17e zondag door het jaar C

C-cyclus · Tijd door het jaar · 17e zondag · groen

C16 Zo17 Gen 18,16-23;19,27-29; Kol 2:12-14; Luc 11,1-13.

Het samen gaan van rechtvaardigheid met barmhartigheid! Het is niet de 1° keer dat er in de wereld mensen, bewegingen of stromingen opduiken die het leven van medemensen vernielen. Het nazisme bracht 6.000.000 joden om. Het stalinisme doodde 9000000 Oekraïners. Vandaag zien we geweld gebruikt worden, niet om z. z. te verdedigen, maar om het te verheerlijken en door angst te zaaien almacht en wereldheerschappij te verwerven.

We vragen ons af: Zou men tegelijk rechtvaardig en barmhartig kunnen zijn tov mensen die je groot kwaad berokkenen ?

In Gen 18-19 lezen we over Abraham die Gods bondgenoot wordt om aan alle volken Gods heilsplan bekend te maken. Het is een verhaal als een toneelstuk Elkerlic, als een film, een roman…

De stad Sodoma is vergeven van misdadigheid. Er stijgen klachten tot bij God. Hij wil afdalen uit de hemel om na te gaan of die klachten wel gegrond zijn. Zo ja, dan zal hij de stad vernielen.

God komt aan bij Abraham. Ze trekken samen op onderzoek. Hij wil zijn plannen aan Abraham, zijn bondgenoot niet verbergen.

Abrahams neef, Lot, een rechtvaardige, woont met zijn gezin in de stad. Er moeten, volgens Abraham, toch wel goede mensen wonen. Hij wil God overhalen af te zien van dat onheilsplan. Hij vraagt God de stad te sparen: Bij verscheiden volken bestond de gewoonte met de misdadiger zijn familie, zijn volksgroep te straffen, uit weerwraak ook hen om te brengen. Mensen of volken durven soms onschuldigen samen met de schuldigen straffen.

Abraham is, van uit zijn vertrouwen in God, tot inzicht gekomen dat God én rechtvaardig én goed is.

Rechtvaardig, want hij veroordeelt, bestrijdt alle kwaad. Barmhartig, want Hij is bezorgd voor elke mens.

Abraham vraagt God: " Zou Jij Heer, de schuldigen willen vergeven zo er in de stad 50, 40, 30, 20 of 10 rechtvaardigen worden gevonden. Jij kunt toch geen rechtvaardigen straffen als zij niets misdaan hebben.

Telkens antwoordt God aan Abraham: “Ik zal de stad niet vernielen zo men 50,40,30,20,of maar10 rechtvaardigen vindt.

Tot overmaat van ramp worden er geen 10 rechtvaardigen gevonden. God besluit, volgens de schrijver, de boosdoeners te straffen, de goeden opdracht te geven de stad uit te vluchten. De rechtvaardige Lot met zijn gezin, vlucht de stad uit.

Een tijd later bekijkt Abraham de stad. Hij ziet een donkere rookwolk opstijgen waarin gans de misdadige stad haar straf heeft verdiend. De goeden echter zijn gered.

Een schoon verhaal maar toch hard. De bijbel schrijft veel over geweld. Men vertelt er ons over een klein volk dat dikwijls werd onderdrukt. Het smeekt God om op te treden tov de kwaaddoeners. Mensen aan wie kwaad wordt aangedaan, smeken dikwijls God om tussen te komen. Ze stellen zich dikwijls God naar hun beeld. Mensen kunnen streng, soms buitenmatig straffen en nemen gemakkelijk wraak. Ze verlangen soms boosdoeners te zien lijden vooraleer hen om te brengen. Kwaad met kwaad vergelden bestaat ook nu nog.

Mozes reeds riep een halt toe aan gedragingen van buitensporig straffen. Hij beperkte het straffen. Het werd: oog om oog,en niet 2 ogen uitsteken voor het kwetsen van 1 oog; Tand om tand en niet het ganse gebit voor schade berokkend aan 1 tand.

God openbaart zich geleidelijk, niet als afspiegeling van mensen maar als rechtvaardig en goedertieren tegelijk.

Rechtvaardig, want Hij verzet zich tegen het kwaad, wordt boos als mensen onrecht wordt aangedaan. Hij veroordeelt het kwaad, want het vernielt het leven van mensen.

Barmhartig, want Hij is bezorgd om iedere mens.

Volgens de profeet Jesaja 53 gaat God nog verder:

Hij beschrijft God als Verlosser, die zijn geliefde rechtvaardige dienaar zendt om de schuldigen te redden.

De onschuldige dienaar neemt het kwaad van de boosdoeners op zich. De geliefde dienaar smeekt God om vergeving van hun schuld. Ja, Hij heeft de schulden van velen op zich genomen en kwam op voor de opstandingen.

De evangelist Jo schrijft over Jezus, Gods dienaar, die, aan het kruis genageld, met een lans wordt doorstoken. Jezus neemt geen wraak. Hij smeekt zijn hemelse Vader om ontferming voor de boosdoeners:

“Vader, vergeef het hen want ze beseffen niet wat ze doen.”

Jo verwijst naar de profeet Zacharias en schrijft:

“Ze zullen opkijken naar hem die ze doorstaken.”

We stelden ons de vraag: ‘Kunnen we tegelijk én rechtvaardig én goed zijn tov mensen die ons groot kwaad aandeden ?’

Wij mensen groeien in vertrouwen op God. Zo was het met Abraham, zo ook met het volk Israël. Geleidelijk werd God erkend als én rechtvaardig én barmhartig.

Rechtvaardig, want Hij veroordeelt alle kwaad,

barmhartig, want bezorgd om iedere mens, ( ps 145).

Ook wij vandaag hebben het beeld dat we ons soms voorstellen over God te verlaten om Hem te ontdekken als én rechtvaardig én barmhartige, als Hij die verlangt dat wij worden zoals Hij,én rechtvaardig én barmhartig; dat ook wij leren vergeven aan hen die ons kwaad hebben aangedaan.

Zoeken in Preken Online