Jezus had kunnen antwoorden: ‘Je naaste is elk redelijk schepsel dat bestemd is om deel te hebben aan de eeuwige zaligheid.’ Dat staat te lezen in een catechismus van vele eeuwen na Hem. En het is nog juist ook. Of Hij had kunnen zeggen: ‘Om je naaste lief te hebben moet je hem rechtvaardig behandelen en dus geven wat hem toekomt; doe voor iedereen gelijk.’ Ook dat is juist. Nog een ander mogelijk antwoord: ‘Als je een sukkelaar langs de weg ziet liggen, moet je hem verzorgen.’ Alweer kan iedereen het daarmee eens zijn. Dat zijn gezonde principes.
In al die gevallen zou het verhaal van de barmhartige Samaritaan alleen maar een illustratie zijn, een concreet voorbeeld voor wie niet sterk is in abstract denken. Dat is het echter niet. Het levert geen praktische toepassing van een algemeen principe. Het tegendeel is waar: hier wordt een streep getrokken door alle principes en normen. Juist daarom is het zo storend. Hier geldt niet de algemene regel, maar het totaal onverwachte, wat niet gepland of voorzien is. Niet het verstand beslist hier, maar het hart.
Zowel voor de leviet als voor de priester en de Samaritaan komt het voorval totaal onverwacht op hun weg. Ze hebben alledrie andere plannen. De leviet en de priester laten hun plannen niet doorkruisen. Ze ‘storen’ zich niet aan de half dode langs de weg. Van de Samaritaan wordt niet gezegd dat hij met de juiste principes en normen door het leven gaat. Wel staat er dat hij medelijden krijgt - letterlijk: ‘hij werd in zijn ingewanden gegrepen’. Juist zoals de vader in de parabel van de verloren zoon, of zoals Jezus bij het zien van de weduwe die haar enige zoon ten grave draagt. En dat ‘gegrepen zijn’ maakt alles anders.
De Samaritaan gaat meteen tot de daad over. Er volgt een reeks werkwoorden: hij treedt op hem toe, giet olie en wijn op zijn wonden, verbindt ze, legt hem op zijn rijdier enzovoort. Ook de dingen die de Samaritaan bijheeft, dienen nu allemaal om die man te verzorgen, zelfs zijn geld. Hij handelt niet vanuit principes, maar vanuit een bewogenheid, een ‘gegrepen zijn’ door het lot van die sukkelaar.
Zo zal die parabel voor altijd overeind blijven. Hij is taaier dan de heiligste principes. De kern van het verhaal is: niet jij bepaalt wat je hoort te doen, maar het toeval dat zelfs je nobelste plannen kan doorkruisen. En dat is pas echt storend. Over onze principes zijn we per slot van rekening zelf de baas. Over het toeval niet. Dat ontglipt ons. Daarom juist is het toevallig, niet gepland en niet voorzien. Maar het is wel beslissend.
De Samaritaan handelt niet vanuit principes, maar vanuit zijn buik. De ellende van die man, die daar toevallig ligt, grijpt hem in zijn diepste wezen. Echte liefde is inderdaad geen zaak van het verstand, maar van het hart. Principes en normen zijn daarvan afgeleid. Ze kunnen kil en hard worden als ze helemaal loskomen van de bewogenheid die oprijst uit het hart.