11e zondag door het jaar (2001)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 11e zondag · groen

Het kan vijftien, twintig jaar geleden zijn dat mijn oudste zus me zei dat ze het moeilijk had met dit stukje evangelie. Waarom, zei ze, is er meer vreugde in de hemel over ene zondaar die zich bekeert dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen bekering nodig hebben. Die zondaar had misschien altijd God en gebod vrolijk aan zijn laars gelapt, en op een goeie keer had hij zich dan maar toch tot een beter leven en een echt mens-zijn bekeerd. En nu was er bij God meer vreugde om hem dan om de vele rechtvaardigen die heel hun leven hun best hadden gedaan. Mijn zus kon daar niet bij, en, eerlijk gezegd, ik ook niet, en misschien zijn er ook onder u enkelen of velen die die hemelse reactie op zijn minst merkwaardig vinden.
Ge kunt u dus voorstellen dat ik niet echt enthousiast was toen ik weken geleden zag dat ik precies over dat evangelie een homilie zou moeten houden. Ik heb dat stukje tekst dus gelezen en herlezen, en bij de zoveelste lectuur viel mijn oog ineens op een bepaald woord: de herder laat zijn schapen niet zomaar ergens achter, nee, hij laat ze achter in de wildernis. En toen dacht ik: die herder heeft een ongelooflijk vertrouwen in zijn schapen, hij weet dat ze, bij manier van spreken, geen poot verkeerd zullen zetten. Hij kan ze dus met een gerust gemoed achterlaten en al zijn aandacht aan dat ene, verloren schaap wijden. En toen wist ik meteen ook dat dit hier een zeer menselijk, en ook een zeer alledaags verhaal is.
Want zeg nu zelf, zusters en broeders, laten we niet alles vallen als een van onze kinderen ziek is, of problemen heeft of eventjes van de juiste weg is afgedwaald? Zijn we niet bereid iemand die ons lief is desnoods drie keer per dag in de kliniek te gaan bezoeken, ook al moeten we er telkens kilometers voor rijden? Zitten veel mensen in deze periode van het jaar niet hele dagen naast die ene zoon of dochter die net iets meer studieproblemen heeft dan de andere kinderen? Valt het hele verkeer op de autostrade niet stil bij een ongeval, en gaat niet alle aandacht van de hulpdiensten dan uit naar die ene auto, terwijl men alle andere auto’s bij manier van spreken negeert? En hoe onbeschrijflijk groot is de vreugde niet als dat ene kind geneest, die ene zoon tegen alle verwachtingen in toch slaagt, die zwaargekwetste toch dat vreselijke auto-ongeval overleeft? Veel groter inderdaad dan om de zovelen die niet in gevaar zijn geweest.
Zusters en broeders, die bijna exclusieve aandacht voor wie in nood is, is zeer natuurlijk en zeer menselijk, en vooral: zeer christelijk, zozeer christelijk dat ze hoort tot de kern zelf van ons christen-zijn, want Jezus heeft ze ons in woord en daad voorgeleefd. En weet ge wat er gebeurt wanneer we die aandacht niet meer opbrengen, of wanneer we zeggen: ’t is allemaal zijn eigen schuld, hij moest maar niet zo snel gereden hebben, hij moest maar meer gestudeerd hebben, hij moest maar niet aan de drugs zitten, hij moest maar niet illegaal naar hier gekomen zijn, hij moest maar niet dit, hij moest maar niet dat. Weet ge wat er dan gebeurt, als we zeggen: eigen schuld, dikke bult?
Dan, zusters en broeders, wordt het opnieuw juni 1995, en verdwijnen er ergens in Wallonie en daarna ook in Vlaanderen en dan weer in Wallonie weer kinderen zomaar in het niets, zonder dat iemand een vinger uitsteekt. Dan belanden we in een gemeenschap die aan onverwachte zwangerschappen alleen maar abortus, aan zwaar zieken alleen maar euthanasie, aan aidslijders alleen maar uitstoting en aan misdadigers alleen maar gevangenisstraf kan aanbieden. Dan worden we een gemeenschap die het verkeer belangrijker vindt dan de veiligheid van haar eigen kinderen, die geld zet boven menselijkheid, die drugs geeft aan wie verslaafd is in plaats van hen op een eerlijke manier te helpen. Dan, broeders en zusters, wordt onze maatschappij elke dag een beetje harder, en ook ongevoeliger, en laat ze op de duur niet alleen haar zieken, maar ook haar gezonden aan hun lot over, gewoon omdat ze zelf ziek is. Dat is wat er gebeurt als de herder niet onmiddellijk op zoek gaat naar zijn verloren schaap.
Want die herder uit het evangelie is het richtsnoer van ons handelen, van ons christen-zijn: wie in nood is, moet geholpen worden. Dat is wat Jezus ons heeft geleerd. En net zoals Jezus zelf begint die herder niet op dat ene schaap te schelden als hij het teruggevonden heeft, integendeel, hij is alleen maar zielsblij. En zo belanden we meteen in de eerste lezing, waar de goddelijke Herder Jahweh zegt: “Ik zal mijn schapen weiden, Ik zal ze laten rusten. De verdwaalde schapen ga Ik zoeken, de verstrooide schapen bijeenbrengen; de gewonde dieren verbinden, de zwakke weer krachtig maken, en samen met de sterke en de gezonde zal Ik ze laten weiden in overvloed.”
Laat de goddelijke Herder ons een goddelijk voorbeeld zijn. Amen.

Zoeken in Preken Online