Mensen kunnen zich soms vreselijk kwaad maken over iets, en in hun
kwaadheid maken ze vaak van een mug een grote olifant. Mensen die
woedend zijn op iemand die hun tekort gedaan heeft, hoor je wel eens
zeggen: ik kan het wel vermoorden. Die soep wordt wel niet zo heet
gegeten als ze wordt opgediend, maar je moet toch voorzichtig zijn met
dat soort uitspraken want in hun kwaadheid weten mensen soms niet meer
wat ze doen.
Jezus en zijn leerlingen zijn op weg naar Jeruzalem en
als ze in een Samaritaans dorp willen overnachten, zijn ze niet welkom.
Joden en Samaritanen hadden een gruwelijke hekel aan elkaar, bijna even
erg als nu de Joden en Palestijnen. Jezus’ leerlingen zijn woedend en
ze willen vuur uit de hemel afroepen. Maar op strenge toon wees Jezus
hen terecht, staat er. Maak je hier toch niet zo kwaad over, we gaan
gewoon verder.
Mensen die erg kwaad worden, om welke reden dan ook,
hebben te vaak geen oog meer voor de werkelijkheid. En soms maken
mensen zich kwaad nog voordat er iets gebeurd is, of voordat ze weten
wat er precies aan de hand is. En dan winden zij zich op over iets wat
niets te betekenen heeft.
Jaren geleden was ik ook eens vreselijk
kwaad over iets, en toen vertelde een collega van me het volgende
verhaaltje. Het is me altijd bij gebleven.
Een automobilist kreeg
pech met zijn wagen, ’s avond laat en nog wel op een hele eenzame weg.
Na wat zoeken onder de motorkap vond hij het probleem maar om het euvel
te repareren had hij een flinke tang nodig. En die had hij niet. En
daar zat hij te kijken op een eenzame weg. Terwijl hij wat moedeloos om
zich heen keek zag jij in de verte een lichtje. Daar woonden mensen.
Hij ging er meteen op af. Daar was vast wel iemand die hem een tang
wilde lenen.
Na even lopen dacht hij bij zichzelf: Het is wel een
laat uur om bij mensen aan te kloppen voor een tang. Ik hoop maar dat
ze het niet erg vinden dat ik ze lastig val. Weer even later dacht hij:
die mensen liggen misschien al op bed, die zullen we niet blij zijn als
ik ze wakker maak. Maar ja, ik moet het toch maar proberen. Een paar
minuten later dacht hij: ze zullen misschien wel kwaad worden als ik ze
voor een onnozele tang uit bed haal. Weer even later liep hij in
zichzelf te mopperen: ik wil wedden dat ik dit hele eind voor niets
gelopen heb, ze willen me toch niet helpen, ze laten me gewoon aan de
deur staan.
En naargelang hij dichter bij dat huis kwam, werd hij
in zichzelf steeds kwaaier en kwaaier. Toen hij voor de deur stond,
bonsde hij met beide vuisten op de deur en toen even later de deur werd
opengedaan door een vriendelijke oude heer, riep hij: Ik wil die rot
tang van jou al niet meer.
Dit is natuurlijk wat erg overdreven
maar er zit wel iets in. We winden ons vaak op over dingen die helemaal
niet re
13e zondag door het jaar C - 2004
C-cyclus · Tijd door het jaar · 13e zondag · groen