Evangelieprikje (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 15e zondag · groen

Stel je voor dat je je ganse leven ingezet hebt voor de Wet van Mozes en opeens komt daar - uit het heidense Galilea nog wel - een profeet die heel veel succes heeft, maar het niet altijd zo nauw neemt met de Wet. Geef toe, je zou dat ook niet plezant vinden … Het is in deze gemoedsgesteldheid dat we de wetgeleerde uit het verhaal van vandaag vinden. Hij wil zelf de proef op de som nemen en stapt op Hem af. Hij stelt Jezus een vraag waar Hij zelf op het antwoord op weet, dus duidelijk niet uit interesse maar om te kijken wat Hij daar gaat op antwoorden. Het antwoord van Jezus past echter niet helemaal in het beeld van een profeet die zich niks aantrekt van de Wet want Hij verwijst juist naar die Wet. Jezus heeft door wie er voor Hem staat en laat hem zelf antwoorden op zijn vraag. Maar kennis alleen is niet voldoende, het moet ook nog in praktijk omgezet worden: “doe dat en u zult leven”. Het is niet alleen een antwoord op de vraag naar leven na de dood, het is ook een antwoord op de vraag wat echt leven is voor de dood: God en je naaste beminnen. Om niet compleet door de spreekwoordelijke mand te vallen, stelt de wetgeleerde dan maar de vraag wie de naaste is. Wat volgt is niet een theoretisch antwoord, maar een zeer gekend verhaal.

Een man valt in handen van rovers en wordt halfdood achtergelaten. En priester en een leviet passeren maar laten hem liggen. Het is één van dat verguisde volkje, die Samaritanen, dat hem helpt. Dat is heel kort het verhaal. Wanneer dit verhaal verteld wordt, zijn nogal wat mensen heel vlug met het excuseren van de priester en de leviet: wie in de tempel werkt, mag niet in aanraking komen met bloed, dat maakt hen onrein. Ik wil toch maar even zeggen dat Jezus dit niet opneemt in zijn verhaal, Hij geeft hen geen excuus om niet te doen wat van een naaste verwacht wordt. Ze zien de man liggen want ze gaan er in een boog omheen, we kunnen dus ook niet zeggen dat ze hem niet gezien hadden. Hij spreekt er ook geen veroordeling over uit, Hij vertelt gewoon een verhaal om te antwoorden op de vraag wie de naaste is. En dan komt een Samaritaan, de schandvlek van het joodse volk, hij stopt en verzorgt de man. En alsof dat niet voldoende is, brengt hij hem ook nog op zijn eigen rijdier naar een plaats waar hij kan genezen en vergoedt hij diegenen die hem zal verzorgen. Tot zover het verhaal. En opnieuw laat Jezus de wetgeleerde antwoorden op zijn vraag, alhoewel. De oorspronkelijke vraag : wie is mijn naaste wordt vervangen door hoe kan ik naaste zijn voor anderen. “Het is hij die barmhartigheid getoond heeft”, moet de wetgeleerde, waarschijnlijk enigzins beschaamd, antwoorden. En opnieuw zegt Jezus: ga en doe dan evenzo.
Dit is niet alleen een les voor een wetgeleerde van twintig eeuwen terug, het is ook een les voor ons. Wij mogen onszelf niet zomaar de titel “naaste” opkleven, je wordt maar iemands naaste als je er oog voor hebt, als je een luisterend oor biedt als het nodig is, een schouder misschien om op uit te huilen, als je die mens in nood helpt, … Er is het mooie spreekwoord: “in nood leert men zijn vrienden kennen”, in deze context zou ik daar willen van maken: “in nood leert men zijn naaste kennen”. Die naaste is niet ver weg, hij is er gewoon op onze levensweg. En natuurlijk is het veel plezanter om te fuiven, op te gaan in een fictieve wereld van chatten of science fiction op TV, om om te gaan met mensen die tip top in orde zijn want zij vragen geen persoonlijk engagement. Wie zich het lot aantrekt van mensen aan de kant, halfdood op de weg, … begint aan iets waar geen einde aan komt want er zullen er altijd nieuwe zijn. Dat is misschien waar, maar het is ook een uitgelezen manier om die holle geloofsbelijdenis “God houdt van jou” inhoud en kracht te geven. Wie zich het lot aantrekt van anderen, krijgt geen vrijgeleide in het leven, maar mag er zeker van zijn dat hij er niet alleen voor staat: er is namelijk nog iemand van wie we weten dat Hij barmhartig is, nl. onze hemelse Vader. Op de grootste crisismomenten van het joodse volk heeft Hij zich over hen gebogen en hen nieuw leven gegeven. En die liefde voor mensen beperkt zich niet tot onze gelijkgezinden, ook moslims, boeddhisten, vrijzinnigen, …, turken, marokkanen, … horen daarbij. Naaste worden van iemand heeft niks met afkomst of godsdienst te maken, het heeft alles te maken met Gods liefde voor de mens.

Is het niet onmenselijk om dat te vragen aan mensen? Neen, want dit verhaal zegt niet dat we de noodlijdenden moeten gaan zoeken, als we zouden beginnen met diegenen die we op onze levensweg vinden, dat zou al fantastisch zijn, diegene die meer kunnen mogen natuurlijk, maar beginnen met diegenen die we zomaar in de schoot geworpen krijgen, is al een zeer goed begin.
Bovendien zegt dit verhaal ook dat we de hulp van professionelen kunnen inroepen. Enkel oog hebben voor, oor hebben naar en dan hen bij de hand nemen … zo kan je naaste worden! En zo zie je hoe een vraag over het hiernamaals een antwoord krijgt dat te maken heeft met het leven hier en nu. Misschien moeten we eens ophouden om daar zo’n onderscheid in te maken?

Naaste ben je niet …
naaste, dat word je …
dat leert het evangelie ons van vandaag.
Heer, help ons naaste te worden
van de berooide en beroofde mens die Gij op onze weg plaatst,
welke huidskleur of overtuiging ook.

Zoeken in Preken Online