Naastenliefde hebben we allemaal wel hoog in het vaandel staan, We vinden het een heel belangrijke christelijke waarde dat mensen die in de knel zitten geholpen worden. Onze samenleving wordt wel harder, soms ook echt liefdelozer, en toch zie je allerlei vormen van naastenliefde, hulp aan medemensen, nog volop gebeuren, misschien wel meer dan we in de gaten hebben. En toch zouden wij ons wat vaker de vraag moeten stellen: wie is eigenlijk mijn naaste?
Dat vroeg die farizeeër ook: wie is mijn naaste? Jezus antwoord met een verhaaltje dat een heel concreet voorbeeld geeft, maar aan het eind ervan draait hij de vraag om: wie was een naaste voor de man die overvallen was. De brave priester en de brave leviet duidelijk niet, want die liepen in een boog om hem heen. En ze meenden een goed excuus daarvoor te hebben, want als de man dood was en zij hem aanraakten, dan waren ze onrein en konden ze geen dienst doen in de tempel. Maar die Samaritaan liet zijn hart spreken en die hielp.
Jezus’ verhaaltje heeft iets ironisch, een beetje venijnig, want de joden keken neer op de Samaritanen, In hun ogen was het een minderwaardig volk, en juist een Samaritaan was een naaste voor de gewonde man.
De farizeeër vroeg: wie is mijn naaste? Je moet je naaste beminnen als jezelf. Jezus had kunnen zeggen: elke mens waar ook ter wereld is jouw naaste en je moet medelijden hebben met alle mensen die het moeilijk hebben, alle mensen die te lijden hebben aan armoede, honger of verdrukking. Dat is natuurlijk best mooi maar tegelijk is het zo vaag en algemeen dat het in feite vaak weinig of niets te betekenen heeft.
Om medelijden te hebben met mensen in Soedan, is niet zo moeilijk. Om wat hulp te bieden met een financiële bijdrage, is ook niet zo moeilijk. Het is en blijft een ver van mijn bed show. Maar naastenliefde is heel wat meer dan een soort algemeen gevoel van medelijden: het vraagt dat je zelf als naaste in beweging komt. Daarom draait Jezus aan het eind van zijn verhaaltje de vraag ook om: wie was een naaste voor de man die overvallen was, wie kwam in beweging en deed concreet wat voor die man.
En die vraag moeten wij ook onszelf stellen: voor wie kan ik een naaste zijn? Naastenliefde is een mooi woord en een belangrijke waarde, maar je naaste zoek je niet uit die kom je tegen op je weg. Goed zijn voor mensen die je leuk en aardig vindt, is geen kunst maar misschien kom je iemand tegen die je helemaal niet aardig vindt en die toch met of zonder woorden een beroep op je doet. Loop je dan in een boog om hem heen, of laten je je hart spreken?
Goed doen op een moment dat jou goed uitkomt, is geen kunst, maar misschien wordt je hulp gevraagd, met of zonder woorden, op een moment dat je helemaal niet uitkomt. heb je dan allerlei excuses om het niet te doen of laat je je hart spreken?
Voor wie kan ik een naaste zijn? Ben ik alleen een naaste voor de mensen van wie ik heel veel hou, of ook bijvoorbeeld voor het zwarte schaap in de familie, misschien in de vorm van het geven van hulp, wellicht veel meer in de vorm van hem of haar niet veroordelen?
Ben ik alleen een naaste voor de buurvrouw met wie ik goed overweg kan, of ook bijvoorbeeld voor een knorrige oude tante die buiten mij praktisch geen familie heeft en heel eenzaam is, en die ik een groot plezier doe door haar nu en dan op te zoeken?
Ben ik alleen een naaste voor mijn vriend die in het ziekenhuis ligt of ook bijvoorbeeld voor die man die in het bed ernaast ligt en die nooit enig bezoek krijgt, maar die het heel fijn vindt als ik even met hem praat?
Voor wie kan ik een naaste zijn? Soms voor mensen ver weg, bijvoorbeeld als ik een kind in de derde wereld financieel steun zodat het naar school kan en zo kan werken aan een betere toekomst. Maar meestal betreft het mensen dicht bij, mensen die je ontmoet in je dagelijkse bezigheden, in je omgeving.
We komen allerlei situaties tegen waarin mensen op de een of andere manier in de knel zitten. En steeds is er de vraag: Kun jij hier een naaste zijn? Dat zal lang niet altijd kunnen, maar misschien hebben we wel eens te vlug excuses om er in een grote boog omheen te lopen. Maar dan lopen we ook voorbij aan het voornaamste gebod dat Jezus ons heeft meegegeven.
Vijftiende zondag door het jaar (2004)
C-cyclus · Tijd door het jaar · 15e zondag · groen