19e zondag door het jaar C

C-cyclus · Tijd door het jaar · 19e zondag · groen

Homilie op de 19e zondag door het jaar C: Leren wachten en verwachten!

(Lc. 12, 32-48)

Tielt, 11 augustus 2013

Veel tijd brengen wij in ons leven door met wachten. Pas na 9 maanden wachten in de moederschoot word je geboren. Wachten totdat je kan lopen. Wachten op het eerste tandje, op de eerste schooldag. Wachtend uitzien naar je eerste communie, naar je vormsel, naar je eerste fuif, naar je eerste vriend of vriendin, naar je huwelijk, naar je eerste kind, later naar je pensioen. Het leven is één wachten.

Dat vinden we soms heel moeilijk. Alle behoeften moeten onmiddellijk bevredigd. Sinterklaas wacht met zijn komst niet meer tot 6 december. De nieuwe fiets komt er veel vroeger dan als je voldoende geld gespaard hebt. We zoeken de kortste rij bij de kassa in de supermarkt. Bij bank en postkantoor vinden we te weinig loketten open. We moeten wachten op de uitslag van een examen, wachten op de bus en op de trein die te laat komt, wachten in de file en ’s avonds wachtend sappen bij de T.V. totdat het beter wordt. Wachten is vervelend en bijzonder moeilijk, zelfs voor sommige gepensioneerden.

Wachten is ook niet leuk. Maar verwachten, dat is plezant en boeiend. Een zwangere vrouw wacht niet op de komst van haar kind: ze verwacht het. Op de komst van een goede vriend wacht je niet: je verwacht hem. En je pensioen of wedde op het einde van de maand verwacht je.

Wachten is passief, verwachten onderstelt een actief bezig zijn.

Daarover gaat het in het evangelie van vandaag, waarin Jezus zegt: “Houdt uw lenden omgord en de lampen brandend!” Degenen voor wie Lucas zijn evangelie schreef, wisten precies waarnaar Jezus refereerde. Het ging over hun voorouders die op de avond voor de grote uittocht uit het slavenland Egypte werden opgeroepen waakzaam te zijn. Hoe vaak waren zij al teleurgesteld. Belofte na belofte niet ingelost, plaag na plaag over hen uitgestort. De moed zou je toch in de schoenen zakken! Waarop wachten, wachten op de zoveelste teleurstelling? Deze geluiden hebben toen vast en zeker geklonken, zoals ze ook vandaag nog klinken. De geluiden van de doemdenkers en de onheilsprofeten, die we ook vandaag zo dikwijls horen in Kerk en maatschappij.

Een beetje begrijpelijk. De ouderen onder ons hebben de tijd gekend van de grote kudde, van de volle kerken, van veel priesters en religieuzen, katholieke organisaties, scholen en verenigingen bij de vleet. De tijd van het Koekelberg- katholicisme. Mensen voelden zich thuis en gearriveerd in dat beloofde land.

Dat alles is voorbij. We zijn weer een kleine kudde, een minderheidsgroep. Weinig volk in onze kerken. Nog heel weinig priesterroepingen en geen nieuwe religieuzen. Gedaan met de machtige kerkstructuren. Onze Moeder de H. Kerk lijkt een versleten oude vrouw. Onze geloofsgemeenschappen zijn grijs geworden en straks moet de laatste het licht uitdoen. We hebben als christenen niet meer het gevoel van gearriveerd te zijn in het beloofde land, maar ontheemd, zonder dak boven ons hoofd, op weg of zelfs gestrand in het zand van de woestijn.

Even was er een sprankeltje hoop. In de jaren zestig sloeg de Kerk nieuwe wegen in. Er ging gezocht worden naar nieuwe vormen van kerk-zijn, naar nieuwe vormen van geloven, nieuwe vormen van liturgie, nieuwe catechese, nieuwe gebedstaal. Veertig jaar later denken velen: Hadden we het niet beter bij het oude gelaten? De bekoring is er om net als Noë een ark te bouwen, hermetisch afgesloten van de woelige wereld en ons erin op te sluiten, wachtend totdat een duif met een groen takje in haar bek ons komt melden dat er beterschap op komst is.

Voor die bekoring mogen we niet bezwijken. Net als Abraham in de tweede lezing moeten we niet passief wachten, maar op weg gaan om te zoeken naar een nieuw land, een nieuwe toekomst voor de Kerk, vol verwachting. En erin blijven geloven!

Abraham en Sara hebben hun leven lang op kinderen gewacht en pas in hun hoge ouderdom, toen het helemaal niet meer kon, pas toen werd hun hartenwens vervuld en kregen zij alsnog “een nageslacht, talrijk als de sterren aan de hemel, ontelbaar als de zandkorrels aan het strand van de zee.”

Inderdaad, onze Moeder de H. Kerk is oud geworden en de geloofsgemeenschap grijs, maar ons geloof zal vrucht dragen en nieuw leven baren, ooit. Maar daarvoor moet je waken en blijven geloven. De bouw van de meeste kathedralen in de Middeleeuwen duurde twee eeuwen of langer. De meeste bouwlieden hebben ze nooit klaar gezien. Zij hebben er nooit in kunnen bidden, zij hebben nooit de kleurenpracht van de brandramen kunnen bewonderen, nooit de sfeer ervaren van die heilige ruimte, waaraan zij hun hele leven hebben gewerkt.

Wel, wij bouwen een kathedraal van bescheidenheid, eenvoud, luisterbereidheid en solidariteit. Dat probeert onze nieuwe paus Franciscus. Daaraan hebben mensen nood, ook nu. De voltooiing zullen we wellicht nooit zien, zoals Mozes nooit het beloofde land is binnengetreden. Maar we gaan ermee door, in het besef dat God ons nodig heeft om die nieuwe wereld van liefde en vreugde te bouwen voor de mensen die na ons komen.

We doen het, waakzaam, met de Bijbel als ons kompas en met het getuigenis van ons evangelisch leven. Want het boek van de christenen is het evangelie. Het boek van de ongelovigen is het leven van de christenen.

Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt

Zoeken in Preken Online