden opgewekt wanneer hij partij kiest voor de veroordeelde vrouw en de Samaritaan.
Het verhaal van vandaag gaat dus over alle situaties waarin liefde moed vraagt. De liefde voor de natuur vraagt van Greeenpeace moed om te vechten. Liefde voor je kind vraagt de moed om ook zijn boosheid niet te ontlopen maar te helpen vormen. Liefde voor je partner vraagt eenmaal dat je veel boosheid voelt als de dood hem van je afneemt. Liefde voor jezelf vraag soms dat je opkomt voor wat je diep van binnen voelt en denkt. In dit verband moet ik altijd denken aan het volgende verhaal, ik heb het als eens eerder gememoreerd.\

DE PABOLEERLING EN DE GODSDIENSTLES

Toen ik les gaf op de pabo moest ik leerlingen begeleiden bij hun eerste godsdienstlessen. Chantal vond het maar moeilijk. Ze wist niet wat ze met de verhaaltjes over Jezus aan moest. Gelukkig vond ze een project dat haar wel aanstond. Een les over boosheid. Agressie reguleren met kleuters, dat leek haar wel wat. Ze begon. “Lieve kinderen: wie van jullie is wel eens boos geweest?” Verder kwam ze niet want iedere kleuter beweerde met een vroom gezicht nooit en te nimmer boos te zijn geweest. Daarmee viel haar hele voorbereiding in duigen. Einde godsdienstles. Bij de bespreking legde ik haar uit dat kleuters graag lief zijn. Ze zullen dus ontkennen boos geweest te zijn zolang ze denken dat de juffrouw boze kinderen niet mag. Dus vertel eerst een verhaal over eigen boosheid en vraag dan nog eens naar de ervaringen. Dat deed ze, en jawel. Plotseling staken de kinderen hun vingers om het hoogst en het hardst omhoog. Max, vertel jij het maar. “Nou”, zei Max, “Ik heb gehoord dat de mensen Jezus hebben doodgemaakt en Jezus had helemaal niks gedaan.” Max keek boos. Plotseling was de hele klas boos op Jezus’ moordenaars. En waarom hadden ze dat gedaan en hoe en of hij er weer af gekomen was; oma had dat gezegd. En de arme Chantal die het moeilijk met de verhalen van Jezus had zat plotseling midden in de heilige verontwaardiging over de vermoorde onschuld.
Ik heb mijn nichtje van vier een keer een boterham met peper zien opeten. De tranen sprongen uit haar ogen, maar in een bui van ziedende boosheid had ze geschreeuwd dat ze hetzelfde op de boterham wilde als wat haar moeder met een sneufje op de rosbief had gedaan. “Dat lus jij niet” “Jawel daar lust ik een hele boterham van… Ik mag ook nooit wat” “Nou vooruit” Zo was het gekomen. Wat hebben we toch een potentieel aan boosheid in ons lijf, wij allemaal, genoeg om de strijd met de kosmos aan te binden. Hopelijk kunnen we die op zijn inzetten om anderen recht te doen.\

ZO BOOS…

Lieve kinderen. Ik heb thuis een kinderboekje dat heet: “Het ik ben zo boos dat ik bijna niet meer weet wat ik doe boek. En heel kwaad meisje sluit zich op in haar kamer. Ze knalt de deur achter zich dicht. Ze gooit zich op bed en slaat met haar vuisten op het kussen. Ze begint alle vieze woorden te roepen die ze maar kent en ze tekent het gezicht Karin op de muur. “Ik haat Karin” roept ze en zet een pukkel op haar neus. “Alle grote mensen zijn stom. En was iedereen maar dood. En was ze zelf maar dood. En hielden die stomme vogels maar op met fluiten. Niemand houd van me” roept ze en trekt een deken over zich heen en begin te snikken. Dan roept moeder: “Lieverd, telefoon. “Ik ben geen lieverd…” “Ik wil geen telefoon!” Moeder weer: “Ben je zo verdrietig. Karin wil je wat zeggen” “Ik ben niet verdrietig, ik ben boos… Wat? Karin? Voor mij? Ik kom… ik kom!” Gauw tekent ze pukkel op de neus van Karren met een rode viltstift weg. Ze loopt blij de trap af. Maar goed dat mensen boos kunnen zijn, net als Jezus, maar goed dat er mensen zijn die helpen om aan de boosheid een einde te maken. En vooral: maar goed dat we de boosheid soms kunnen gebruiken om anderen te helpen, want daar is ze voor bedoeld!

Zoeken in Preken Online