Een belangrijk deel van elk mensenleven is gewijd aan het verwerven van bezit. Dat kan gaan om geld of goed, om kennis of kunde of om een combinatie daar van. We zijn daar niet allemaal even succesvol in, maar een zeker minimum is nodig om in het leven en zeker in het samen leven overeind te blijven. Een groot deel van de wereldbevolking moet in zo’n slechte startpositie beginnen dat het, ondanks alle ijver, nooit veel wordt.
Wij zitten met z’n allen aan de goede kant van de aardbol, waar het met dat bezit verwerven niet zozeer een kwestie is van of het lukt dan wel waar we de grens leggen: nu is het wel genoeg. Al weer zijn de verschillen groot omdat nu niet alleen de noodzaak drijfveer is, maar allerlei andere motieven gaan meespreken:
We sparen voor een huis met behulp van de bank of huren er eentje. De grootte wordt al gauw bepaald niet door nut of noodzaak, maar door het stille geloof dat er anderen zijn die nu jaloers zijn. Of dat zo is is zeer de vraag, want er zijn wel degelijk heel wat mensen die met weinig tevreden en gelukkig zijn. Daar zit je dan in je mooie tent. Eerst de zorg om het te verwerven en dan de zorg om het in stand te houden. Dan kan het moment aanbreken waarop iemand zich afvraagt waar doe ik het eigelijk voor, voor wie, alleen voor mezelf of is er nog iemand anders?
Ik heb eens drie dagen mogen meevaren op een jacht van 16 meter lang. De eigenaar was weduwnaar en had me uitgenodigd. Natuurlijk heb ik gezegd hoe geweldig het allemaal was. Wat was ik blij dat ik er na drie dagen vanaf mocht. Ik vroeg me af voor wie is dit ding eigenlijk? Toch niet alleen voor ons tweeën.
Wat voor bezit geldt, geldt ook voor kennis of kunde. Je doorloopt de muziekschool en het conservatorium en daarna nog een hoop privé-les. Heerlijk om goed piano of zoiets te kunnen spelen, want muziek is mooi. Alleen daarmee in een geluidsdicht hokje is toch niet uit te houden. Mag er misschien nog iemand van genieten?
Er zijn inderdaad mensen die beginnen en eindigen bij zichzelf, maar er zijn er ook die stilaan of plotseling ontdekken: Mijn schuur is vol, overvol, als ik er niet mee naar anderen ga bederft het, heeft het geen nut, geeft het geen vreugde. Zo iemand was Albert Schweitser. Hij was een superintelligent arts, filosoof, theoloog en ook nog eens een groot musicus. Daar had hij schatten mee verzameld tot hij op een dag besloot om op te houden met dat zorgen voor zichzelf. Hij ging naar Afrika, bouwde er een ziekenhuis en deed niets anders meer dan alles wat hij bezat aan geld en goed, kennis en kunde, te besteden aan de medemens. Af en toe kwam hij dan weer een concert geven of schreef een wetenschappelijk boek en besteedde de verdiende centen weer aan zijn medemens. Alles gebruikte hij daarvoor: zijn netwerk, zijn intelligentie, zijn geld. Daar heeft Jezus het nu vandaag over: “Hou toch op met dat te veel verzamelen voor jezelf; maak een beetje haast met er iets mee te doen voor de ander, morgen is je kans verkeken. Het Rijk Gods komt zo dichterbij niet alleen omdat medemensen gelukkig worden gemaakt, maar ook omdat je er zelf veel gelukkiger van wordt”. Daar is geld en goed, kennis en kunde voor nodig, maar vooral ook een moedig besluit.