14e zondag door het jaar C

C-cyclus · Tijd door het jaar · 14e zondag · groen

De lezingen van vandaag vormen een mooi tweeluik en geven daarmee een beeld van het leven zoals het vaak is.

In de eerste lezing uit de profeet Jesaja klinken woorden van bemoediging, van troost en zelfs van tederheid. De evangelielezing daarentegen laat een ander geluid horen: daar worden de leerlingen uitgezonden, weggestuurd, weg uit de zekerheid en de geborgenheid. Een heel ander verhaal.

Jesaja spreekt woorden van bemoediging tot een volk dat het niet meer zag zitten. De ballingschap was voorbij maar Jeruzalem, beeld voor het Joodse volk, slaagde er maar niet in om zich te herstellen van de nederlagen die het ondergaan had. De profeet nodigt uit zich aan God toe te vertrouwen en doet dat met verschillende mooie beelden vol tederheid.

Eén van die beelden is dat van een moeder die haar kindje borstvoeding geeft. Het roept de ervaring op van totale geborgenheid, veiligheid, eenheid en harmonie. Dat is het wat de Heer ook ons belooft als wij ons aan Hem durven en willen toevertrouwen. Zoals een moeder troost, zo zal Ik u troosten, klinkt het ook nog. En dat zal ons tot innerlijke rust en vrede brengen.

Dat is echter niet het einde van het verhaal. Christenen zijn niet geroepen tot cocooning, tot zich veilig nestelen in de geborgenheid van een veilige kring. Neen, daarom is het evangelie vandaag opnieuw een mooie aanvulling: Jezus zendt mensen uit. Zij en wij moeten wegtrekken, op weg naar anderen, op weg de wereld in en dat is geen wereld van rozengeur en maneschijn. Nee, we worden gezonden als schapen tussen de wolven: niet echt bemoedigend als je het mij vraagt. Dat zal Jezus ook wel beseft hebben en misschien is het daarom wel dat Hij zijn leerlingen twee aan twee voor zich uit zendt. Elke leerling krijgt een tochtgenoot mee voor onderweg en die kan wisselend zijn naargelang de situatie: een partner of een goede vriend of vriendin, een collega met wie het klikt, een goede buur, iemand in de hobbyclub en in het ziekenhuis een medepatiënt of medewerker van welke discipline dan ook bij wie je je op je gemak voelt. Twee aan twee worden we gezonden om de vrede mee gestalte te geven.

Dat op weg gaan moet gebeuren vanuit een groot vertrouwen en een grote onthechting want “neem geen beurs mee, geen reiszak, geen schoeisel”. Het lijkt wel of hier gezegd wordt: vertrouw maar op de goddelijke voorzienigheid. Het gaat over een grondhouding van overgave en innerlijke vrijheid waartoe we uitgenodigd worden zonder naïef te moeten zijn.

Vanuit de houding van openheid en vertrouwen mogen we anderen tegemoet treden en als eerste woord een woord van vrede spreken. En wordt die vrede niet aanvaard, laat het dan niet aan je hart komen, zegt Jezus, en schud het stof af van je voeten. “Het is wat het is”, horen we vandaag soms zeggen, en met die realiteit moeten we omgaan.

Woorden van troost en tederheid én woorden die ons op weg zetten.

We zouden de boodschap van de lezingen van vandaag niet beter kunnen samenvatten dan in het volgende citaat van Anselm Grün:

“God schenkt ons als moederlijke God geborgenheid,

als vaderlijke God geeft Hij ons een rechte rug.”

Dat het ons mag gegeven zijn om vanuit het geloof in zijn nabijheid en aanwezigheid onbevangen op tocht te gaan en vrede te brengen.

En - om het met de woorden van Kris Gelaude te zeggen -

de mens te worden die Hij geroepen heeft

om in de vloed te staan van lief en leed.

En namens Hem te worden:

altijd iemands tochtgenoot.

Amen.

Zoeken in Preken Online