17e zondag door het jaar C - 2004

C-cyclus · Tijd door het jaar · 17e zondag · groen

Wie is God? Dat is één van de grote vragen die filosofen en theologen zich vaak stellen. Als Hij bestaat, hoe kunnen we ons Hem voorstellen. En velen zeggen dan: God is oneindig… goed! Maar wat betekent dat: oneindig? Is Hij overal aanwezig tot over de grenzen van onze begrippen heen? Veel verder dan het verste melkwegstelsel? Hoe kan dat allemaal? Kunnen wij Hem zien, ontmoeten, ervaren? Is Hij werkelijk iemand die boven alles staat, die de hele wereld in handen houdt?

We zullen er nooit toe komen echt te weten hoe God is, wie Hij precies is. Ik zou haast durven zeggen dat God geen god zou zijn als we Hem met onze geest zouden kunnen vatten.

Daarom vinden we in de bijbel nergens een precieze beschrijving van God. Als de Bijbel over God spreekt is dat gewoonlijk onder concrete beelden, menselijke voorstellingen die ons een klein beetje doen vermoeden wie God eigenlijk is. Hij is als een goede vader, als een herder op zoek naar zijn schapen, als de Samaritaan die zorg draagt voor een vijand… Hij is als Jezus die al goeddoende rondgaat…

We hebben zojuist de lezing gehoord uit het boek Genesis. Toen dat boek ontstaan is hadden de mensen een zeer menselijk beeld van God. De Goden uit de Griekse mythologie waren als supermensen, bijna altijd ‘begaafd’ met een zeer moeilijk karakter. De conflicten tussen de goden waren heel talrijk en de mensen die beneden op de aarde leefden waren gewoonlijk de slachtoffers van de grillen van de goden. Daarom wat het zo belangrijk dat de mensen probeerden goed te staan bij de goden.

In de bijbel verschijnt langzaam aan een andere God. Zo tijdens de dialoog tussen God en Abraham. Abraham denkt ook dat God een wraak nemende God is, zoals de heidenen dat allemaal dachten. Hij was ervan overtuigd dat God plannen maakte om de steden Sodoma en Gommora brutaal te vernietigen. Het knappe in het verhaal dat we zojuist gelezen hebben is dat de God uit de bijbel zich stilaan zal openbaren als een totaal andere God. Hij openbaart zich in een gesprek waarin Hij zijn hart toont. Hij is een God van erbarmen, van mededogen, van bezorgdheid om mensen.

Zo zal God zich stilaan openbaren als een God met een hart: een liefdevolle God waarvan Jezus zal zeggen dat Hij een Vader is. Geen tiran of machtswellusteling. Voor die tijd - en allicht ook nog voor de onze - is dit een geweldige openbaring. Iets totaal nieuws. De God van de bijbel heeft niets te maken met de goden die als superwezens haast altijd in conflict leefden met elkaar en met de mensen. Wee de mensen die slachtoffer werden van die rivaliteit. De Bijbel zal geleidelijk aan een God openbaren met een hart. En met Jezus krijgen we daarvan de volle openbaring.

Jezus brengt de boodschap dat God verzoening brengt. Niet zomaar in het ijle: Hij brengt verzoening onder de mensen. ‘Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan wie ons iets heeft misdaan.’ Verzoening is mogelijk omdat we in vertrouwelijke omgang met God kunnen komen. Hij is de God die Jezus Abba noemt, letterlijk papa.

Daardoor wordt bidden geen ingewikkeld en moeizaam proces. Het veronderstelt wel dat we ons Godsbesef vereenvoudigen. Dat is natuurlijk niet zo simpel en de apostelen beseffen dat. Daarom vragen ze aan Jezus: ‘zeg ons eens hoe wij moeten bidden.’ Sindsdien bidden generaties na generaties in alle mogelijke talen de woorden die Jezus ons geleerd heeft: Onze Vader.

Misschien moeten we met die woorden meer bewust proberen te bidden.

Ik en ervan overtuigd dat we zo zullen leren bidden. Vertrouwelijk kunnen omgaan met die oneindige God, waarover we het hadden in ‘t begin, dat is puur Evangelie, Blijde Boodschap.

Zoeken in Preken Online