Ieder voor zich en God voor ons allen. Ik kreeg dit thema omdat hij dit al jaren meemaakte in zijn leven. Ieder voor zich. Dit is iets wat pijn kan doen, je eenzaam maakt. Ook privacy is vandaag het belangrijkste in de omgang met elkaar. Men is zo bang voor het schenden van iemands privacy, dat je langs elkaar heen leeft. Dat je niets van elkaar weet. Informatie wordt er niet gegeven vanwege de Privacy. Je mag ook niemand aanspreken op zijn gedrag, voor je het weet heb je een mes in je lijf, wordt je in elkaar geslagen. Iedereen leeft zijn eigen leven. Samenleving? Samen leven? Bestaat niet meer. Op elkaar letten in de straat, elkaars huis in de gaten houden heet Sociale Controle en men wil niet gecontroleerd worden. Vroeger kon je nog hulp krijgen bij je buren, moest je even weg? De buur lette wel op je kinderen. Even naar het ziekenhuis? Er was wel iemand in de straat met een auto. Je ging als buren af en toe samen een kopje koffie drinken, ook gewoon samen op straat. Je pakte een stoel en ging er gewoon bij zitten. Onder dat koffie drinken sprak je met elkaar, besprak je elkaars problemen, hielp je elkaar, je stond voor elkaar klaar. Dat zie je niet meer, kan niet meer. Iedereen is druk met zichzelf. Aan je buren vragen hoe het echt gaat, wordt gezien als nieuwsgierigheid, bemoeizucht. Vandaag weet je amper hoe je buurman heet, laat staan wat hij doet. Wat weet je van zijn gezin? Niets. Dan hoor je dat iemand al weken, maanden is overleden voordat men hen mist, voordat men gaat kijken waar zij zijn gebleven.
Zegt Jezus niet tegen ons : Gij zijt geheel anders? Betekent dat niet dat wij anders moeten zijn? Anders zijn, volkomen anders. Dat wij wel belangstelling hebben voor de ander, onze buren. Je er niet bij neerleggen dat zij je links laten liggen, want u bent anders. U moet als gelovige anders zijn. Op die manier laat je zien dat je bij Christus hoort, Christus volgt. Je moet proberen in de ander iets van Christus zelf te ontdekken. Jezus dwingt ons, spoort ons aan om voor de ander te zorgen. Niet van ieder voor zich en God voor ons allen.
Jezus wil dat wij de ander niet links laten liggen. Wil niet dat wij ons ook houden aan ‘iedereen voor zich" maar dat wij de ander opzoeken. Laten zij u links liggen, voelt u zich eenzaam ondanks de mensen om u heen? Legt u zich daar niet bij neer. Want gij, gij zijt geheel anders.
Hoe anders? Laten wij luisteren wat Jezus zelf daarover te vertelen heeft. Laten wij naar Jezus luisteren wat Hij hierover te vertellen heeft.
Lucas 10:30-36
Vaak wordt deze gelijkenis uitgelegd dat dit over naastenliefde gaat. Maar het gaat over meer. Het gaat over systemen die niet kloppen. In Jezus tijd draaide het ook om regeltjes. Velen denken dat alles draait om het precies houden aan regeltjes. Zo staat het er en zo is het. Daar houd je je aan. Deze opvatting wordt in de overbekende gelijkenis van de barmhartige Samaritaan op de korrel genomen.
Het verhaal laat zien hoe van je wordt verwacht met elkaar om te gaan. Het gaat Jezus niet alleen om de mensen te léren wat goed is, maar Hij dringt er op aan om de daad bij het woord te voegen: doe wat goed is, zoek het goede te doen. Zoeken we echter verder in het verhaal, dan zien we dat het niet bij deze moraal blijft. Jezus openbaart in dit verhaal ook een aantal ‘geheimen’ van het Koninkrijk van God en laat bovendien iets zien van wie Hijzelf is.
Dan vertelt Jezus dit overbekende verhaal. En ik wil alleen even kijken naar de reactie van de priester.
Een man reist van Jeruzalem naar Jericho. Een tocht van bijna 30 kilometer door een onherbergzaam gebied. Een weg die men het liefst zo snel mogelijk aflegt vanwege de hitte en de dievenbenden die de omgeving onveilig maken. Ook deze man wordt overvallen. De dieven beroven hem van alles wat hij heeft en takelen hem ook nog behoorlijk toe. Ze laten de man bewusteloos en bloedend achter. Er is voor hem maar één hoop: dat er snel iemand zal langskomen en hem zal helpen. De eerste persoon die langs komt is een priester. De priester behoort tot een rijke maatschappelijke klasse en hij rijdt ongetwijfeld op een ezel. Immers, van een rijke verwacht je niet dat hij 30 kilometer door de hitte te voet aflegt. Hij kan dus niet zeggen dat hij niet kon helpen vanwege transportproblemen. Bovendien is hij rijk genoeg om eventuele andere kosten te kunnen betalen. Het verhaal is zó opgezet dat de priester geen enkel excuus kan hebben. Zijn probleem is dat hij niet weet wat voor iemand daar op de grond ligt en ook niet weet of die persoon zijn naaste is of niet.
Wat zegt de rabbijnse wet over je naaste!De rabbijnse wet geeft als definitie van de naaste: de zoon van je eigen huis dat een aanduiding is voor ‘volk’. Als de bewusteloze man behoort tot het volk van de priester, dan is de priester plicht hem te helpen. Maar als hij dat nu niet is? Hoe kan hij het te weten komen?
In het Midden-Oosten kun je iemand herkennen aan zijn kleding, aan zijn spraakgebruik. Dus als je met iemand kunt praten en kleren kunt bekijken, dan kun je uitmaken of hij ‘een van jou is’ of niet. Bijna altijd kun je een buitenlander als buitenlander kennen aan de manier waarop hij Nederlands spreekt, ook al hij dat nog zo vloeiend. In het Midden-Oosten gaat dat zelfs zo dat men kan zeggen uit welk dorp iemand komt op basis van kleren en spraak. Maar in dit geval zit de priester met een probleem de man langs de weg is bewusteloos en z’n kleren, voor zover aanwezig, zullen door de knokpartij amper herkenbaar zijn gewaad. De man is onherkenbaar: de man langs de weg is nu enkel en alleen een mens in nood!
De priester raadpleegt in gedachten het kaartsysteem van de wet als handboek voor ethisch handelen, om de kaart te vinden die hem precies duidelijk zal maken wat de wet zegt precies duidelijk zal maken wat de wet zegt op de vragen: ‘Is deze mijn naaste of niet?’ en: ‘Wat zijn mijn verplichtingen?’ Als de man nog leeft, maar sterft waar de priester bij is, dan wordt de priester besmet en moet hij volgens de wet zijn mooie en dure kieren scheuren. Als de man al dood is, dan besmet hij eveneens vol diezelfde wet de priester die daarna zal moeten terugkeren naar. Jeruzalem om zich te laten reinigen, een procedure die een week in beslag neemt. Gedurende die week verdient hij niets. Hoeveel van ons den iemand willen helpen met het risico dat je er een week inkomsten bij inschiet? De priester staat voor een moeilijke keus. Bovendien de man langs de weg zou wel eens iemand kunnen zijn dat niet tot zijn volk behoort en dus niet zijn naaste is. Hij zou een buitenlander kunnen zijn. Dan hoef je hem zeker niet te helpen. De priester gelooft in feite dat het wettische systeem hem een oplossing kan bieden voor elke vraag met betrekking tot zijn taken voor God. Alles kan menselijk worden beredeneerd en verklaard op basis van een set voorschriften en verboden. Op dat wettische systeem gaat de priester af. Dat moet hij wel, want hij gelooft er in, hij maakt er zelf deel van uit. Het verhaal is dan ook niet in de eerste plaats bedoeld als kritiek op de priester, maar op het systeem waarvan de priester zelf het slachtoffer is. Het is een systeem dat de Mozaïsche wet heeft verwrongen en er de kern heeft uitgehaald. Want het is deze wet die samengevat kan worden met de simpele woorden: heb God boven alles lief en je naaste als jezelf. Jezus komt met dit verhaal,deze gelijkenis in opstand tegen het wettisch denken, de vaststaande regels wie je wel of niet moet helpen . Jezus komt hiermee ook in opstand tegen ons huidig systeem van “Ieder voor zich en God voor ons allen” Hij laat met deze gelijkenis zien dat Hij niet wil dat wij ons neerleggen bij het alles overheersende gebod van Privacy. Een gebod dat onze medemenselijkheid vernietigd. Wij moeten de naaste zijn van hen die ons omringen. Ieder voor zich en de privacy tot het hoogste gebod rekenen is wettisch denken. Daar moeten wij mee ophouden. Wij moeten omzien, belangstelling tonen, meeleven met de ander. Maar wij moeten niet denken dat we het alléén wel afkunnen, dat we geen helper nodig hebben. Nee, wij zijn afhankelijk van God: de Schepper van de wereld, maar ook de Herschepper. Hij komt van buitenaf in ons kleine en benauwde wereldje en wil ons veranderen en onze manier van denken. Hij geeft ons de opdracht “anders"te zijn. Met Zijn hulp kunnen wij “anders” zijn. Anders in omzien naar elkaar.
Amen