Dag iedereen,
in bijlage stuur ik jullie nog even door:
-
wat gedachten die ik enige tijd geleden neerschreef bij het wondere verhaal van de Bruiloft van Kana.
-
en nog een aantal andere gedachten die ik drie jaar geleden noteerde, vlak na mijn laatste bezoek aan El Salvador, waar ik binnen de liturgie van de basisgemeenschappen aldaar deze evangelielezing over het wonder van Kana hoorde voorlezen, en er zelf wat commentaar mocht bij geven voor de mensen daar. Je zal merken dat er in deze bijdrage ook nog wat citaten steken uit het dagboek van Piet Declercq - onlangs gestorven, maar nog altijd (en meer dan ooit!) levend en wel aanwezig bij ons, met zijn onuitputtelijke inspiratie.
-
een homilie die ik zopas ontving van Rob Debels, pastoor hier in de federatie Kortemark-Krekedal. Ik vind het hoogst interessant hoe hij de link legt tussen het evangelie van deze zondag en de Werelddag van de migrant en de vluchteling, via de pastorale Brief van de Bisschoppen. Ik denk dat dit op een aantal plaatsen predikanten en voorgangers kan helpen om hierover goed te preken, komende zondag. Rob gaf mij heel graag de toestemming om deze homilie verder door te sturen.
Voilà - ik sla nu het ‘prekenboek uit de Vredestraat’ weer voor een aantal dagen toe. Het is al wel geweest de laatste tijd, zeker?
In de hoop dat het hier en daar toch iemand van dienst kan zijn…
Met hartelijke groet - ‘We duimen voor een warme samenleving!’
geert dedecker
Dienst Diaconie bisdom Brugge
en ORBIT West-Vlaanderen
2° ZONDAG DOOR HET JAAR – C 17 januari 2016
WERELDDAG VAN DE MIGRANT EN DE VLUCHTELING
ROB DEBELS
Goede mensen,
Verleden zondag begon burgemeester Toon Van Coillie zijn nieuwjaarstoespraak met een pleidooi tegen de angst. Dit met betrekking tot de vluchtelingen die we dit jaar ook in onze gemeente zullen opnemen. Hij deed een warme, bijna emotionele oproep om deze mensen met een grote openheid te ontvangen. Het valt op hoe onze liberale burgemeester dezelfde klemtonen legt als de Belgische bisschoppen. Zij schreven onlangs een pastorale brief onder de titel ‘Samen leven met de vluchtelingen en migranten, onze broeders en zusters’. Ik hou je graag uit deze brief enkele accenten voor, die ook van toepassing zijn op de manier waarop wij hier straks met deze mensen zullen omgaan.
Onze eerste zorg, zeggen de bisschoppen, zal altijd onthaal zijn, ongeacht de persoon die aanklopt. Dat is de opdracht die wij ontvangen vanuit het evangelie. Onze eerste aandacht zal altijd de waardigheid van de persoon zijn die voor ons staat en die ons zegt: “Wij zijn broeders, zusters, kinderen van elkaar”. Op dit punt kunnen wij als Kerk niet wijken. Nooit kunnen onze eerste vragen uitlopen op voorwaarden die anderen beangstigen of die uit angst voorkomen.
Waar wij beperkt zijn in onze mogelijkheden, kunnen wij onze inzet verbinden aan het opvangwerk van professionelen. We begrijpen dat de vluchtelingenkwestie complex is en dat er geen gemakkelijke antwoorden zijn. Onthaal is aandacht voor de waardigheid van mensen, die méér noden heeft dan enkel materiële. Vrees kan overwonnen worden wanneer mensen elkaar leren kennen.
Onthaal gaat verder dan groeten en vriendelijkheid. Het voorziet in duurzame kansen op een plaats krijgen in onze samenleving, eventueel in afwachting om terug te kunnen keren. Samen leven betekent een gunstig klimaat helpen ontwikkelen dat draagkracht heeft om niet toe te geven aan angst en weigering. En ze besluiten: De komst van nieuwe mensen moet een verfrissing worden voor ons ‘oude continent’ en is een kans voor onze samenleving.
In aansluiting met het evangelie van vandaag zou je kunnen zeggen: Christus verandert het water van onze angst in de wijn van de liefde. Je kan deze toepassing geforceerd vinden. Toch is dit een verantwoorde actualisatie van het verhaal van het wijnwonder van Kana dat immers uit verschillende lagen bestaat.
Het heeft oudtestamentische wortels met de beelden van de bruiloft en van de wijn. Met dat van de bruiloft: het is een oeroude gedachte dat het land en God met elkaar gehuwd zijn. Het volk Israël is de bruid waarin God zijn vreugde vindt. Vervolgens het beeld van de wijn: dat spreekt van feest, vreugde en overvloed. In het boek Hooglied lezen we: “Ik ben al in je tuin, mijn meisje, mijn bruid. Ik eet er zoete honing en drink er melk en wijn. Laten we samen eten en drinken, laten we genieten van de liefde!” (Hooglied 5,1). Wijn is er een symbool van de liefde. En de middeleeuwse theoloog Thomas van Aquino ziet een verband tussen de wijn in Kana en de nieuwe wijn die het evangelie is. De predikers – zoals ikzelf hier – zijn dan de dienaren die het water bij de tafelmeester brengen.
In dit evangelieverhaal klinkt ook een echo uit het scheppingsverhaal. Dat begint met: “In het begin maakte God de hemel en de aarde”. En hier: “Jezus maakte het begin van de tekenen”. Johannes gebruikte dat scheppingsverhaal al helemaal in het begin van zijn evangelie: “In het begin was het woord, en het woord was bij God en het woord was God. Alles is door hem ontstaan. Hij is het licht dat schijnt in het donker.” Gods scheppende vrijgevigheid wordt in Jezus openbaar.
Zal die scheppende vrijgevigheid van God ook openbaar worden in onze burgerlijke en kerkelijke gemeenschap van Kortemark? Op welke manier zullen we aan vreemdelingen en asielzoekers, dit en de volgende jaren, de wijn van onze goedheid schenken? Met generositeit en met bedachtzaamheid, in persoonlijke contacten en gestructureerd. Zullen deze mensen aan christenen ervaren hoe God om hen geeft?
Preek op 16-17 januari 2016. Bij Jesaja 62, 1-5 en Johannes 2, 1-12. Bronnen: Pastorale brief van de Belgische bisschoppen, 29 september 2015; Vicariaat Caritas, solidariteit en diaconie, suggesties voor de liturgie van 17 januari 2016; Stefan Mangnus, ‘Overvloed’ in Kerugma, Gooi en Sticht, jg. 59, 2015, nr. 1, blz. 79-84