13e zondag door het jaar C - 2004

C-cyclus · Tijd door het jaar · 13e zondag · groen

Mensen kunnen zich soms vreselijk kwaad maken over iets, en in hun kwaadheid maken ze vaak van een mug een grote olifant. Mensen die woedend zijn op iemand die hun tekort gedaan heeft, hoor je wel eens zeggen: ik kan het wel vermoorden. Die soep wordt wel niet zo heet gegeten als ze wordt opgediend, maar je moet toch voorzichtig zijn met dat soort uitspraken want in hun kwaadheid weten mensen soms niet meer wat ze doen.
Jezus en zijn leerlingen zijn op weg naar Jeruzalem en als ze in een Samaritaans dorp willen overnachten, zijn ze niet welkom. Joden en Samaritanen hadden een gruwelijke hekel aan elkaar, bijna even erg als nu de Joden en Palestijnen. Jezus’ leerlingen zijn woedend en ze willen vuur uit de hemel afroepen. Maar op strenge toon wees Jezus hen terecht, staat er. Maak je hier toch niet zo kwaad over, we gaan gewoon verder.
Mensen die erg kwaad worden, om welke reden dan ook, hebben te vaak geen oog meer voor de werkelijkheid. En soms maken mensen zich kwaad nog voordat er iets gebeurd is, of voordat ze weten wat er precies aan de hand is. En dan winden zij zich op over iets wat niets te betekenen heeft.
Jaren geleden was ik ook eens vreselijk kwaad over iets, en toen vertelde een collega van me het volgende verhaaltje. Het is me altijd bij gebleven.
Een automobilist kreeg pech met zijn wagen, ’s avond laat en nog wel op een hele eenzame weg. Na wat zoeken onder de motorkap vond hij het probleem maar om het euvel te repareren had hij een flinke tang nodig. En die had hij niet. En daar zat hij te kijken op een eenzame weg. Terwijl hij wat moedeloos om zich heen keek zag jij in de verte een lichtje. Daar woonden mensen. Hij ging er meteen op af. Daar was vast wel iemand die hem een tang wilde lenen.
Na even lopen dacht hij bij zichzelf: Het is wel een laat uur om bij mensen aan te kloppen voor een tang. Ik hoop maar dat ze het niet erg vinden dat ik ze lastig val. Weer even later dacht hij: die mensen liggen misschien al op bed, die zullen we niet blij zijn als ik ze wakker maak. Maar ja, ik moet het toch maar proberen. Een paar minuten later dacht hij: ze zullen misschien wel kwaad worden als ik ze voor een onnozele tang uit bed haal. Weer even later liep hij in zichzelf te mopperen: ik wil wedden dat ik dit hele eind voor niets gelopen heb, ze willen me toch niet helpen, ze laten me gewoon aan de deur staan.
En naargelang hij dichter bij dat huis kwam, werd hij in zichzelf steeds kwaaier en kwaaier. Toen hij voor de deur stond, bonsde hij met beide vuisten op de deur en toen even later de deur werd opengedaan door een vriendelijke oude heer, riep hij: Ik wil die rot tang van jou al niet meer.
Dit is natuurlijk wat erg overdreven maar er zit wel iets in. We winden ons vaak op over dingen die helemaal niet re

Zoeken in Preken Online