Ja, we zijn in vakantieperiode, de tijd dat velen op reis gaan en hopen overal gastvrij ontvangen te worden. De beide lezingen van deze zondag hebben het ook over gastvrijheid. Abraham die in de woestijn drie vreemdelingen gul onthaalt en Martha en Maria die Jezus en zijn leerlingen in hun huis ontvangen.
De bijbel laat er geen twijfel over bestaan: gastvrijheid is enorm belangrijk. Abraham en Sarah worden voor hun gastvrijheid beloond door de aankondiging van de geboorte van Izaak. Martha slooft zich uit om aan Jezus en zijn gevolg de best mogelijke zorgen te besteden. Maar uit wat Lucas schrijft, zou je de indruk kunnen krijgen dat Jezus dat uitsloven niet helemaal apprecieert. Martha wordt terechtgewezen.
De meesten onder ons, en zeker de dames, voelen zich wellicht kwaad worden bij zoveel onrecht. Stel je maar eens voor dat Martha mee bij de groep rond Jezus was komen zitten om net als Maria mee te luisteren. Het hele gezelschap zou vlug honger en dorst gekregen hebben. Ze hadden dan beslist beide zussen scheef bekeken voor zo’n gebrek aan gastvrijheid. Maar stel dat die beide zussen zich in de keuken hadden teruggetrokken en helemaal geen aandacht hadden besteed aan het verhaal van hun gast, was dat dan gastvrij? Zou het voor iemand die je komt opzoeken niet veel belangrijker zijn een echt luisterend oor te vinden, liever dan een overvloed aan versnaperingen?
Als doe-mens heb ik zelf toch altijd gevonden dat er iets niet klopt in dit verhaal. Hoe kon Jezus het eigenlijk goedvinden dat Maria alle zorgwerk aan haar zus overliet? Vond Hij dan echt dat er niet moest gehandeld worden en alleen maar geluisterd, gebeden en gemediteerd?
Eigenlijk hebben de kerkelijke liturgisten ons wat op het verkeerde been gezet door dit deel van het Lucasevangelie op twee achtereenvolgende zondagen te laten lezen.
Voor wie het zich nog herinnert, begon de evangelielezing vorige week met de vraag van de schriftgeleerde over het verwerven van eeuwig leven. Jezus vertelde toen de parabel van de barmhartige Samaritaan. Het daadkrachtig en efficiënt optreden van die vreemdeling werd in contrast geplaatst met het vluchtgedrag van de priester en de leviet. En al konden die zich allebei verschuilen achter hun ambtsverplichtingen in de tempel, toch liet Jezus er geen twijfel over bestaan, wie van de personages de juiste keuze maakte. Maar onmiddellijk aansluitend horen we in dat zelfde hoofdstuk hoe Maria werd geprezen met haar keuze voor niet-zorgen. Dat is toch inconsequent?
Eigenlijk is dat heel consequent. Want net als de priester en de leviet in het eerste verhaal zich verschuilen achter hun ‘plichten’ om niet te helpen, verschuilt Martha zich achter haar ‘plichten als vrouw’ om niet actief naar Jezus’ boodschap te gaan luisteren.
Als we die beide verhalen als één geheel bekijken, merken we dat Lucas ons op meesterlijke manier wil aantonen dat het hier niet gaat om de keuze tussen twee houdingen, maar om het naast elkaar zetten van de beide als gelijkwaardig en dus even hard nodig. Niet of-of maar wel en-en.
In onze huidige overgestresseerde samenleving zijn we allemaal geneigd vooral doe-mensen te zijn. Maar allemaal voelen we aan dat we onszelf soms voorbijlopen en dat we ons moe, uitgeblust en leeg voelen.
Horen we de roep om onthaasting niet alsmaar luider klinken? Het gaat hier trouwens om méér dan onthaasting. Overal zien we hoe de nood aan zingeving alsmaar groter wordt. Misschien is juist die stress in een schijnbaar zinloos leven een verklaring voor het steeds groeiend aantal zelfdodingen hier bij ons?
En er steekt in dit verhaal nog meer! We zien hoe Jezus Maria prijst omdat ze actief deelneemt aan een diepgaand gesprek over dingen die God aanbelangen. Dat was in Jezus’ tijd absoluut ongehoord. Vrouwen hadden een zuiver dienende rol en moesten zich vooral niet met hogere, meer spirituele dingen bezig houden. Jezus doorbreekt ook hier weer een groot taboe door nog eens duidelijk aan te tonen dat vrouwen absoluut gelijkwaardig zijn aan mannen, op alle vlakken. Die stellingname stond zodanig haaks op de opvattingen van zijn tijd, dat ook de apostelen en hun opvolgers het er moeilijk mee hadden en soms nog hebben. En in hoeverre hebben wij, vooral de mannen, het daar misschien ook nog wat moeilijk mee?
Lucas durfde het wel in zijn evangelie te schrijven.
Maar wat doen wij daar nu allemaal mee, in ons eigen leven?
Heel dit verhaal is een oproep om evenwichtige aandacht zowel voor God als voor de medemens, voor de actie als voor de bezinning, voor de inbreng van mannelijke als vrouwelijke benadering van het leven.
Pasklare recepten kan ik niet geven. Want wij zijn allemaal verschillend, zowel in aanleg als in levensomstandigheden. Er wordt hier van ieder van ons een creatieve inspanning gevraagd.
Als we ons leven van elke dag eens bekijken stellen we vast dat er voor ‘spiritualiteit’ weinig of geen tijd overblijft. We lijken al onze tijd nodig te hebben voor werk en ontspanning. Maar als we wat kritisch en met creativiteit en discipline onze dagindeling eens overlopen, blijkt er heel wat mogelijk.
Zo hoorde ik een paar weken geleden nog, in een tv-heruitzending van Ten huize van kardinaal Danneels aan Frieda Van Wijck uitleggen hoe hij elke dag een uur de tijd neemt voor stilte, bezinning en gebed. Toch heeft de kardinaal heel wat te doen.
Op haar vraag naar meer uitleg over dat bidden, gaf hij als beschrijving: het is eenvoudig God binnenlaten in je denken. Het is alsof je in de zon gaat zitten en je gewoon door Gods aanwezigheid laat beschijnen.
Laten we alvast beginnen met ons dagelijkse tijdsgebruik eens grondig te bekijken om daar ruimte te vinden voor wat stilte. Tijd om bewust te zoeken naar evenwicht tussen actie en bezinning. Tijd om thuis te komen bij ons zelf en bij God. Het hoeft helemaal geen uur te zijn. God staat altijd klaar voor ons als wij maar willen komen.
En zelfs woorden zijn daar niet bij nodig.