16e zondag door het jaar C

C-cyclus · Tijd door het jaar · 16e zondag · groen

16° zondag door het jaar-C - bedenkingen bij de evangelielezing

Lukas 10, 38-42 – het verhaal van Marta en Maria

Het kan interessant zijn even vanuit de verbeelding het verhaal van Marta en Maria wat verder te vertellen, en daar misschien wat ‘venijnige’ vragen bij te stellen:

Zou Jezus na zijn lezing en zijn uiteenzetting, en na een hartelijk hapje gegeten te hebben, tegen Maria en de andere luisteraars gezegd hebben: ‘Kom, we gaan nu samen afwassen en een handje toesteken bij Marta voor het opruimen van de tafel..?’ Want bij de afwas kan je ook goed praten met elkaar (dat had Hij in zijn eigen ouderlijk huis wel geleerd, toen Hij nog een kind was) – ja, daar worden soms over het leven en over het geloof zaken verteld die je aan tafel zomaar niet ter sprake durft te brengen…

Zou Jezus enige tijd daarna Marta en Maria ‘terug gevraagd’ hebben bij Hem thuis? En heeft Hij dan een ‘traiteur’ gevraagd, of een klein restaurantje afgehuurd..? Of zou hij die keer dan maar zelf chef-kok gespeeld hebben – kwestie van ook eens de andere kant van de gastvrijheid aan den lijve te ondervinden..? En zou Hij – terwijl Marta en Maria in de living wat zaten te keuvelen, dan ineens vanuit de keuken wat kribbig gevraagd hebben of ze nu toch eindelijk eens een handje wilden komen toesteken in plaats van daar zo rustig aan elkaars voeten te zitten bij een hapje en een drankje (‘Zo’n “koude pla” klaarmaken, dat kan jij toch bijzonder goed, Marta. En Ik heb daar geen verstand van…’)

Of zou Hij bij de uitnodiging van dat ‘terugvragen’ misschien een extra-kaartje gestopt hebben, met de mededeling dat iedereen heel welgekomen was, maar dat iedere gast vriendelijk verzocht werd zijn eigen lunchpakketje mee te brengen – ze zouden dan alles in het midden samen kunnen leggen en her-verdelen. Ik ben zeker dat zoiets lukt, schreef Hij er bij (we hebben dat al eens geprobeerd in open lucht voor vijfduizend mannen - vrouwen en kinderen niet meegerekend, en dat ging toen perfect!) Alleen voor de drank zal Ik zelf wel zorgen. Ik heb hier thuis in de kelder nog wat overschotjes liggen van die fameuze bruiloft van Kana. Ik heb van het koppel dat daar toen trouwde achteraf nog een paar flessen ‘Saint-Amour’ cadeau gekregen (verrukkelijke wijn, die wonder-wel bewaart!)… Die jonge gasten waren zo content dat ze daar als bij mirakel en door Mijn toedoen toch nog uit de penarie zijn geraakt…

Ik zit bij het nadenken over en bij het maken van een preek naar aanleiding van deze evangelielezing over Marta en Maria toch altijd wat ‘gewrongen’… Als je (zoals ik de laatste jaren) volop met de ‘diaconie’ bezig bent, en bijvoorbeeld bekommerd en bezorgd bent om de hoogstnoodzakelijke gastvrijheid waar zovele ontheemden in deze wereld koortsachtig naar op zoek zijn, dan voel je je toch altijd wel een beetje ‘gepakt’ door die strenge terechtwijzing van de bezige Marta. En van de weeromstuit ben je dan bewust of onbewust toch altijd geneigd om dat verhaal van Lukas 10, 38-42 heimelijk wat af te zwakken aan de Maria-kant, en snel wat bij te spijkeren aan de Marta-kant, zodat ze tenslotte (natuurlijk!) alle twee een beetje gelijk hebben – want zo’n wereldvreemde mens was Jezus nu toch ook weer niet. Hij wist goed genoeg dat, als er geen brood op de plank komt en geen boter bij de vis, enzovoort…

Het beeld van het **KRUISWOORDRAADSEL **helpt mij daar dan soms wat bij. Want hoe dan ook: het leven en het gelovig bezig zijn blijft een dagdagelijkse opgave en ook altijd voor een stuk een ‘raadsel’.

Dit beeld helpt mij om recht te doen aan het evangelie van deze zondag, dat ondubbelzinnig zegt: vergeet en verwaarloos toch in Godsnaam die ***verticale ***dimensie van het leven en het geloven niet, Marta! Anders krijg je jouw taak en jouw opdracht in het leven nooit goed ingevuld. Die twee aspecten, die Marta- en die Maria-dimensie moet je niet te snel ‘harmoniseren’ en op éénzelfde lijn zetten. Laat ze maar tegenover elkaar staan, de ene ‘horizontaal’, en de andere ‘verticaal’… Dat botst en wringt misschien een beetje af en toe, maar in die ‘kruis-vorm’ zijn ze perfect te combineren, en vullen ze elkaar zeer ‘christelijk’ aan…

Natuurlijk begin je normaal gesproken altijd met de ‘Horizontale opgaven’ – die dienen zich ’s morgens meteen al na het uit bed springen aan, je hebt er misschien al van te voren ’s nachts van wakker gelegen… Maar, Marta, laat dat geen eindpunt zijn, geen einddoel van jouw bezig zijn. Na elke horizontale oefening wacht er een reeks ‘Verticale opgaven’, en het invullen daarvan is minstens even belangrijk om iets van het raadsel van jouw eigen en van andermans leven te kunnen oplossen…

Over dat ‘leven in geëngageerd geloof’, en over dat ‘kruiswoordraadsel, schreef ik enige tijd geleden deze tekst:

Leven in geëngageerd geloof is als het oplossen van een kruiswoordraadsel.

Je begint horizontaal,

en overloopt de voorgeschreven opgaven één voor één; vult gaandeweg in wat je kan.

Het makkelijkst zijn een paar korte woordjes

of een enkel cliché hier en daar, die komen altijd terug.

De rest moet je voorlopig overlaten wegens te moeilijk,

geen flauw benul van, ik zie er geen doen aan, dat reikt boven mijn macht…

En dan ga je naar verticaal. En weer moet je van alles overslaan.

Het hele raadsel los je nooit alleen maar in één enkele richting op.

Maar een paar letters op de horizontale lijn

stellen je plots in staat een woord te vinden in de verticale richting – of omgekeerd…

Terwijl je invult moet je altijd het geheel in het oog houden.

Zo los je stilaan het kruiswoordraadsel van je leven een beetje op,

met zoeken en tasten, met mislukken en telkens opnieuw proberen.

Woord voor woord hoop je tenslotte het hele raadsel op het spoor te komen.

Maar helaas – er zijn nogal wat zwarte vakjes vooraf door de opdrachtgever ingekleurd

(de grote vragen, de eenzaamheid, de twijfel en de dood…) –

die moèt je wel overslaan;

geen mens krijgt die met zelf gevonden woorden

ooit helemaal tot op het einde ingevuld.

Leven in geëngageerd geloof is als het oplossen van een kruiswoordraadsel.

Het komt er op aan de juiste woorden en waarden te zoeken

en ze in het raadsel van je leven zorgvuldig in te passen.

Soms ga je vooruit met gissen en gokken

en schrijf je voorzichtig enkele letters bij in zachte voorlopige potloodschetsen.

Soms vul je iets heel zelfverzekerd in: Ja, dàt is het!

Vervelend wordt het pas wanneer een verkeerd woord, voor zéker ingevuld,

ineens door andere woorden hopeloos wordt overhoop gehaald.

Leven in geëngageerd geloof is altijd horizontaal én verticaal – in een perpetuum mobile.

Er is beweging en bewogenheid van boven naar beneden, van links naar rechts.

Er is de lijn van God naar ons – het Woord dat mens geworden is.

En omgekeerd de lijn van mens naar mens, het leven zoals het is…

Horizontaal is actie, inzet en engagement thuis en op het werk, in relatie en gezin,

in beweging en Kerk, in ontspanning en vrije tijd.

Verticaal is contemplatie, inkeer na de strijd, verwantschap zoeken met de Bron.

Zoeken naar diepgang, stil vallen, bezinnen, zingen, vieren en bidden,

je afvragen waarom en voor wie en voor wat…

Kerkmensen overal in Vlaanderen en over de wijde wereld

puzzelen sinds mensenheugenis altijd maar naarstig voort

aan de grote droom van vrede en gerechtigheid.

Ze doen het geduldig, persoonlijk en in groep, ze wisselen steeds weer van horizontaal naar verticaal.

En kijk hoe er stilaan waar die twee lijnen elkaar ontmoeten een kruis getekend wordt!

Een kruis van al wat pijn en moeite kost: je leven geven; breken en delen, doen wat niet kan.

Het grote raadsel van het mens-zijn dat Jezus van Nazareth zo radicaal en consequent

tot op het laatst heeft ingevuld.

Op het kruispunt van die twee lijnen, op het scherp van de snee heeft Hij geleefd en is gestorven.

Maar een kruis is ook altijd plus-teken van bevestiging:

de hemel en de aarde komen even rakelings elkaar nabij.

Zo leven is de moeite waard, zo groei je zienderogen tot een god-gelijke mens.

Je bent je leven aan het winnen, terwijl je jouw tijd er aan verliest;

je krijgt altijd veel meer terug dan je er ooit in hebt geïnvesteerd…

geert dedecker


OP ZOEK NAAR EEN HUIS IN TIJDEN VAN CORONA EN LOCKDOWN… - 4

Genesis 18,1-10a – ‘De Heer op bezoek bij Abraham’

Eens verscheen de heer aan Abraham bij de eik van Mamre, toen Abraham op het heetst van de dag bij de ingang van zijn tent zat. Hij sloeg zijn ogen op en zag plotseling drie mannen voor zich staan. Meteen liep hij van de ingang van zijn tent naar hen toe; hij boog diep en zei: ‘Indien ik genade heb gevonden in uw ogen, mijn heer, ga dan niet aan uw dienaar voorbij. Ik zal water laten halen; was uw voeten en rust hier onder de boom. Nu u bij uw dienaar bent zal ik een stuk brood voor u halen om u te sterken voor uw verdere reis.’ Ze zeiden: ‘Doe dat. Heel graag.’ Abraham ging haastig de tent in naar Sara en zei: ‘Neem gauw drie schepel fijn meel, kneed het en bak er koeken van.’ Daarna liep Abraham naar de kudde, zocht een lekker mals kalf uit en gaf het aan zijn knecht om het snel toe te bereiden. Toen bracht hij hun wrongel en melk, en het kalf dat hij had laten toebereiden, en zette hun dat alles voor; terwijl zij aten bleef hij bij hen staan, onder de boom. Toen vroegen ze hem: ‘Waar is Sara, uw vrouw?’ Hij antwoordde: ‘Daar, in de tent.’ Toen zei Hij: ‘Het volgend jaar, rond deze tijd, kom Ik bij u terug, en dan zal Sara, uw vrouw, een zoon hebben.’

Zonder gastvrijheid is er geen toekomst, zegt de Schrift…

De Schrift laat in het prachtige verhaal over de drie vreemdelingen op bezoek bij Abraham zonder meer verstaan: had onze aartsvader deze drie zwervers niet in zijn tent binnen gelaten en gastvrij ontvangen (had hij hen meteen teruggestuurd naar hun land van herkomst, bijvoorbeeld) – dan bestond Gods Volk al lang niet meer. Het zou bij Abraham en Sara doodgelopen zijn; er ware geen toekomst geweest voor hen, en dus ook niet voor ons én… voor God! Let wel: de gulle gastvrijheid waarmee Abraham de drie gasten bij zijn tent ontving, had niets te maken met het feit dat hij van te voren wist dat zij engelen waren of godsgezanten. Indien wel, dan zou aan zijn gastvrijheid een overduidelijke bijsmaak van opportunisme en eigenbelang hebben gekleefd. Maar neen – hij wist het niet. Hij dacht dat het ‘gewone’ zwervers waren, op tocht in de woestijn. Bezig zijn met een aards gebod als gastvrijheid is een hoogst belangrijke vorm van ‘gods-dienst’ en ‘eredienst’, zegt de Schrift. En een religieuze ervaring waarin men rechtstreeks met God in contact meent te komen, mag er nooit toe leiden dat we de mens die op ons beroep doet niet meer in ons blikveld toelaten.

‘Vier ingangen voor één tent’

Een Joodse legende bij dit Schriftverhaal over de drie vreemdelingen die op bezoek kwamen bij de eik van Mamre, vertelt dat Abraham direct nà de ontmoeting met de drie vreemdelingen alle tentzeilen van zijn huistent definitief heeft opgerold tot boven, en dat hij en Sara vanaf dit heilige moment, dit sacrament van ontmoeting, altijd ‘met open deuren’ hebben geleefd, gewoond, gewerkt en geslapen. Door dit radicale manoeuvre van ‘opening’ maken naar de toekomst, dit ‘aggiornamento’, dit Pinkstergebeuren avant la lettre, waren er ineens vier ingangen aan hun tent, met name een ingang aan elke zijde. Zo moest een bezoeker die uit het Oosten kwam, niet eerst helemaal rond de tent stappen om de toegang te kunnen vinden die misschien toevallig aan de westkant was* gelegen**…* Abraham organiseerde vanaf dit moment de ingangen van zijn tent op zulke manier, dat een bezoeker altijd rechtdoor kon stappen, om het even van welke zijde hij ook kwam. De plaats bij de eik van Mamre is vanaf dat moment een waarachtig kruispunt der wegen geworden,zegt het verhaal, een plaats van ontmoeting, van verbinding, verband en verbond. Van het oosten (de Jordaan) naar het westen (de Middellandse Zee), en van het noorden (Tyrus en Mesopotamië) naar het zuiden (Egypte) kwamen sindsdien allerlei mensen van allerlei volkeren, rassen en talen er naartoe – en ieder kon even op adem komen in die gastvrije tent van Abraham en Sara – om van daaruit een nieuwe toekomst tegemoet te gaan…

(Wanneer is de Kerk begonnen? Op het moment dat de leerlingen van Jezus besloten om de ramen en deuren van het Cenakel definitief open te gooien op de wereld. Zonder dat gebaar en die permanente houding van openheid en ontvankelijkheid kan er sindsdien van een Kerk-van-Jezus-in-Zijn-Geest geen sprake zijn, tweeduizend jaar geleden niet, en ook vandaag niet…)

‘Het onthaal van vreemdelingen is een grotere test voor het christelijke karakter van West-Europa dan het aantal zondagse kerkgangers’ (uit een lezersbrief van Jan Delrue uit Leuven, in Kerk&leven – 23/09/2015)

** “IN HET VOORBIJGAAN”**

Soms is een woord genoeg, zomaar in het voorbijgaan. Onder de luifel van vertrouwen, een ogenblik van aandacht dat herkenning biedt.

Vraag het aan Abraham die in de hitte van het middaguur drie stofferige vreemdelingen voor zijn tent vond. Vraag het de waterdraagster, de Samaritaanse, die werd aangesproken bij de bron. Vraag het de vrienden onderweg naar Emmaüs, met aan hun zij een onbekende. Want in de loofhut van ontmoeting en van wederzijds ontzag, ontstond een heilig ogenblik.

Gastvrijheid. Noem haar zegening of risico, zij blijft de eenvoud zelve. Zij aarzelt niet. Zij stelt geen vragen naar vermogen of gezindheid, maar ze gebeurt van harte en spontaan. En zij spreekt, waar ter wereld ook, eenzelfde taal. ‘Kom binnen, kom. Ga zitten. Zie wat ik hier nog heb: een stukje brood en wat te delen wijn. Een rustbank voor je gaat. En iets voor onderweg…’

Zalig wie altijd plaats voorziet in zijn bestaan, voor wie voorbijkomt, voor de onverwachte. Zalig wie in zichzelf gemoedelijk de lamp aanhoudt tegen de nacht van argwaan en vervreemding.

Kris Gelaude in ‘Voor wie verstilling zoekt’

Ik zal niet rusten

Psalm 132 vrij. Huub Oosterhuis / Antoine Oomen.

Ik zal in mijn huis niet wonen, ik zal op mijn bed niet slapen, ik zal mijn ogen niet dichtdoen, ik zal niet rusten geen ogenblik voordat ik heb gevonden:

een plek waar hij wonen kan een plaats om te rusten voor hem die God is, de enige ware. Ik zal in mijn huis niet wonen, ik zal mijn ogen niet dichtdoen, ik zal niet rusten geen ogenblik ik mag versmachten van dorst tot ik gevonden heb: een plek waar de doden leven de plaats waar recht wordt gedaan aan de verworpenen der aarde.

Voorbeden

Laten we bidden tot God, in wiens huis plaats is voor velen.

Om huizen waarin jong en oud op elkaar betrokken zijn in wederzijdse aanvaarding, behulpzaamheid en bemoediging.

Om huizen met open deuren naar de omgeving, haarden van gastvrijheid en schuilplaatsen voor de mensen die van huis en haard zijn verjaagd.

Om huizen waarin zieken, gehandicapten en mensen die zichzelf niet kunnen redden, verzorging en begeleiding ontvangen en waar ze gezelligheid kunnen beleven.

Om huizen en plaatsen waar jongeren hun vrije tijd kunnen doorbrengen met activiteiten die hen aanspreken, en waar ze spelenderwijs maatschappelijke vaardigheden aanleren.

Om huizen waarin de daklozen en zwervers beschutting vinden tegen de kou, een bed om te slapen, een tafel om te eten en mensen die naar hen luisteren.

Om huizen voor God, waarin gebeden en gevierd kan worden en waar mensen in de stilte hun noden en verlangens aan Hem kenbaar kunnen maken.

Heer onze God, in mensen komt Gij ons tegemoet, in hun gelaat kunnen wij U herkennen. Gij leert ons dat iedere vreemdeling die bij ons binnenkomt Uw profeet kan zijn, een engel, een boodschapper die zegt dat Gij nog altijd op zoek zijt naar een plek om bij de mensen te wonen. Wij willen daarom delen al wat wij hebben en zijn en zo samen werken aan een wereld waar ieder mensenkind kan thuiskomen en geborgen zijn. Amen.

(uit K. Pannekoek, Heel de wereld, p. 71)

Marc Chagall, Abraham en de drie engelen

VISIOEN DAT AANHOUDT

Een vader had twee zonen. De een was rijk, maar kinderloos. De ander had een groot gezin, maar was heel arm. Toen die vader stierf, liet hij zijn grondbezit aan zijn beide zonen na, ieder voor de helft. In de nacht van zijn begrafenis kon de rijke de slaap niet vatten. Hij dacht: wat mijn vader gedaan heeft is toch eigenlijk niet rechtvaardig. Ik ben rijk, mijn broer is arm. Hij hoort dus méér te krijgen dan ik. Laat ik maar opstaan en de grenspalen verzetten, zodat hij morgen een groter stuk land aantreft dan hij geërfd heeft. Ook de arme kon die nacht niet slapen. Ook hij dacht: wat mijn vader gedaan heeft, is toch eigenlijk niet rechtvaardig. Ik heb het grote geluk van veel dochters en zonen, maar wat heeft mijn broer?

In de rijkdom moet hij de vergoeding vinden voor zijn verdrietig gemis aan kinderen. Laat ik maar opstaan en de grenspalen verzetten, zodat hij morgen een groter stuk land aantreft dan hij geërfd heeft. Beide broers stonden op en gingen doen wat zij zich hadden voorgenomen. Op de grens gekomen die hun vader getrokken had, kwamen zij elkaar tegen en vielen elkaar in de armen. Op de plek waar dit gebeurde, is Jeruzalem ontstaan, de ‘stad van de vrede’! Dit is, dacht ik, een mooi verhaal. Maar waarom noemen wij het mooi? Niet omdat het waar gebeurd is, want het is natuurlijk niet waar gebeurd. Het verhaal is mooi, omdat het de eeuwige en onblusbare droom van de mensheid uitdrukt naar echte broeder- en zusterliefde, naar blijvende zorg voor elkaar.

(Uit een brief van Abel Herzberg, overlevende van de concentratiekampen, geschreven tijdens de Jom Kippoer-oorlog van 1973 aan zijn kinderen in Israël)

Lied “ Jerusalaïm”

1.Er is een stad voor vriend en vreemde diep in het bloemendal. Er is een mens die roept om vrede die mens roept overal.

Refrein: 
Jerusalaïm, stad van God
wees voor de mensen een veilig 
huis,
Jerusalaïm, stad van vrede
breng ons weer thuis.
  1. Er is een huis om in te wonen, voorbij het dodendal. Er is een vader met zijn zonen, zij roepen overal. (+ refrein)

  2. Er is een tafel om te eten, voorbij het niemandsland. Er is een volk dat wordt vergeten, dat volk roept overal. (+ refrein)

  3. Er is een wereld zonder grenzen, zo groot als het heelal. Er is een hemel voor de mensen dat hoor je overal. (+ refrein)

HINÉ MA TOV…

Psalm 133 - een bedevaartslied van David: ‘Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het, als broeders tezamen wonen…’

**Hiné ma tov umanaim shevet achim gam yachad Hiné ma tov umanaim shevet achim gam yachad

Hiné ma tov, hiné ma tov, Lai lai lai lai lai Lai lai lai lai lai Hiné ma tov, hiné ma tov, Lai lai lai lai lai Lai lai lai lai lai…**

** Frank Walka, Stuttgart**


Zonder gastvrijheid is er geen toekomst, zegt de Schrift…

Marc Chagall, Abraham en de drie engelen

De Schrift laat in het prachtige verhaal over de drie vreemdelingen op bezoek bij Abraham (Gen. 18, 1-10a) zonder meer verstaan: had onze aartsvader deze drie zwervers niet in zijn tent binnen gelaten en gastvrij ontvangen (had hij hen meteen teruggestuurd naar hun land van herkomst, bijvoorbeeld) – dan bestond Gods Volk al lang niet meer. Het zou bij Abraham en Sara doodgelopen zijn; er ware geen toekomst geweest voor hen, en dus ook niet voor ons én…voor God! Let wel: de gulle gastvrijheid waarmee Abraham de drie gasten bij zijn tent ontving, had niets te maken met het feit dat hij van te voren wist dat zij engelen waren of godsgezanten. Indien wel, dan zou aan zijn gastvrijheid een overduidelijke bijsmaak van opportunisme en eigenbelang hebben gekleefd. Maar neen – hij wist het niet. Hij dacht dat het ‘gewone’ zwervers waren, op tocht in de woestijn. Bezig zijn met een aards gebod als gastvrijheid is een hoogst belangrijke vorm van ‘gods-dienst’ en ‘eredienst’, zegt de Schrift. En een religieuze ervaring waarin men rechtstreeks met God in contact meent te komen, mag er nooit toe leiden dat we de mens die op ons beroep doet niet meer in ons blikveld toelaten.

‘Het onthaal van vreemdelingen is een grotere test voor het christelijke karakter van West-Europa dan het aantal zondagse kerkgangers’ (uit een lezersbrief van Jan Delrue uit Leuven, in Kerk&leven – 23/09*/2015)*

Een Joodse legende vertelt dat Abraham direct nà de ontmoeting met de drie vreemdelingen alle zeilen van zijn tent definitief heeft opgerold tot boven, en dat hij en Sara vanaf dit heilige moment van ontmoeting altijd ‘met open deuren’ hebben geleefd. Door dit radicale manoeuvre van ‘opening’ maken naar de toekomst, dit Pinkstergebeuren avant la lettre, waren er ineens vier ingangen aan hun tent, en dat kwam goed van pas. Zo moest bijvoorbeeld een bezoeker uit het Oosten niet eerst helemaal rond de tent stappen om de enige toegang te vinden die misschien toevallig aan de westkant lag… De plaats bij de eik van Mamre is vanaf dat moment een waarachtig kruispunt der wegen geworden, zegt het verhaal: een plaats van ontmoeting, van verbondenheid en samenhorigheid. Van overal kwamen sindsdien mensen van allerlei rassen en talen er naartoe – en ieder kon er even op adem komen, om van daaruit een nieuwe toekomst tegemoet te gaan.

Zou dit niet een schitterende droom zijn voor onze kerkgemeenschappen van vandaag en van morgen..?

WAT KUNNEN WIJ HIER DOEN VOOR ASIELZOEKERS, VLUCHTELINGEN EN NIEUWE MIGRANTEN?

10 TIPS VOOR BURGERS DIE HUN SOLIDARITEIT CONCREET WILLEN MAKEN

1: Zet je samen in met anderen – sluit zo mogelijk aan bij reeds bestaande initiatieven.

**2:Werk mee ineen bestaande vrijwilligerswerking van een opvangcentrum of lokaal opvanginitiatief. **

**3: Help zoveel mogelijk bij de integratie en inburgering van nieuwe migranten. **

4: Ondersteun vooral kinderen en jongeren op zoek naar toekomst.

5: Zoek mee naar woningen en degelijke huisvesting.

6:Wil je iemand thuis opvangen of zelf een woning ter beschikking stellen: maak goeie afspraken.

7: Help mee om gezinnen te herenigen.

8:Gebruik de sociale media en je eigen netwerk. Geef enkel goede en correcte berichten door.

9: Solidariteitswerkingenkunnen jefinanciële steun nu goed gebruiken.

10: Dring aan dat de politici iets doen aan de oorzaken van migratie.

Voor meer informatie: zie www.orbitvzw.be

geert dedecker


Viering PCB Brugge

16° zondag door het jaar - C

16-17 juli 2022

Lezing uit het Boek Genesis (18, 1-10a)

Eens verscheen de heer aan Abraham bij de eik van Mamre, toen Abraham op het heetst van de dag bij de ingang van zijn tent zat. Hij sloeg zijn ogen op en zag plotseling drie mannen voor zich staan. Meteen liep hij van de ingang van zijn tent naar hen toe; hij boog diep en zei: ‘Indien ik genade heb gevonden in uw ogen, mijn heer, ga dan niet aan uw dienaar voorbij. Ik zal water laten halen; was uw voeten en rust hier onder de boom. Nu u bij uw dienaar bent zal ik een stuk brood voor u halen om u te sterken voor uw verdere reis.’ Ze zeiden: ‘Doe dat. Heel graag.’ Abraham ging haastig de tent in naar Sara en zei: ‘Neem gauw drie schepel fijn meel, kneed het en bak er koeken van.’ Daarna liep Abraham naar de kudde, zocht een lekker mals kalf uit en gaf het aan zijn knecht om het snel toe te bereiden. Toen bracht hij hun wrongel en melk, en het kalf dat hij had laten toebereiden, en zette hun dat alles voor; terwijl zij aten bleef hij bij hen staan, onder de boom. Toen vroegen ze hem: ‘Waar is Sara, uw vrouw?’ Hij antwoordde: ‘Daar, in de tent.’ Toen zei Hij: ‘Het volgend jaar, rond deze tijd, kom Ik bij u terug, en dan zal Sara, uw vrouw, een zoon hebben.’

God komt meestal ‘incognito’ op bezoek bij mensen: onverwacht en ongepland. Hij vermomt zich het liefst als zomaar een mens op je weg, die schijnbaar toevallig voorbijkomt. Let dus goed op en wees aandachtig: in elke mens die je ontmoet, kan je iets van God op het spoor komen…

Of Hij bij ons langskomt, hangt niet zozeer van God af, maar van jou en van mij. Waar is God? God is daar waar men Hem binnenlaat… Aan de ingang van mijn tent, aan de deur van mijn hart en mijn geweten staat God geduldig te wachten tot ik open doe en Hem gastvrij wil ontvangen.

God vermomt zich vaak als een “engel”: een boodschapper, een ‘facteur d’ amour’. Hij heeft altijd goed nieuws mee van toekomst en uitzicht in uitzichtloze situaties. Nooit een veroordeling voor altijd, nooit een definitief vonnis. Wie God in zijn leven binnen laat, krijgt toekomst aangezegd. ‘We shall overcome…’ en ‘Vrede aan alle mensen van goede wil’ zingen de engelen altijd weer in de Bijbel.

Boodschap van vandaag voor de grote wereld en de samenleving: dit bijbelse verhaal van de drie vreemdelingen op bezoek bij Abraham en Sara, nodigt ons uit tot gastvrijheid, tot openheid voor het nieuwe, het andere, het vreemde en onverwachte. ‘Er bestaan geen vreemde mensen. Er zijn alleen mensen die ik nog nooit heb ontmoet…’ (M. Buber)

Boodschap voor ieder van jullie hier in de gevangenis: probeer van de ruimte van je cel en vooral van je hart en je geweten een plaats van vrijheid en openheid te maken. Niet in jezelf opgesloten blijven. Jezelf niet blijven vastzetten op het moeilijke verleden. Onthoud voorgoed: ‘De deur naar vrede en naar de toekomst kan je enkel openen aan de binnenkant…’

Lecture du livre de la Genèse (18, 1-10a)

En ces jours-là, aux chênes de Mambré, le Seigneur apparut à Abraham, qui était assis à l’entrée de la tente. C’était l’heure la plus chaude du jour. Abraham leva les yeux, et il vit trois hommes qui se tenaient debout près de lui. Dès qu’il les vit, il courut à leur rencontre depuis l’entrée de la tente et se prosterna jusqu’à terre. Il dit: «Mon seigneur, si j’ai pu trouver grâce à tes yeux, ne passe pas sans t’arrêter près de ton serviteur. Permettez que l’on vous apporte un peu d’eau, vous vous laverez les pieds, et vous vous étendrez sous cet arbre. Je vais chercher de quoi manger, et vous reprendrez des forces avant d’aller plus loin, puisque vous êtes passés près de votre serviteur!» Ils répondirent: «Fais comme tu l’as dit.» Abraham se hâta d’aller trouver Sara dans sa tente, et il dit: «Prends vite trois grandes mesures de fleur de farine, pétris la pâte et fais des galettes.» Puis Abraham courut au troupeau, il prit un veau gras et tendre, et le donna à un serviteur, qui se hâta de le préparer. Il prit du fromage blanc, du lait, le veau que l’on avait apprêté, et les déposa devant eux; il se tenait debout près d’eux, sous l’arbre, pendant qu’ils mangeaient. Ils lui demandèrent: «Où est Sara, ta femme?» Il répondit: «Elle est à l’intérieur de la tente.» Le voyageur reprit: «Je reviendrai chez toi au temps fixé pour la naissance, et à ce moment-là, Sara, ta femme, aura un fils.

Habituellement Dieu rend visite aux hommes “incognito”: inattendu et imprévu. Il préfère se déguiser en une personne qui passe par hasard sur votre chemin. Donc vous devez faire toujours attention: dans chaque personne que vous rencontrez, vous pouvez trouver quelque chose de Dieu…

Qu’il vient nous rendre visite ou non, ça ne dépend pas tellement de Dieu, mais de toi et moi. Où est Dieu? Il est là où on le laissé entrer… À l’entrée de ma tente, à la porte de mon cœur et de ma conscience, Dieu attend patiemment le moment où je m’ouvre et je le reçois avec hospitalité.

Dieu se déguise souvent en un “ange”: un messager, un “facteur d’amour”. Il apporte toujours de bonnes nouvelles en ce qui concerne l’avenir et les perspectives dans des situations désespérées. Jamais une condamnation définitive, jamais un jugement final. Celui qui laisse entrer Dieu dans sa vie, se voit offrir un avenir certain. “We shall overcome…” et “Paix à tous les hommes de bonne volonté”, c’est ça que chantent toujours les anges dans la Bible.

Message d’aujourd’hui pour le grand monde et la société: cette histoire biblique des trois étrangers qui rendent visite à Abraham et Sara, nous invite à l’hospitalité, à l’ouverture au nouveau, à l’autre, à l’étrange et à l’inattendu. “Il n’y a pas des personnes étranges. Il n’y a que des gens que je n’ai jamais rencontrés … “(M. Buber)

Message pour chacun d’entre vous ici en prison: essayez de faire de l’espace ‘mentale’ dans votre cellule et surtout dans votre cœur et dans votre conscienc. Il faut garder ouvert un lieu de liberté et d’ouverture. Ne reste pas enfermé dans toi-même. Ne continuez pas à vous fixer au passé difficile. Rappelez-vous pour toujours: “La porte de la paix et de l’avenir ne peut être ouverte que de l’intérieur…”

Reading from the Book of Genesis (18, 1-10a)

The LORD appeared to Abraham by the terebinth of Mamre, as he sat in the entrance of his tent, while the day was growing hot. Looking up, Abraham saw three men standing nearby. When he saw them, he ran from the entrance of the tent to greet them; and bowing to the ground, he said: “Sir, if I may ask you this favor, please do not go on past your servant. Let some water be brought, that you may bathe your feet, and then rest yourselves under the tree. Now that you have come this close to your servant, let me bring you a little food, that you may refresh yourselves; and afterward you may go on your way.” The men replied, “Very well, do as you have said.”

Abraham hastened into the tent and told Sarah, “Quick, three measures of fine flour! Knead it and make rolls.” He ran to the herd, picked out a tender, choice steer, and gave it to a servant, who quickly prepared it. Then Abraham got some curds and milk, as well as the steer that had been prepared, and set these before the three men; and he waited on them under the tree while they ate.

They asked Abraham, “Where is your wife Sarah?” He replied, “There in the tent.” One of them said, “I will surely return to you about this time next year, and Sarah will then have a son.”

God usually visits “incognito” his people: unexpected and unplanned. He prefers to disguise himself just as a person on your way, apparently passing by. So pay close attention and be careful: in every person that you meet, you can find something from God…

Whether He comes to us or not, depends not so much on God, but on you and me. Where is God? God is there where we let Him in… At the entrance of my tent, at the door of my heart and my conscience, God is waiting patiently for me to open my door, and to receive Him hospitably.

God often disguises himself as an “angel”: a messenger, a “facteur d’ amour”. He always has good news about the future and prospects in hopeless situations. Never a final judgment, never a condemnation for all time. Whoever who lets God into his life, him or her is given a future. “We shall overcome …” and “Peace to all people of goodwill”, that’s the song the angels always sing in the Bible.

Today’s message for the big world and the society: this biblical story of the three strangers visiting Abraham and Sarah invites us to hospitality, to openness to the new, the other, the strange and the unexpected. “There are no strange people. There are only people I never have met … “(M. Buber)

Message for each of you here in prison: try to change the space of your cell, and especially the space of your heart and conscience in a place of freedom and openness. Don’t stay locked in yourself. Don’t keep fixing yourself to the difficult past. Remember forever: “The door to peace and to the future can only be opened on the inside…”

De geschiedenis van de eekhoorn en de snoek…

Er was eens..

een eekhoorn die in een boom woonde.

Op zekere dag werd er op de deur geklopt.

De eekhoorn deed open

en tot zijn grote verbazing zag hij een … snoek.

“Wat moet die hier?” vroeg de eekhoorn zich verbaasd af,

“die hoort hier toch niet thuis?”

Eigenlijk voelde de eekhoorn

zich heel ongemakkelijk,

wist hij niet goed hoe te reageren

en was hij zelfs een beetje bang.

Toch dacht hij na over hoe hij

de snoek het best kon ontvangen.

En om alvast maar

met de gastvrijheid een begin te maken,

liet hij zijn bad vol lopen.

Zo zou die vreemde snoek zich

vast en zeker meteen in zijn element voelen…

L’ histoire de l’ écureuil et du brochet …

Il était une fois …

un écureuil qui vivait dans un arbre.

Un jour, on frappa à la porte.

L’écureuil a ouvert

et à sa grande surprise, il a vu un… brochet.

“Qu’est-ce que cet étranger fait ici?” se demanda l’écureuil avec surprise.

“Il n’appartient de tout façon pas à notre famille?”

L’écureuil se sentait réellement très mal à l’aise,

et il ne savait pas comment réagir.

Il avait même un peu peur.

Mais il pensait encore à la façon dont il pourrait quand-même

recevoir le brochet d’ une manière charmante.

Et pour commencer avec l’hospitalité,

il a rempli son bain.

Comme ça l’étrange brochet pourrait certainement

se sentir dans son élément tout de suite…

The story of the squirrel and the pike…

There was once…

a squirrel who lived in a tree.

One day there was a knock at the door.

The squirrel opened

and to his great surprise he saw a… pike.

What is this stranger doing here?” the squirrel wondered in surprise.

“He doesn’t belong here?”

Really, the squirrel felt very uncomfortable,

And he didn’t know how to respond to his difficult situation.

And he was a little bit anxious.

But despite everything he still thought about

how he could receive the pike at the most hospitable way.

And in advance to make a start with hospitality,

he filled his bath.

So the strange pike would certainly

feel in his element right away…

Zoeken in Preken Online