19e zondag door het jaar (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 19e zondag · groen

Beste lezer,

De werkelijkheid.

Een paar maanden geleden hebben kranten en TV ons herinnerd aan een gebeurtenis van 30 jaar geleden: de drie weken durende gijzeling van 105 schoolkinderen en vijf docenten in een schoolgebouw in Bovensmilde. Pas sinds kort kunnen oud-leerlingen die het hebben meegemaakt elkaar zien. “Daarvoor konden ze in het dorp nauwelijks praten over de traumatische gebeurtenis.” Het drama kon het beste bezworen en vergeten worden door te zwijgen, dacht men. Dacht wie?

Dertig jaar zwijgen: geleidelijk durf je nergens meer over te praten. Dat werd dus dertig jaar praten over niets.

Dikwijls heb ik het volgende gehoord, en hebben sommigen van u het zelf ervaren:

Iemand heeft sinds kort een dierbare dode te betreuren. De weduwe, zullen we zeggen, loopt op de stoep en in de verte komt een familielid of goede bekende in haar richting. Opeens steekt die over naar de andere kant om aldus een ontmoeting te vermijden. Iemand die groot leed heeft meegemaakt, ga je het liefst uit de weg want je weet niet wat je moet zeggen. Dus zwijg je.

Gisterenavond was het negen jaar geleden dat het dode lichaam van Nicky Verstappen gevonden werd, tegen het invallen van de duisternis. En daarmee viel er ook een stilte die niet verbroken is. En de zon heeft nooit meer geschenen als voorheen.

Uit het bovenstaande blijkt dat die stilte bijna te verwachten was.

Wie legt die stilte op? Waarom ontwijken we wat er gebeurd is?

Zwijgen.

Spreken is zilver, zwijgen is goud, zeggen we heel wijs. Alsof we met zwijgen de situatie de baas zijn. In feite is dat bluf: wij zijn niets de baas. Maar als ik voor mij zou toegeven aan de stilte, zoals me dat is gevraagd, dan zou dat geen goud maar doodzwijgen zijn.

Oorspronkelijk betekende “zwijgen” ook “in zwijm vallen, bezwijken, zwichten”. Dat zijn vormen van zwakte of slapheid, veroorzaakt door een overmacht van buiten af. Zwijgen of zwichten is dan: wijken voor iets wat sterker schijnt te zijn, machteloos worden ten opzichte van iets of iemand waar je voor bezwijkt of aan toegeeft.

Hechte gemeenschap.

Met die uitdrukking wordt de Heibloem dikwijls omschreven.

Het woordenboek omschrijft “hecht” als: stevig aaneengevoegd, goed in elkaar gezet, bestand tegen aantasting; iets, dat rust op hechte grondsslagen, dat hecht en sterk gebouwd is; b.v. een hechte vriendschap, een hechte vrede.

Die omschrijvingen leren me dat er heel wat werk bij komt kijken: zoals aaneenvoegen, goed in elkaar zetten, stevig funderen, om een hechte gemeenschap te krijgen.

En natuurlijk is onderhoud van levensbelang, juist zoals een levend lichaam voeding nodig heeft.

Verbondenheid.

Vrijdag ben ik al vroeg opgebeld naar aanleiding van het artikel in de krant: of ik contact met de familie had. Een onderhoud dat ik later in het ziekenhuis met iemand had, begon met de vraag of ik het artikel gelezen had, en of ik nog contact met de ouders had. En als ik verder uit de buurt kom en mensen horen waar ik vandaag kom, is hun eerste vraag: “Heeft u nog contact met zijn ouders?”

In de krant schreef iemand over zijn ervaringen in de kerk: “Ik realiseerde me dat we nu allemaal met elkaar verbonden waren. Het was een ontroerende, milde gedachte. Ik zing in het koor. Als we dan met elkaar staan te zingen, ontroert dat. Zelfs mensen met wie ik wel eens een conflict heb gehad, staan mee te zingen. Dat stemt mild. Het brengt geestelijke rust. Zo voel ik me opgenomen in de hele mensheid. In verbondenheid met anderen voel je iets van God.”

Onderhoud.

Die woorden omschrijven heel mooi de gevoelens die nodig zijn voor het onderhoud van zo’n hechte gemeenschap: betrokkenheid, verbondenheid, begaan zijn met iemand die lijdt en ook, laten we dat niet vergeten, met de vreugde en het geluk van iemand. Daar aandacht voor hebben en, even onmisbaar, dat noemen er van houdt die hechte gemeenschap in stand. Dus niet aan de overkant gaan lopen!

Practisch: met elkaar praten, en soms nog meer, naar elkaar luisteren. Dàt doet het!

Niet het praten of luisteren over of een huis al verkocht is, over de moeilijkheden bij parkeren, over vervoer van renpaarden of zulke ditjes en datjes, maar over de zorg of de angst van iemand, wat er in iemand omgaat, wat iemand droomt voor zijn kinderen of kleinkinderen. Begaan zijn met de pijn, èn de vreugde van anderen. Begaan zijn : mee-gaan, niet alleen laten.

Zo ontdek je fundamenten, diepte, kracht en schoonheid in die hechte gemeenschap. Zo voel je je veilig met en bij elkaar. Je mag praten over wat je op het hart ligt, niet om te klagen, niet om iets te bewijzen. Praten niet om een drama op te lossen of om iemand te beschuldigen, dat is het werk van anderen.

Een gemeenschap die zich zelf wil onderhouden, slaat niemand over, sluit niemand buiten. En als er in zo’n gemeenschap gezwegen wordt, dan is het over dingen die je als echt goud heel zorgvuldig bewaart. Zoals de twee handen de aarde omvatten…

Zoeken in Preken Online