De Heer zendt zijn leerlingen uit.
Twee aan twee.
Met de precieze opdracht:
“Verkondig: het Rijk Gods is nabij”.
Niets, geen materiële bezittingen,
geen geld, geen reiszak,
niets mag hen tegenhouden.
De opdracht van de Heer heeft een dringend karakter.
Er is haast bij.
De oogst staat rijp.
De oogst is ook niet voorbehouden
aan zijn elite-leerlingen, de twaalf.
Jezus zendt ál zijn leerlingen die Hij heeft.
En Hij zendt ze uit naar al de plaatsen
waarheen Hijzelf van plan was te gaan.
Het lijdt geen twijfel dat deze zendingsopdracht
voor ieder van ons geldt.
Jezus zelf is de eerste gezondene van de Vader.
Hij heeft ons de liefde van de Vader verkondigd.
De liefde van de Vader voor alle mensen.
Jezus zelf is het gezicht van God dat naar ons kijkt…
Jezus heelt en geneest mensen,
zowel naar ziel als naar lichaam…
Jezus bemint, verzorgt en geneest:
de stommen spreken weer,
de blinden zien weer,
de verlamden lopen weer…
Elke dag opnieuw vult Jezus het tekort aan liefde aan,
het grote tekort in de wereld…,
het tekort dat alles ontregelt, verziekt en kapot maakt…
En de levenshouding van Jezus werkt aanstekelijk…!!!
Massa’s mensen volgen Hem
en vragen zich af of Hij niet die grote Messias is
die het aanzicht van de aarde zou veranderen.
Christen-zijn, in de voetstappen van de Heer treden,
is geen vrijblijvende zaak.
Christen ben je als je deze liefde van de Vader
verkondigt aan alle mensen die je ontmoet.
Christen ben je als je
voor die liefde van de Vader uitkomt.
Het is een dringende opdracht die geen einde kent.
Liefde kent geen grens en geen maat.
De oogst is groot.
In iedere tijd, ook in onze tijd, is de nood groot.
Zéér groot.
Men zoekt, men snakt,
men kijkt uit naar een nieuwe levensstijl.
Wanneer wij in deze wereld
die niet bepaald uitblinkt in menselijkheid,
de liefde van de Vader willen beleven,
dan zullen wij zéér kwetsbaar zijn.
Wij zullen ons voelen als schapen tussen wolven.
Christen-zijn is leven met het hart,
leven vanuit het hart.
ledere mens, iedere situatie met zijn hart benaderen.
Dit betekent dat wij
met mensen zullen meelijden en meevoelen.
Dit betekent dat wij zullen
lijden, afzien en gekwetst worden.
De weg die Jezus wilde gaan, en waarop Hij ons uitzendt, is ook voor ons de weg die leidt naar Jeruzalem,
de plaats waar Hij gekruisigd werd.
Het kruis van de liefde zal ook ons erfdeel zijn. Machteloosheid, ontgoocheling,
ondankbaarheid en onbegrip zal ons deel zijn.
En toch blijven wij
de dwaasheid van het kruis verkondigen, zegt Paulus.
Maar in het opnemen van ons kruis
ligt ook onze komende vreugde.
Dan zal de vreugde en de vrede van de Heer
ons hart vervullen.
Voor al de noden van de wereld,
voor al de noden van het menselijk hart
is er maar één oplossing,
één menselijke en één christelijke oplossing:
het geven van onszelf.
Mensen zijn geneigd een eigen thuis op te bouwen.
Een thuis waar het gezellig is.
Men sluit de deur voor de kou,
voor de hardheid van de wereld.
Men sluit de vensters,
men schuift er warme gordijnen voor,
men zorgt voor een romantische sfeer…
Men voelt zich veilig, rustig, zo knusjes in zijn thuis.
Maar christenen houden stééds
één venster open naar de wereld,
zodat de nood van de anderen steeds zichtbaar blijft. Christenen houden hun deur open
zodat mensen in nood stééds kunnen binnenvallen.
Ze sluiten zich niet op in hun wereldje
maar trekken de wereld in
om met hun hart de anderen een thuis aan te bieden.
God heeft ons liefgehad tot de dood toe.
Laten ook wij werkers van de oogst worden!
Laten ook wij de mensen liefhebben…
Ook al is het geen gemakkelijke weg,
het is wel de weg die leidt naar het eeuwig leven…