* De voorgelezen evangelietekst (Lc 9, 51-62) opent een nieuwe fase in Jezus’ openbaar leven. Hij trekt resoluut op naar Jeruzalem. Daar hoort Hij thuis: “Wist gij dan niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn ?” (Lc 2,49). Het einde van het kindsheidevangelie is een voorspel van wat met de volwassen Jezus zou volgen. Jezus verhardt zijn gelaat naar Jeruzalem toe. Daar wordt de verheffing aan het kruis zijn voltooiing. Het zal ook zijn opstijging zijn naar de hemelse Vader.
* Verhelderend is nu Jezus’ confrontatie onderweg met eigen leerlingen en met aspiranten:
1. Jezus trekt op vergezeld van de leerlingen die Hij zelf had geroepen en gezonden.
-
Hij stuurt eerst boden voor zich uit om logies voorbereiden. Zijn tocht loopt immers door Samaria, waar één overnachting nodig blijkt. De Samaritanen, halfbloed Joden. hebben op de Gerizim een eigen heiligdom in concurrentie met de Joodse tempel in Jeruzalem. Joden die optrokken naar Jeruzalem werden vijandig bekeken. En zie, overnachting wordt hun prompt geweigerd. De twee bijzondere leerlingen, de zonen van Zebedeüs, die nauw met de Joodse tempel verbonden bleken, reageren. Ze ontvlammen in toorn en willen vuur uit de hemel afroepen over de Samaritanen. Zo houden die ‘Donderzonen’ (Mc 3,17) de profeet Elia op hun kant, die ooit tot driemaal toe het hemelvuur had neergebliksemd (1 Kon 18,38; 2 Kon1,9-12). Elia was de vurige verdediger van Gods eer en patroon van de ijverige Zeloten die met wapengeweld het Rijk Gods wilden vestigen. Ze vergeten dat Jezus al eerder had gezegd het kwaad alleen met goed te vergelden (Lc 6,27-38), dat de weg van de Mensenzoon en zijn volgelingen die van het lijden zou zijn, en dat in het visioen van de transfiguratie juist ook Elia over Jezus’ uittocht naar Jeruzalem gesproken had (Lc 9,18-45).
-
Dit gesprek laat ons zien hoe die uitgekozen apostelen eerst nog veraf staan van de spiritualiteit van barmhartigheid en vergevensgezindheid, die de kruim is van het evangelie, en die precies op het kruis haar volle reliëf krijgt: “Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen” (Lc 23,34). In de tweede lezing waarschuwt Paulus: “De hele wet is vervat in dit ene gebod: ‘Bemin uw naaste als uzelf’. Maar als ge elkaar blijft bijten en verscheuren, vrees ik dat ge op den duur elkaar zult verslinden… Leef naar de Geest, zult ge niet uitvoeren wat de zelfzucht voorschrijft” (Gal 5, 13-18). Pas na Pinksteren zijn die ‘Donderzonen’ grondig veranderd. Johannes zal schrijven: “Al wie zijn broeder haat, is een mensenmoordenaar en heeft het eeuwig leven niet in zich” (1 Joh 3,15). En Jacobus werd de eerste apostel die totaal omgedraaid voor de Heer zijn leven gaf (Hand 12,2).
2. Wat verder ontmoet Jezus drie kandidaat-leerlingen, die blijkbaar zichzelf aanmelden.
Ook de rabbijnen hadden een kring scholieren aan wie ze hun wetskennis en levensstijl overbrachten. Het verschil met Jezus’ leerlingen was dat zij zelf hun Joodse leermeester uitkozen in het vooruitzicht zelf ooit rabbi te worden. De apostelen van Jezus echter waren eerst door Hem zelf geroepen en gezonden, en hielden nooit op zijn leerling te zijn. De drie kandidaten die hier onderweg zichzelf aandienen, kiezen zelf de leraar Jezus zoals het bij rabbijnen de gewoonte was.
-
De eerste, blijkbaar zelf rabbijn (Mt 8,19), biedt zich aan vol geestdrift: “Ik zal U volgen waar Gij ook gaat”. De tocht gaat duidelijk naar Jeruzalem. De verwachting was dat de Messias daar zijn heerschappij zou bewijzen. Welke geheime ambitie bezielt die man ? Verlangt hij een ereplaats zoals de vrouw van Zebedeüs het voor haar ‘Donderzonen’ wenste ? Jezus had hun toen gezegd: “Ge weet niet wat ge vraagt. Zijt gij in staat de beker te drinken die Ik ga drinken ?” (Mt 20, 21-22). Koester geen illusies. Jezus ontnuchtert: Geen nestwarmte meer. Zelfs de dieren leven veiliger. Het is de vraag doorheen te tijden: Wat is de diepere intentie geweest van wie vaak een kerkelijk ambt ambieerde ? Zich uitleven in een taak waarin hijzelf gaat schitteren ? Een sociale promotie ?
-
Een tweede krijgt aanstonds toelating om aan te sluiten, maar die wil eerst nog wat respijt. Hij wil wachten tot zijn vader gestorven is om zo door hem te begraven een hoge daad van Joodse piëteit te stellen, en Intussen nog zijn eigen programma af te werken. Jezus zegt hem kort: laat degenen die Jezus niet kennen - dat zijn de echte doden - hun ware doden begraven. Hij toch is het leven en wil dat allen in zijn leven delen. Doch dit leven gaat doorheen de fysieke dood. Stel niet uit.
-
De derde wil eerst nog afscheid nemen van zijn familie zoals Elisa het mocht doen van de zo strenge Elia. Dat werd dan ook een groots en langdurig feest (1 Kon 19,21). En Jezus zegt: geen tijdverspilling. Wie de hand aan de ploeg slaat kijkt niet om. De vrouw van Lot keek om toen ze Sodom verliet en het werd haar noodlottig. Rut uit Moab daarentegen keerde zich niet meer om, en zij heeft bijgedragen tot de komst van de Messias. Loslaten en afgeven werkt bevrijdend.
* Paulus sprak ons over de ware vrijheid (Gal 5,1). Die vrijheid is nodig om Jezus te volgen. Doch ze is radicale onthechting, ont-hechting: los van de hechtenis. Zoveel dingen versmachten ons en maken ons niet gelukkig. Jezus had het al duidelijk laten klinken: “Wie mijn volgeling wil zijn moet mij volgen door zichzelf te verloochenen en elke dag zijn juk (zijn kruis) op te nemen. Want wie zijn leven wil redden zal het verliezen. Doch wie zijn leven verliest om Mijnentwil, die zal het redden” (Lc 9,23-24). Tot op vandaag geldt dit criterium voor wie Jezus volgen wil. Het is ook zijn secreet.