17e zondag door het jaar (2004)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 17e zondag · groen

Beste Dorpsgenoten,

In de eerste lezing zijn we terug bij Abraham en zijn drie gasten. Nu spreekt de Heer over het kwaad dat er gebeurt in Sodom en Gomorra. En we hebben gehoord dat “de mannen op weg gingen in de richting van Sodom.” Maar de Heer bleef bij Abraham staan. Nog steeds blijven we in het duister omtrent wie wie is.

In het Evangelie treft het me wat Jezus zegt als hij de leerlingen voordoet hoe je moet bidden.

Als ik bid, begin ik meestal met “God.” Jezus daarentegen begint met : “Vader.” Dat drukt een veel nauwere verhouding en vertrouwelijkheid uit. En het eerste waar hij om bid is: “Uw Rijk kome.” Daar bedoelt hij iets mee als een visioen, niet een God die aan een kerk toebehoort maar een God die het diepgewortelde verlangen is dat leeft in iedereen, die geen leven heeft en toch gelooft dat echt, gelukkig leven ooit mogelijk wordt, dat blind verlangen dat eindelijk recht gedaan wordt aan mensen die geen rechten hebben, dat mensen naar wie niemand omkijkt, eindelijk mogen proeven wat genegenheid en aandacht zijn, dat er solidariteit is met mensen die buitengesloten worden.

Om die God, om zo’n koninkrijk gaat het als Jezus bidt. Wie vasthoudt aan het oude, aan wetten en rechten, en zich niet laat raken door dromen en visioenen van een betere wereld, die bidt wel tot God als hij het Onze Vader opzegt, maar die mist juist wat Jezus bedoelt met “Onze Vader.”

En je hoeft het Onze Vader niet letterlijk te bidden en je spreekt de woorden “Uw rijk kome” misschien wel nooit uit, om er toch naar te handelen. Als we kijken naar organisaties als Amnesty International, Greenpeace en veel anderen, dan horen we Jezus wel niet bidden, maar wel in actie. Want allemaal verkondigen zij, juist als Jezus, in woord en daad: Mensen, of je het gelooft of niet, die maatschappij, dat Rijk van God, dat komt er , dat komt er, daar kun je donder op zeggen. Geef dat geloof nooit op, want dat zou pas het einde van de wereld zijn.

Die hoop opgeven, dat is die bekoring waar het einde van het Onze Vader over spreekt.

Zo kunnen we bidden “Uw Rijk kome,” iedere keer als we een uitnodiging krijgen om bij te dragen aan een hulpfonds of als we een advertentie zien die ons herinnert aan een nood of een ramp ergens in de wereld, zoals in deze aan de ellende in Darfur, in Sudan, Afrika, waar een miljoen mensen op de vlucht zijn en waar er tienduizenden vermoord zijn.

Om het Onze Vader goed te kunnen bidden, hebben we de mentaliteit nodig die we uitgedrukt zien in de twee handen op de poster.

Dat het zo moge worden.

Zoeken in Preken Online