19C 2016 Vian
We weten dat we als mens eindig zijn, dat we sterfelijk zijn. Alles wat we in deze wereld kunnen waarnemen (wat de wetenschappen kunnen waarnemen) is sterfelijk. Dieren die veel ouder kunnen worden dan de mens en zelfs bomen meer dan 200- 300 jaar oud, zullen ooit streven. Radioactiviteit verliest, al naar gelang zijn soort, ooit zijn kracht en betekent niets meer. Als we in het leven van één iets (bijna) 200% zekerheid hebben, dan is dat onze sterfelijkheid. Wanneer dat zal gebeuren, weten we niet. We kunnen aan een ziekte lijden waarvan we denken dat we daaraan zullen sterven, maar bijvoorbeeld een hartaanval, een hersenbloeding of een ongeval kan nog vroeger het einde van ons leven zijn. Het kan plots en totaal onverwacht komen. Daarom zegt de evangelielezing vandaag: wees waakzaam, want je kent dag nog uur.
Ik kan me niet van de overtuiging ontdoen dat het leven ‘zomaar’ is, dat het uiteindelijk geen verschil uitmaakt wat je met je leven doet, met hoe je leeft. Ik geloof dat we uiteindelijk rekenschap zullen moeten afleggen van hoe we geleefd hebben. Als het leven er zomaar is, louter toeval en niets meer, dan verliest voor mij het leven ZIN. Sartre en de existentialisten van begin 20e eeuw zeggen: we worden geboren en we moeten weer sterven, dat is absurd. Het leven is absurd, zinloos op zich, we moeten het zelf een zin geven, ieder op zich moet het een zin GEVEN. En misschien is voor sommigen dan ‘eer of macht verwerven’ wat zin GEEFT, voor anderen kennis, of muziek of…er is nog zoveel zingeving mogelijk. Het is een overtuiging die ik niet kan delen. Voor mij is alleen al de ‘evolutie-idee’ een gegeven dat wijst op een ‘algemene’ , gewilde ZIN en niet alleen maar een individuele zinGEVING.Al wijst de evolutietheorie op toeval in de schepping (en die is er heus wel), de lijn die in de evolutie steekt, is voor mij een bewijs van een ‘algemene (ik zou bijna zeggen een objectieve)en doelbewust gewilde’ ZIN. Daarom ben ik ervan overtuigd dat het ertoe doet hoe we leven.
In alle onze vrij bekend godsdiensten, of het nu de monotheïstische zijn of het hindoeïsme of boedhisme, of thaoïsme, overal vind je in de kern terug die ‘wereldethos’, dat wil zeggen streven naar een wereld van rechtvaardigheid en vrede. Om het in christelijke terminologie te zeggen: Gods Rijk, de droom die God heeft met deze wereld: écht leven en geluk voor alle mensen. En veel, heeel veel, hangt daarbij af van de mensen, of ze dat willen dan wel of ze liever voor de eigen deur keren zoals we zeggen. Wij kunnen en moeten daaraan meewerken. Dat is voor mij de algemene, objectieve en in de schepping inherente ZIN van het leven, een goddelijke zin dus. Voor vooral in God-gelovende mensen moet dat iets betekenen, consequenties hebben. Ons leven doet ertoe, ook na onze dood. We mogen vertrouwen dat er bij God ook nog leven is over de dood heen, een leven dat volgens mij niet vrij is van hoe we geleefd hebben. Daarmee zeg ik niet dat God een strenge God is, een straffende God. Ik geloof in een barmhartige God, maar goed en kwaad kan niet hetzelfde zijn. Ons leven doet ertoe. Daarom moeten we ons gehele leven ‘waakzaam’ zijn, dat wil zeggen: zien wat er rondom ons gebeurt, niet passief, maar kijken wat wij kunnen doen om de wereld te veranderen zoals welwillende mensen en ook God verlangen. Waakzaam zijn is zien wat er in de wereld gebeurt. Zien waar het kwaad zit. Soms kunnen we concreet helpen, maar heel dikwijls niet concreet of direct. Toch is het van belang dat kwaad ver van ons te zien, te veroordelen, erover te praten. Ik vind het heel belangrijk van er met mensen over te praten en zo bij te dragen tot een mentaliteitsverandering onder mensen. Zo is er al veel gebeurd en wellicht veelal zien we het ook niet hoe er onder groepen van mensen een mentaliteitsverandering komt die steeds verder uitbreidt en echte positieve gevolgen hebben. Denk niet: het is ver van mijn bed, ik kan er toch niets aan doen. Mentaliteitsverandering bespreekbaar maken en ervoor ijveren kan wonderen doen. Wees waakzaam voor wat er in de wereld gebeurt: dichtbij of veraf. Ons leven doet ertoe , zeker in Gods ogen, en ook in leven over de dood heen, bij God, al weten we niet hoe dat er concreet zal uitzien.
17 C 2016 Sodom en Gomorra Onze Vader Geef geen steen aan je zoon als hij om brood vraagt
In de beide lezingen staat het gebed centraal. Maar laat me toe toch eerst iets te vertellen over wat er in Bijbel vooraf gaat aan de eerste lezing, waarvan we vandaag maar een stukje horen en dat niet HEEL direct met het gebed te maken….en toch. We weten van vorige week dat er 3 mannen door Abraham gastvrij in zijn tent ontvangen worden en dat ze hem beloven dat Sara volgende jaar een zoon zal baren. Van dààr gaan 2 mannen in de richting van Sodoma en Gomorra. Dan begint onze lezing van vandaag met: de Heer(blijkbaar de 3e persoon die bij Abraham blijft: zei: ”Luid stijgt de roep om wraak uit Sodom en Gomorra. Uitermate zwaar zijn hun zonden”, en daarom wil de Heer die steden verdelgen. Maar wat zijn die zonden? De exegese (en dus ook de kerk) heeft zich lang gebaseerd op de verzen: “de mannen van de stad zeiden tot Lot: Waar zijn de mannen die vannacht bij u gekomen zijn? Breng ze naar buiten, omdat wij er omgang mee hebben”. ‘Omgang hebben met’ kàn inderdaad betekenen: sexuele betrekkingen hebben. Op grond daarvan zegt de kerk dat homofilie en homo-sexualiteit een verbod van God is. De exegese en bijbelwetenschap die de laatste decennia veel meer kennis heeft van de Bijbel, ziet die uitspraak in een andere en bredere context. Omdat er na een hele tijd in het land van Kanaän er voor de kudde van Abraham en Lotte (de zoon van Abrahams broer) niet meer genoeg graasland voor de kudde was, heeft Lot voorgesteld dat hij naar het gebied z-o van de dode zee trekt (met daarin de steden Sodom en Gomorra) . Daar wordt Lot als ‘vreemdeling’ gezien en inwoners van dat gebied staan erg vijandig tegenover vreemdelingen. (we kunnen ons die vijandigheid tegenover vreemdelingen misschien een beetje concreet voorstellen als we denken aan wat er gebeurt in Groot Brittannië na het referendum van de brexit. Vreemdelingen worden getergd, zelfs eu-burgers die in Groot-Btittannië werken voelen zich bedreigd en onveilig. Trump beweert in Amerika de schone kuis te houden.) Tegenover die vreemdelingen-haat staat gastvrijheid, een van de allerbelangsrijkste joodse geboden. Op sabbath mag er niet gewerkt, ook niet gekookt worden, maar als onverwachts bezoek komt, mogen ze zelfs inkopen gaan doen. De 3 vreemdelingen zijn door Abraham gastvrij in zijn tent ontvangen en ook Lot, als hij de 2 vreemdelingen ziet, biedt hij hen zijn gastvrijheid aan. Twee vreemdelingen er nog bij is voor de inwoners van Sodom teveel. Ze willen ‘omgang’ met hen hebben. Omgang is hier een sexueel gekleurd woord. Een gelijkaardige passage vinden we in het Bijbelboek Richteren. Daar gebeurt hetzelfde, maar uiteindelijk nemen ze daar genoegen met omgang met de vrouw van de gastheer. Het gaat in beide verhalen duidelijk om de gasten, de vreemdelingen, te vernederen, schade toe te brengen, kwaad te berokkenen. De kern is hier telkens het schenden van de zo belangrijke gastvrijheid . Als ook alle mannen van Sodom, jong en oud schreeuwen om omgang met de twee bezoekers, dan kan je toch ook niet zeggen dat iedereen in Sodom homosexueel is. De inwoners uit dat gebied zijn trouwens Bijbels spreekwoordelijk ook bekend om hun afgoderij, corruptie, bedrog, onrecht, agressie en hun tempelprostitutie, wat een gruwel is in de ogen van de Joden en van God . En toch …. Abraham bidt om alle inwoners te sparen, hij bidt niet voor zichzelf maar voor anderen. En de Heer toont zijn barmhartigheid: ‘ al zijn er maar 10 rechtvaardigen, ik zal de steden niet verdelgen’. Maar die zijn er niet en Lot en zijn gezin krijgen van de Heer vrijgeleide. Nu even de band met het evangelie en het Onze Vader. Wat mij daarin opvalt is dat wij in het Onze Vader niet bidden op de eerste plaats voor onszelf, maar voor mekaar: ‘ons’ en ‘onze’ komt in die paar verzen 7 keer in voor: geef ONS ons dagelijks brood, vergeef ONS onze schulden….. Wat nog meer opvalt is dat Jezus God niet VADER, maar ‘ABBA’noemt. Dat betekent: papa, liefste papaatje.Dat was in Jezus’ tijd godlasterlijk, hij zal daar ook door de hem vijandig gezinde Judeeërs op afgerekend worden**. Zij** zien God als de verre, strenge, heel verheven heerser en rechter. Jezus spreekt ons over en toont ons een liefhebbende God, een nabij God, begaan met en bezorgd over zijn kinderen zoals een vader en een moeder. Zelfs voor zondaars blijft Hij een liefhebbende Vader. Eigenlijk niet zo moeilijk te bergrijpen. Hoe veel kwaad je eigen kind ook doet, je blijft van hem houden. Je kan er kwaad op zijn, maar je kwaadheid is gericht tegen zijn slecht handelen, niet tegen hem. Dat slecht handelen maakt je kwaad juist omdat je zoveel van hem houdt. Die liefhebbende ‘Abba’, papatje, dat is echt revolutionair in Zijn tijd. Je kunt Hem heel nabij aanspreken, zonder tussenpersonen, zonder verheven woorden, maar heel gewoon. We bidden:Uw naam worde geheiligd. Dat is geen vraag, geen smeekbede, maar een wens: moge iedereen u kennen als heilig, dwz als iemand die voor de mens heil, het goede brengt. Uw rijk kome, uw wil geschiedde, zijn wensen: moge die wereld zoals Gij die droomt komen. Maar het is niet alleen van u afhankelijk, maar ook mede door onze grondhouding in het leven, onze medewerking. [Geef ons heden ons dagelijks brood. Weet dat in Jezus’ tijd de dagloners (gewone mensen) niet iedere dag werk hadden en dus ook niet iedere dag brood. Wij wel. Daarom zei bisschop Basilius de Grote: het brood dat bij jou thuis bederft, hoort toe aan wie honger lijdt. Het gaat over brood voor iedereen, waar wij mee verantwoordelijk zouden moeten zijn.]
Vergeef ons onze schulden. Op de eerste plaats gaat het over materiële schulden:als iemand zijn schulden niet kon betalen zonder nog dieper te zakken, zei de wet dat die op een bepaald moment moesten kwijt gescholden worden. Schulden zijn ook zonden.MT: “zoals wij ze kwijtgescholden hebben aan anderen”= wij moeten eerst vergeven. “Lk: Scheld onze schulden kwijt zodat wij ze kunnen kwijt schelden aan anderen.” Bij Lk voel je iets van: soms is de mens wel bereid, maar de verwonding is zo diep dat het NU nog niet kan. God
Binnen dit korte tijdsbestek is het niet mogelijk op alle verzen van het OV dieper in te gaan.
Een belangrijke vraag is: wordt ons gebed altijd verhoord? Moeilijk te beantwoorden. We weten dat we niet altijd krijgen wat we vragen. Maar wil dat zeggen dat het niet verhoord wordt? Mt Schrijft enkele verzen verder: God weet wat je nodig hebt. Daarom “Zoek eerst het koninkrijk Gods en zijn gerechtigheid dan krijg je alles erbij”. Ik denk dat als de wereld wordt zoals God die droomt (en daar moeten we aan meewerken en we hebben daar Gods kracht voor nodig) dan zouden wellicht het overgrote deel van onze smeekbeden niet meer nodig zijn. Lk laat op het OV deze verzen volgen: “Zal God je stenen geven als je om brood vraagt? Hij zal je de Geest geven.” M;a.w., hoe ziet God onze vraag, hoe ziet God het geheel, wat kan Hij en wat kan niet? Wellicht dat de Geest ons de dingen in een ander perspectief laat zien en ons de dingen anders laat beleven. In een boekje over het OV geschreven door Reinhardt Körnber vond ik deze voor mij troostende zin: “Jezus ziet God niet als het vangnet voor de kwade kanten in het leven, niet die je antwoord geeft op alle vragen, maar een ‘acrobaat als een grote vriend die mij begeleidt door de circustent van het leven Daarom geeft mijn gebed in relatie met God mij vrijheid, wijsheid, ruimheid van denken, vitaliteit en warmhartigheid.