13e zondag door het jaar C (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 13e zondag · groen

Vroeger, als een pastoor ergens aanbelde, werd hij bijna overal met eerbied ontvangen. Het kon wel eens gebeuren dat men hem de deur wees. Dat waren dan ongelovigen, mensen met wie men niets meer te maken wilde hebben.

Ik herinner me nog heel goed als kind gewaarschuwd te zijn voor protestanten. Dat waren ketters die men moest mijden en het was ten strengste verboden deel te nemen aan een protestantse dienst. Nu spreken we wel van onze broeders en zusters uit de reformatie. En voor enkele weken was er een dominee aanwezig op het vormselfeest in onze kerk. Hij was zelfs enkele maanden te voren voorgegaan in een uitvaartdienst. Maar, we moeten eerlijk zijn, we voelen ons toch wel een beetje meerderwaardig. Wij hebben immers de waarheid, zeggen we dan.

Godsdienst en religie bouwen vaak muren op tussen mensen. Godsdiensten kunnen mensen tegen elkaar opjagen. Of erger: godsdiensten worden gebruikt om politieke macht uit te oefenen. Ik kom zo juist terug uit het land der Catharen, helemaal in het zuiden van Frankrijk aan de grens met Spanje. Het is daar dat in het begin van de dertiende eeuw de kruistochten gehouden werden tegen de Albigenzen. Het is onvoorstelbaar hoeveel er gemoord en gebrand werd in naam van Jezus Christus en van de Franse Koning en van de Paus en van de abt van Cluny. Een afschuwelijke moordpartij.

U weet, de Samaritanen waren een soort Joodse ketters. Joden en Samaritanen meden elkaar immers als de pest.

We hebben hier te doen met echte onverdraagzaamheid uit religieuze motieven. Johannes en Jakobus, die in het evangelie twee donderzonen genoemd worden vragen aan de Heer of Hij de onverdraagzaamheid van die Samaritanen niet dubbel en dik zou terugbetalen. “Laat over dat dorp vuur uit de hemel regenen. Dat zou een goed voorbeeld zijn voor de anderen.” En dan dachten ze waarschijnlijk aan Sodom en Gomorra die door vuur vernietigd werden. Het was een taal die boekdelen sprak, helemaal in de trant van “Oog om oog en tand om tand.”

Jezus berispt daarop zijn leerlingen, die zijn goddelijke macht willen misbruiken om een strafgericht uit te voeren: “Ik ben niet gekomen om te veroordelen maar om te redden”, zegt Hij.

Het is gebleken uit de geschiedenis dat mensen zo vaak hun godsdienst misbruiken om medemensen te oordelen en te veroordelen. Wat Johannes en Jakobus wilden doen, blijft een voortdurende bekoring voor elke godsdienst. Wanneer een godsdienst een leer wordt, een ideologie, dan is het gevaar van intolerantie heel groot. Dat geldt ook voor iedere ideologie, of ze linkse of rechtse ideeën voorstaat. Eigen overtuiging is dan de enig juiste. Zulke mensen eisen de vrijheid van mening voor zichzelf op en weigeren die toe te kennen aan hen die er een andere overtuiging op nahouden. En dat kan leiden tot onvoorstelbare drama’s.

Ik heb de laatste weken een zeer uitgebreid boek gelezen over het grote conflict in het Midden-Oosten dat ontstaan is in de twintigste eeuw, tussen Joden en Moslims, tussen Sunnieten en Schiieten, tussen christelijke Armeniërs en Moslimturken. Absolute onverdraagzaamheid leidt tot helse situaties.

En dat is niet zo evident. Het is niet zonder moeite dat op het Vaticaans Concilie godsdienstvrijheid erkend werd als een fundamenteel recht, dat geloof alleen in vrijheid beleefd kan worden. Deze overtuiging wordt nu nog lang niet gedeeld door alle christenen. Nog onlangs hoorde ik iemand zeggen: “We kennen de gevolgen van deze nieuwe theorie over de vrijheid: kijk eens hoeveel mensen niet meer naar de kerk gaan.” Wat juist bewijst dat heel lang het geloof door heel veel mensen niet persoonlijk beleefd werd.

Het is niet eenvoudig de weg van de verdraagzaamheid te begaan. In ons machtsdenken is dat niet zo gemakkelijk. Het is enorm moeilijk de weg van de vrijheid te gaan, want wie de vrijheid voor zichzelf opeist moet deze ook aan anderen gunnen. Dat belet niet dat het mijn diepste overtuiging is dat de zin van ons bestaan, het uiteindelijk doel van ons leven bij God ligt en dat de boodschap van het evangelie de meeste bevrijdende is voor de mens. En deze diepe overtuiging wil ik aan anderen meedelen. Maar nooit zou ik deze overtuiging onder eender welke vorm van dwang aan anderen willen opleggen. Geloof en liefde worden alleen in vrijheid en ook in vreugde geboren. Dat geldt ook voor de geloofsoverdracht aan onze kinderen. We moeten ons geloof doorgeven als een aantrekkelijke waarde die het leven zinvol en gelukkig kan maken. Jezus vertelt ons hoe de mens meer mens kan worden, door God gewild om op Hem te gelijken.

In het evangelie van vandaag hebben we te doen met apostelen die de bekoring van het religieuze fanatisme niet kunnen weerstaan. Ze hadden er nog niets van begrepen.

Verdraagzaamheid is heel moeilijk omdat ze veronderstelt dat we onszelf steeds in vraag moeten durven. Daarover ons geweten onderzoeken zou niet slecht zijn. Verdraagzaamheid is een teken van volwassenheid, van eerbied en ook van vertrouwen dat God alle wegen kent om het hart van de mensen te vinden en om het heil van de wereld te bewerken. We kunnen als gelovigen ook D n maar verdraagzaam zijn als we weten waarin we geloven en in wie wij geloven: de God die de mensen vrij geschapen heeft. .

We leven in een wereld waarin gelovig zijn niet meer evident is. Eigenlijk is het verwonderlijk dat het ooit evident is geweest. We moeten leren leven met mensen voor wie het normaal is niet te geloven in Jezus Christus. Als we dat kunnen, dan zullen we ook door onze manier van leven kunnen aantonen dat het de moeite waard loont te leven als christen.

Zoeken in Preken Online