We krijgen in een week tijd via de media heel wat ellende voorgeschoteld. Het is heel wat, maar wennen doet het nooit. Vandaag zijn het mensen in nood door een of andere oorlog, morgen zien we een natuurgebied door chemische troep overspoeld en de volgende dag zien we kippen in een veel te klein hokje, met weinig veren en een afgeknipt snaveltje. Dan komt er toch iets in je op van: Dit mag toch niet, dit is toch niet goed! Ook al zou er niemand protest tegen aantekenen dan komt dat protest toch in ons op. Er zit iets in elke mens dat grenzen stelt aan wat mag en niet mag, iets wat we met z’n allen weten. Zo noemen we het ook: Geweten.
Het is waar: Er zijn mensen die zich nooit schijnen af te vragen wat mag of niet mag. Voor hen en juist voor hen zijn er wetten en regels opgesteld en is er een overheid die in de gaten houdt of ze zich daar aan houden. Zo niet dan gaan ze voor de bijl als het tenminste gezien wordt. Zelfs degene die goed weet wat kan en niet kan wordt soms door die regels van de wijs gebracht. Want als iemand, een overheid bijvoorbeeld, gaat voorschrijven wat nog wel of niet kan, dan houdt menigeen op met zich dat af te vragen; als niemand het ziet mag het. In Canada krijg je een boete van 250 dollar als je een papiertje uit het autoraam gooit. Dus zijn er slimmeriken die wachten tot niemand het ziet. In Nederland probeert de overheid geld te innen via snelheidscontrole. Nu vergeet menigeen dat het eigenlijk bedoeld is om de medeburger te beschermen. Meteen is het hek van de dam: Eerst een radardetector, vervolgens een radardetector-detector en nu is er ook al een radardetector-detector-killer. Het wordt een wedstrijd in slimmigheid. Het beroep op het geweten is verdwenen terwijl daar juist de ernstigste waarschuwing vandaan moet komen: mens, dier en milieu hebben we in handen om erg zorgzaam mee om te gaan. Gaan we over de schreef dan roept ons geweten ons ter verantwoording en wie daar te weinig van heeft moet eraan herinnerd worden.
Zoals er methodes zijn om aan de greep van de overheid te ontkomen, zo zijn er ook methodes om aan de greep van het eigen geweten te ontkomen. De zorg voor de noodlijdende medemens wordt afgewerkt met een paar keer per jaar een duit in een of andere collectebus, het milieu wordt beschermd door af en toe het oud papier aan de stoeprand te zetten, de dierenwereld wordt beschermd door de hond van de buurman te aaien. Het zijn vluchtpogingen die niet helpen.
Zorg voor mens, dier en milieu is iets dat nu eenmaal om voortdurende aandacht vraagt, waakzaamheid op elk moment. Wees waakzaam zegt ons het evangelie van vandaag danook. Op elk moment roept je geweten je ter verantwoording. De evangelist zet, net als onze overheid, er een boete op. Hij laat de trouwelozen zelfs onthoofden. Zo lijkt het alsof die zorgwet van buitenaf of van bovenaf ons wordt opgelegd en dan is niet zo. Het geweten zit in ons.
Al in het oudste deel van de Bijbel lezen we dat het godsvolk, net als zij nu, probeerde onder dat geweten uit te komen. Toen kwamen er wetten. Die hielpen niet of niet voldoende en daarom kunnen we lezen: Jahweh zorgde ervoor dat iedereen wist wat mag en niet mag, Hij legde zijn wetten in ons, in ieders hart. Der ongelovige heeft ook een geweten, maar geeft er geen naam aan. De gelovige doet dat wel: Het is God zelf in ieder van ons. Hij die wij erkennen als de schepper en behoeder van al wat leeft zit in ons hart. Dat is niet af en toe zo, dat staat niet toe de zaak op zijn beloop te laten: “Wees waakzaam en aandachtig, elk moment. Er is ons veel toevertrouwd, een zorg voor elk moment.