Een testamentwoord is heilig

C-cyclus · Tijd door het jaar · 15e zondag · groen

Om nu voor één keer negatief te beginnen: wij beleven vandaag in het Westen een echte devaluatie van het woord. Wij spelen met spelling en schrijf wijze. Mensen spelen met woorden, met contracten en beloften en geloften. Dat is maar een vodje papier! Dat is erg, want zodoende weten mensen niet meer waar ze staan en wat ze aan elkaar hebben. Ze weten niet meer of hun toekomst veilig is, of hun geheim wordt bewaard, of de andere mens nog betrouwbaar is. Ze zijn er helemaal niet zeker van, dat een voorstel dat alleen maar een voorstel is niet als een beslissing de wereld wordt ingestuurd… Zodat het niet eens de kans krijgt ernstig besproken te worden. Zo ontstaat er onder mensen een grondig wantrouwen. En zo is het uiteindelijk geen samen-leven meer.

Daarom doet het goed iemand te beluisteren die het woord zeer ernstig neemt, voor wie het woord de moeite van het onthouden waard is. Natuurlijk komt dat uit een zeer ver verleden en is het voor velen onder ons daarom alleen al verdacht… Wat kan Deuteronomium ons leren?

Dit soort vragen stellen we ten onrechte, denk ik. Het woord is te belangrijk om het te vergeten. Dat beseffen we het scherpst als een woord ons kwetst en vernedert, als een woord ons slaat en doodt Als het ons angst geeft en ons veroordeelt. Dan pas weten we de waarde van het woord. Het zou ons dus ook kunnen helen en verheffen, zalven en doen leven, bevrijden van angst en de veroordeling opheffen. Dat wisten mensen de eeuwen door. Dat weten we ook vandaag. Wij wachten allemaal op het goede woord. Liefst van iemand die ons liefheeft, van iemand in wie wij ons vertrouwen hebben gesteld. Als die het goede woord spreekt, dan gaat voor ons de deur van het leven open. En dat gebeurt nu vandaag in Deuteronomium. Daarom wordt gewaagd om dit goede woord binnen te laten zodat het ons geheugen voedt, ons hart boetseert, zodat wij het verder spreken. Hou dit woord vast, hou het in de buurt van je gemoed. Laat het je geest bewonen. Leef ervan.

Dat is allemaal mooi, heel mooi zelfs. Toch is daarmee niet het voornaamste gezegd. Het voornaamste is, dat dit woord ons veel durft vragen, heel veel zelfs maar nooit het onmogelijke! De geboden zijn niet te zwaar, ze liggen binnen uw bereik, ge kunt ze volbrengen. Dat staat hier nu zo gewoon op dit blad. Ik had het beter in hoofdletters geschreven!!! Wij zouden ze ook best op de voorpagina schrijven van elk handboek over ethiek, bij het begin van elke encycliek, als hoofd boven alle kerkelijk ‘herderlijk’ schrijven. Waarom? Omdat het een gouden sleutelwoord is. Het is zelfs een criterium om te weten of iets van God komt. Als iets ondoenbaar is, is het niet van God. Als het niet bevrijdt maar bezwaart, is het niet van God.

Dat zegt ons zeer veel over wie onze God is. Hij vraagt veel van het volk dat Hem toebehoort, Hij waagt zelfs alles maar niet het onmogelijke. In die spanning situeert zich elke morele vraag: moraal vraagt aan de mens dat hij wordt wat hij nog niet is en dat hij doet wat hij nog niet doet. Zonder dat is er geen moraal: moraal is altijd uitnodiging en oproep. Het gaat met de mens tot aan de hoge grens van zijn mogelijkheden maar het gaat nooit over die grens. Dat is Deuteronomium, dat is Joodse wijsheid. Dat wil ik graag een plaats geven in mijn hart en mijn mond. Ik besef, dat het mij tot vreugde brengt en van mij een vrij mens maakt

Ik zal het gedenken in de vele ethische discussies vandaag: we mogen en moeten aan onszelf en aan elkaar durven vragen moeite te doen om mens te worden. Dat is de logica zelf van de mens die op het goede zint. Maar die logica heeft zijn grens: als het ondoenbaar is, houdt het ethisch discours op. De draagkracht van de mens beslist mee over het mogelijke goede, over wat goed is en kwaad.

Taalkundig is het misschien het duidelijkst: een moraal die van God komt, mag ons niets meer vragen dan… alles!

Zoeken in Preken Online