Je geld of je geluk! (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 18e zondag · groen

DE ERFENIS

‘Pas op voor elke vorm van hebzucht!’ zei Jezus. Hebzucht maakt een mens ongelukkig. Hoe komt het, dat wij het hier allemaal mee eens zijn, en dat we tòch allemaal ‘n miljoen willen erven?
Geld maakt niet gelukkig. Mensen die veel bezitten, vertellen het vaak. ‘Iedereen denkt dat ik gelukkig ben, ze moesten eens weten…’ ‘Je neemt niets mee in je graf!’ ‘In je doodshemd zitten geen zakken.’
Toch zal ik maar niet vragen, of iedereen de hand wil opsteken, die loten heeft van de postcodeloterij. Zeg niet dat u het om de goede doelen doet!
Een jongeman beklaagt zich bij Jezus omdat zijn oudere broer weigert hem zijn erfdeel te geven. Jezus waarschuwt hem. ‘Laat een ruzie met je broer je niet ongelukkig maken. Dat is het geld niet waard!'

ANGST

Geld is iets om achter de hand houden voor moeilijke tijden. Het is de illusie van een verzekerde toekomst, zoals de voorraadschuren uit de parabel. Het verlangen naar een hoge bankrekening wordt gevoed door de angst dat we eens de kracht niet meer hebben om voor ons zelf te zorgen.

GELUK

Geluk is het vermogen om niet te dwalen in de spookhuizen van de toekomst of door de kinderkamers van het verleden, maar om je hier en nu, over te geven aan het leven, aan God. Dus om híer in deze kerk, nú op dit ogenblik, er te zijn, ontspannen, blij dat je ademt, dat lieve mensen om je heen zitten, dat je de vogels buiten hoort fluiten en dat je met dit prachtige oude orgel mee mag zingen, dat het zondlicht door de wolken en die prachtig gekleurde ramen valt, dat ergens een kind speelt. Wat zouden we meer willen? Stelt u zich voor dat u hier op vakantie was, zomaar toevallig verdwaald… U zoudt thuis komen met enthousiaste verhalen. ‘Nu heb ik iets moois ontdekt. Een prachtige kerk met vriendelijke mensen. En we groetten na afloop elkaar, uit eerbied, omdat we allemaal door Gods kinderen zijn.’ De eeuwigheid begint niet later maar nu. Leef er niet overheen.

SCHENK DE ERFENIS

‘Leer toch eens van de vogels en de bloemen. Leer toch een van de kleine kinderen.’ ‘Ga naar je broer. Omhels hem. Schenk hem desnoods je erfdeel, dat zal je gelukkiger maken dan een ruzie die je nachten vergallen. Besteed geen negatieve energie aan wat je niet hebt en wat anderen allemaal wèl hebben.

KIJK!!

‘Kijk’, zei een oude heer in de kliniek, ‘kijk, wat ik al kan!’ Hij tilde zijn rechterbeen een beetje omhoog en boog zijn knie en hij straalde van vreugde. ‘En hoe gaat het met U?’
‘Kijk’, zei kleine Joris. ‘Kijk wat ik kan!’ Hij zette zijn handjes in zijn gezicht, trok met de wijsvinger zijn oogleden omlaag en met de duimen de mond in een grimas en hij kraaide van plezier.
‘Kijk’, zei de pauw en hij maakte trillend met zijn staart een voornaam geruis over de wei, draaide rond en zette een staart omhoog, zo indrukwekkend dat hij bij kunst en kitsch waarschijnlijk zou worden afgekeurd.
‘Kijk’, zei God, ‘je krijgt van mij dit ogenblik om er te zijn. Haal eruit wat erin zit. Geniet van wat voorhanden is.'

En als je dan toch een beetje nerveus bent, omdat je aftakeling vreest, dan koop maar eens stiekem een lot van de loterij maar besef dat het daar niet op aan komt. Als je werkelijk schatten wilt verzamelen dan doe maar wat waardevol is in de ogen van God. Laat je hart spreken. Wees lief!

DE ROBOT

Pieter en Roy waren dikke vrienden. Ze zaten allebei op voetballen. En ze hadden hun legosteentjes bij elkaar op een grote hoop gegooid om een ruimtestation te bouwen. Maar sinds gister liepen ze allebei alleen in de wereld rond. Met rode koppen. Met stugge stappen en boze ogen. Ze waren zondag samen naar een museum geweest. Daar werd een wedstrijd gehouden in robot-vechten. Pieter had voorop gestaan in de rij en Roy daarachter. Wel een halfuur. Vlak voor de kassa had Pieter zich gebukt om zijn veter te knopen. Roy was hem gepasseerd, kreeg een kaartje, wachtte op Pieter. En toen - je gelooft het niet - toen was Pieter de tienduizendste bezoeker. Hij werd toegesproken. Er werd geklapt.
Niemand wist dat Roy een half uur lang de tienduizendste in spe geweest was, en dat die stomme veter van Pieter het verschil had gemaakt. Pieter kreeg een prachtige robot. Roy was diep teleurgesteld. Iedereen stond om Pieter heen. Er kwam zelfs een foto in de krant. Hij telde niet meer mee.
‘Komen jullie eens hier!’ De juffrouw van de klas riep de jongens bij zich. ‘Ik heb jullie altijd als de dikste vrienden zien rondlopen en vandaag. Wat is er gebeurd?’ Stamelend begon Roy zijn verhaal. Pieter wilde hem een paar keer onderbreken. Zo was dat niet bedoeld! Het was puur toeval. Dat hele gedoe met de tienduizendste was toeval. De vriendschap was toch belangrijker dan die prijs! Als ze de robot nou eens op zolder zouden zetten bij de gezamenlijke legosteentjes. Voor in het ruimtestation!

Zoeken in Preken Online