12e zondag door het jaar (2004)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 12e zondag · groen

Wat brengt u tot bidden?

Twintig jaar geleden reed een Palestijnse chauffeur ons rond in Israël. Hij stelde zich voor met een grapje. In gebroken Engels vertelde hij over een rabbi en een chauffeur die in de hemel kwamen. De chauffeur kreeg een ereplaats. De rabbi moest wachten. Deze protesteerde maar God zei: ‘Met al jouw preken heb je niet één mens leren bidden, maar als die chauffeur begon te rijden riepen tientallen passagiers mij hartstochtelijk om hulp aan!’
Wat brengt u tot bidden? Angst? Ziekte? Zorg om de kinderen?
Het evangelie vertelt dat Jezus aan het bidden is. Hij worstelt met de vraag: ‘wie ben ik?’ Hij ziet donkere wolken boven zijn hoofd. Is de Messias een winnaar of een slachtoffer? ‘Voor wie houden jullie mij?’ Leert de nood bidden? Maakt oorlog vroom?

ANGST?

Dikwijls hoor ik mensen zuchten: ‘Sinds de dood van mijn man kan ik niet meer bidden.’ Lijden verduistert het zicht op God ook. De tweede wereldoorlog en de moord op zes miljoen joden hebben bij velen elk vertrouwen in God weggenomen. Leert nood bidden?
Ruim 300 jaar voor Christus schrijft Zacharia zijn dromen op. We lazen eruit in de eerste lezing. Zijn stad Jeruzalem is omsingeld door vijandelijke legers. De bewoners zitten genadeloos in de val. In de belegerde stad breken epidemieën uit. Er heerst hongersnood. Mensen worden beesten; ze staan elkaar naar het leven. Kannibalisme steekt de kop op.
In zo’n stad heeft Zacharia zijn droom. Het zou ook een stadje kunnen zijn in Soedan, een vluchtelingenkamp in Gaza, een dorp in Afganistan. Mensen staan er oog in oog met het kwaad. Ze kijken in de hel en ervaren Gods volslagen afwezigheid.
Zacharia zoekt een lichtpuntje. In cryptische beelden hoopt hij hoe er tenslotte een verbroedering zal zijn waarin alle volkeren een hemels geluk ten deel valt. Zijn hoop op God ontleent hij niet aan gebeurtenissen op aarde. Zijn hoop wordt niet gevoed door het handelen van koningen, kooplieden of priesters. Het zal God zelf zijn die niet te stuiten is.

MEDEDOGEN

Dan zegt Zacharia die onsterfelijke zin: ‘Over het huis van David zal ik een Geest van mededogen storten die hen tot bidden brengt…!’
Niet angst en nood brengen ons tot bidden maar mededogen. In onmenselijke, godverlaten ogenblikken kan God verschijnen in de barmhartigheid van mensen. Ineens is er iemand wiens hart beroerd is door de pijn van een ander. Ineens is het niet meer ‘ieder voor zich’, maar ‘ik voor jou’. Een geest van mededogen ontwaakt en er ontstaat een gebed. Misschien is het wel hetzelfde: mededogen en bidden.
De rabbijn Abraham Soetendorp werd in 1943 in Amsterdam geboren. Bij de burgerlijke stand probeerde men zijn vader over te halen zijn zoon niet Shalom Awraham te noemen, want ‘een jodennaam is te gevaarlijk.’ Zijn vader wil niet wijken. Op zekere dag valt de Gestapo het huis binnen. De leider kijkt in de wieg en zegt: ‘Jammer dat hij jood is.’ De vader roept trots: ‘Gelukkig is hij jood; een moordenaarszoon zal hij nooit worden!’ De leider slaat de vader en de moeder in het gezicht, maar er springt een traan in zijn oog en hij verlaat het huis. Jaren later heet het: ‘Die traan heeft ons het leven gered.’
Dat is mededogen. Een geest van mededogen die bidden doet, die het begin is van Gods nabijheid, een klein en wankel maar hoopvol begin.

Lieve kinderen. Er was eens een oude koning die altijd nors en somber was. Op zekere dag, toen de koning in droevige gedachten verzonken door het park wandelde, zat daar een kind te huilen. ‘Waarom huil je?’, vroeg de koning. ‘De boom is omgewaaid en de kruin is op mijn hondje gevallen, en nou zit Blekkie gevangen in de takken. Je moet me helpen, anders gaat ie dood…!’ ‘Ach’, zei de koning hoofdschuddend, ‘we gaan allemaal dood’ en hij wilde verderlopen. Toen werd het kind woedend. Hij ging voor de koning staan met fonkelende ogen: ‘Je mòet me helpen!’ Hij stampte op de grond en er sprongen tranen uit zijn ogen, ‘Blekkie mag niet dood.’ Ineens gebeurde er iets in het hart van de koning. Tranen kwamen ook in zijn ogen. En samen met het kind begon hij de takken weg te scheuren, tak na tak, totdat Blekkie bevrijd was en het kind dansend met de hond uit het park verdween. Jaren later vroeg men de koning wel eens hoe het kwam dat hij zo veranderd was. Dan zei hij tegen zijn vrienden: ‘Een kind heeft mij zacht gemaakt en medelijden geleerd.'

Zoeken in Preken Online