Het lijkt wat makkelijk: David bekent schuld en dan zegt Natan dat hij niet zal sterven. David had een moord op zijn geweten en had overspel gepleegd en moest dus gestenigd worden. N.B! koning David, die heel veel had gekregen, die Gods gerechtigheid moet handhaven, de koning beledigt zijn Heer gruwelijk door zo’n -zeg maar rustig- rotstreek uit te halen. De profeet Natan spreekt hem gevoelig aan, nl. op een vertrouwd herdersbeeld van een lam dat de herder lief was. Dan ziet David in wat hij heeft gedaan - het lijkt wel of hij het niet in de gaten had, hij bekent en vervolgens wordt de doodstraf niet uitgevoerd maar er zit wel een lange boetegang aan vast.
Je zou verwachten dat nu die psalm gebeden/gezongen wordt die David toen heeft gebeden en zo bekend is geworden “Miserere mei, Deus”, “Wees mij genadig, God die liefde is; U, grenzeloze barmhartigheid, wis uit wat ik gedaan heb”. Het lijkt wel of daarin wanhoop meespreekt: ‘Hoe heb ik ooit zo stom kunnen zijn?’. David sméekt om vergeving.
Het evangelie dat aan het verhaal van David wordt gekoppeld, spréekt van vergeving. En weer op een gevoelige manier. Een zondige vrouw raakt Jezus door haar manier van berouw tonen. Geen man zou het zo doen, zo kunnen doen.
Maar hoe komt zij daarbij? Als zij alleen maar een zondige vrouw was, zou ze dan een reden gehad hebben om naar Jezus te gaan? Ongenood? Redelijkerwijs moet ze hebben verlangd naar … liefde? Hartelijke respons? Diepgaande wederzijdsheid? In ieder geval heeft zij in Jezus iets herkend van horen zeggen, van zien, iets dat aansluit bij haar verlangen. Hij moet haar redder zijn. Ze bekend geen zonden, geen schuld, belooft geen beterschap, ze staat eigenlijk alleen maar te huilen en hem te eren. Voor Jezus is dat kennelijk voldoende en hij verdedigt haar t.o.v. zijn onhoffelijke gastheer. Hij ziet haar liefde en vergeeft graag en in gelijke mate. Zijn goede nieuws is immers de vergeving van zonden, uitzicht bieden door vergeving.
Je kunt spreken van twee verschillende vormen van tot inkeer komen en van vergeving. Bij de vrouw leefde een gevoel van te kort schieten, iets doen wat je eigenlijk niet wilt, niet in je aard ligt. Zij gaat eigener beweging naar Jezus en ervaart zijn bevrijding. Zij zal gerechtvaardigd door Jezus haar nieuwe lied gezongen hebben, opgetogen, oprecht van hart.
Hoe het bij David was is niet zo duidelijk maar het lijkt erop dat hij zich niet zo bewust was van zijn misdaad. Hij moet overtuigd worden van zijn schuld en wat hij gedaan heeft is a-moreel maar nog meer grof onrecht. Hij gaat een zware boetegang. Qua schuld zal hij meer te verantwoorden hebben dan de vrouw maar toch wordt hem vergeving geschonken: “Gelukkig de mens … van wie het geweten tot rust is gekomen”. In zijn boetepsalm heeft hij gebeden: “Een rouwmoedig, vermorzeld hart zult U, o God, niet verwerpen”. Dat is genade, als je ontdekt dat God ‘uitwist’: het bestaat niet meer, en dat je dan vrij kunt gaan, vrij kunt zijn voor God. Zo is onze God.
De twee lezingen geven wellicht aanleiding om te denken dat God van het O.T. de harde God is en de God van het N.T. de lieve God. Dat is de halve waarheid - zo niet helemaal onwaar. De psalmist zingt dat JHWH “goedertieren is en mild”. En Jezus kan uitpakken! Hij zegt dat zonde tegen de goede Geest, de H.Geest niet te vergeven is. Als iemand niet wíl horen, wíl keren, staat hij machteloos. En degenen die een kind aanstoot geven, kunnen maar beter niet op het laatste oordeel rekenen: met een molensteen om hun nek in de zee waren ze beter uit geweest. “Wier zonden gij niet zult vergeven ….”
God geve dat ook voor die misdoeners er een boeteweg is.
Jezus trekt door het land om de goede boodschap van vergeving te verkondigen - telkens weer je boeltje bijeen pakken en gerust doorgaan. Hij doet dat samen met de twaalf en met vrouwen die kunnen getuigen van zijn verlossing. Want er mag jubel en vrijheid zijn. En dat gebeurt nog steeds.
Ik hoop dat e.e.a. ook jongeren aanspreekt. Vergeven is onmisbaar voor het Christendom anders blijven we vastzitten in wrok, het kwade, en komt het rijk van de vrede niet. Je hoort vaak dat we elkaar moeten vergeven. Dat geeft aanleiding tot misverstanden. Beter is te zeggen dat we elkaar hopelijk kunnen vergeven omdat Jezus dat ook deed, zoals hij dat deed. Opdat het Rijk kome.
“U bent mijn beschermer … U laat mij leven in jubel en vrijheid”. Want U bent de Barmhartige. Zullen we ons even tijd gunnen?