Homilie op Vaderdag: Vaders van nu
Tielt, 9 juni 2013
Altijd zijn er soorten vaders en soorten kinderen geweest, o.a. hardvochtige en slappe vaders, opstandige en gedweeë kinderen.
Maar tot een goeie 40 jaar geleden was de vader meestal de onaanraakbare, “untouchable”. Hij werd meestal door zijn kinderen gevreesd als “un père gendarme”, een onverbiddelijke rijkswachter. Zelfs als hij verre van voorbeeldig was, dikwijls dronken of zich nauwelijks iets van zijn kinderen aantrok.
Na de contestatie in 1968 is dat vaderbeeld veranderd. Vader laat zich door zijn kinderen contesteren en vertederen. Hij staat niet meer op een sokkel en heeft geen voorbehouden zetel meer. Zijn kinderen mogen zien hoe zwak en onzeker hij soms is. Hij staat niet meer boven hen als een gevreesde “père gendarme”, maar naast hen als een gezellige, soms vlegelachtige “père copain”, een lieve kameraad met ook veel kleine kantjes en zwakheden.
In zijn kerstbrochure van 1998 schreef Kardinaal Danneels: “Opvallend is ook, vooral in de laatste jaren, dat “vader een term is die diverse ladingen dekt. Vader is een naam geworden die helemaal niet meer exclusief voorbehouden is aan degene die het kind heeft verwekt. Vroeger was dat wel zo: vader was de biologische vader, echtgenoot van de moeder, juridisch verantwoordelijke en opvoeder van de kinderen en tevens degene die in hun levensonderhoud voorzag. Vroeger cumuleerde een vader al die functies.”
Dat all-inpakket is vandaag soms helemaal uit elkaar gerukt. Daardoor worden stukken uit het éne vaderschap als het ware uitbesteed aan onderaannemers. Want er is de natuurlijke vader, die alleen het biologische vaderschap heeft. Die kan onbekend zijn, zelfs voor de moeder. Ik heb al enkele keren een kindje gedoopt, van wie zelfs het jonge moedertje niet wist wie de vader was. Er is de stiefvader die met de eerder gescheiden moeder is getrouwd. Die is niet de natuurlijke vader maar vervult soms alle andere rollen; soms maar enkele daarvan. Er is de natuurlijke maar gescheiden vader. Die heeft alimentatieplicht en bezoekrecht. Vaak ontaardt hij zelfs tot iemand die het kind aan zich wil binden door een overvloed van snuisterijen en cadeautjes. Er is ook de zogenaamde “oom” die niets van dat alles is, maar wel de vriend van de mama. Hij komt vaak over de vloer en brengt wel eens iets mee. En het kind weet niet zo goed hoe het hem moet aanspreken: “papa, oom” of gewoon zijn eigen voornaam. Er is ook de opa. Die is vaak nog een frisse vijftiger, op prepensioen en met een zee van tijd, soms ook van geld. Het kind kan met hem mee op snipperdagen of tijdens de schoolvakantie, als moeder uit werken gaat. Tenslotte is er nog het eenoudergezin, waar een weduwe, een gescheiden vrouw, een ongehuwde moeder of bommoeder, de functie van moeder en vader moet cumuleren.
Wat een bonte wemeling van vaders op onze dagen! Welk soort vader vieren we vandaag op Vaderdag?
Dat is niet de belangrijke vraag. Belangrijker is dat de vaderfunctie niet verdwijnt, dat iemand de taak van de vader blijft vervullen voor het kind. Zo niet mist het bijzonder veel, wordt het een leven “sans père ni repère” (zonder vader, zonder hechtingspunt). Dat is erg. Want een kind heeft nood aan een houvast, nood aan een vaderlijk “neen”. Als er geen “neen” meer is, mag en kan alles. Drugsverslaving, overdreven zucht naar snoep en eten, anorexia nervosa, seksuele afwijkingen zijn vaak in verband te brengen met het wegvallen van de vaderfunctie in het gezin, met het ontbreken van elk normbesef.
Kan een moeder dat niet bijbrengen? Is dat niet evenzeer haar taak? Misschien niet, hoe belangrijk haar taak ook is. Maar haar taak is anders. Wie heeft er nog op de lagere school de verzen geleerd:
“Ik kreeg van mijn ouders, van beiden mijn part:
Van vader mijn schouders, van moeder mijn hart.”
Moeders, jullie hebben aan jullie kinderen heel veel te bieden: de cultuur van het hart. Een kind zonder moeder mist dan ook heel veel. Want in de wereld van de moeder beleeft het kind de overvloed van het hart. Dat is belangrijk. Maar niemand kan door het leven gaan enkel met de overvloed van het hart. Het heeft ook schouders nodig: weerbaarheid, wat steeds begrenzing inhoudt. Dat is de taak van de vader. Hij moet, nu misschien meer dan vroeger, aan het kind zeggen dat er grenzen zijn aan de overvloed, dat de voorraad beperkt is, dat er schaarste is. Zo ontdekt het kind zijn grenzen en barrières. Zo leert het dat het zelf de wet niet maakt, dat het zelf niet bepaalt wat goed en kwaad is, waarheid of leugen.
Die vaderlijke taak is niet altijd sympathiek of leuk. Maar, als een vader die rol niet vervult, krijgt hij later van zijn verwende en normloze kinderen stenen naar zijn kop. Terecht! Want elk kind heeft recht op een vader. Geen twee vaders, maar ook geen twee moeders! Want dan ontstaat er een scheefgroei in het kind, een onevenwicht.
Moet je als vader knap zijn of onderlegd of geleerd? Neen! Moet je het goed kunnen zeggen of uitleggen? Hoegenaamd niet! Wat dan wel? Kort gezegd: rechtvaardig, eerlijk en consequent zijn met jezelf. Voor je kinderen het T.V.-kijken niet willen beperken als je zelf elke avond voor het huiselijk tabernakel zit. Het roken aan je kinderen niet verbieden als je zelf kettingroker bent. Niet eisen dat ze hard studeren als je zelf aan werken een broertje of een hele familie dood hebt, enz…
Die eerlijkheid dat verwacht een kind van zijn vader.
Wie als vader eerlijk is en consequent, mag best gebreken hebben. Hij hoeft ook niet alles best te weten, liefst niet zelfs. Hij hoeft geen toonbeeld te zijn van evenwicht, als hij maar eerlijk en rechtvaardig is voor zijn kinderen, als hij maar mee zoekt en vraagt en ook kan luisteren, kritisch vanuit zijn eigen ervaring, dat wel, maar toch niet te veel weegt op zijn kinderen, hen niet te veel dwingt in de richting die hij zelf heeft gedroomd, als hij hen zelf laat dromen en hun de kans biedt om die dromen te realiseren, ook al zijn het zijn dromen niet.
Een kind dat zo een vader heeft, begint te beseffen wat Jezus bedoelt als Hij zegt: “God is een goede Vader.”
Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt
Homilie op de 11e zondag door het Jaar C: De macht van het excuus
(2 Sam. 12, 7-10.13; Lc. 7, 36-8,3)
Tielt, 16 juni 2013
Een missionaris vertelde me dat Afrikanen niet kunnen vergeven. Als iemand jou of je familie iets misdaan heeft, moet je wraak nemen desnoods tot in het 7e geslacht. Afschuwelijk!
De vraag aan ons vandaag is: “Kunnen wij vergeven?” Ik heb veelal de indruk dat wij niet beter zijn dan die Afrikanen.
Als ik zie en hoor dat in de meeste families onenigheid heerst, dan vind ik dat schrijnend. Vooral als je weet waarom. Voor meer dan 80 % omwille van geld of bezit. Dat treft me zo dikwijls naar aanleiding van een overlijden. De spanning is te snijden. Moeder heeft de dochter bij wie ze inwoonde financieel te veel bevoorrecht. Dat zeggen of denken althans de andere kinderen. Alsof je ooit voldoende kunt vergoeden wat je zus jarenlang gedaan heeft voor je oude moeder, dag en nacht, 365 dagen per jaar. Of vader heeft ooit eens aan één van zijn zonen die door zware tegenslagen financieel aan de grond zat, een som geld gegeven die hij nog nooit kon teruggeven. Dat is erg, vinden de andere broers en zussen die nochtans zeer rijk zijn. Ik durf haast niet vertellen dat 2 zussen sinds 20 jaar niet meer met elkaar spreken omdat de oudste de mooie collier van haar moeder gekregen heeft, kort voor haar dood. Jarenlange ruzies ook tussen 2 broers omwille van een woord dat in het verkeerde keelgat is geschoten of omwille van een grap die een broer met lange tenen niet kon appreciëren.
Weet je wat het verschil is tussen ruzies van kinderen en die van volwassenen? De redenen zijn meestal even pietluttig of zelfs belachelijk. Maar kinderen die ruzie maken, spelen na 3 minuten weer met elkaar. Bij de meeste volwassenen is een ruzie na 30 jaar nog niet bijgelegd.
De lezingen die we vandaag hoorden, leren ons die spiraal van wrevel, haat en onenigheid doorbreken.
In de 1e lezing hoorden we wat koning David misdaan had. Veel erger dan wat ik verteld heb over de redenen waarom families in twist leven. David was verliefd geworden op de mooie vrouw van een ander. Hij liet de man van zijn vriendin tijdens een veldslag op een gevaarlijke plaats opstellen. Wat hij gepland had, gebeurde: de man sneuvelde. Zo kon David zijn gang gaan. Dat was niet niks wat David gedaan had. Moordenaar en wellusteling, dat was hij. God nam dat niet van David. Via de profeet Natan zegt Hij: “Je hebt alle normen aan je laars gelapt. Ik zal je…” Maar wat gebeurt er? David buigt het hoofd en maakt excuus. Waarop God zijn woede laat varen en hem weer accepteert , zelfs zodanig dat iemand van zijn nageslacht Jezus zelf zal zijn, dat Gods Zoon Davids naam als achternaam neemt. Onvoorstelbaar! Dat is de macht van het excuus.
Bij de vrouw in het evangelie zien we hetzelfde. Wat ze fout heeft gedaan, wordt ons niet verteld. In ieder geval stond ze in de stad bekend als een zondares. Iedereen wees haar na. Maar wat gebeurt er? Op niet mis te verstane wijze biedt ze haar excuus aan. Waarop Jezus haar vergeeft, tot ergernis van velen. Dat is de macht van het excuus.
Bij de Farizeeër Simon zien we het omgekeerde. Hij rept met geen woord over zijn fouten. Hij vindt dat hij geen enkele reden heeft om zich te excuseren. Hij vindt dat aan hem niets mankeert. Maar wat gebeurt er? Jezus wijst hem terecht omdat hij hooghartig en zelfs niet hartelijk is, omdat hij kwalijk neemt dat Jezus aan die vrouw met een zeer slechte reputatie een nieuwe kans geeft. Kortom, omdat Simon geen excuus over zijn lippen krijgt en omdat hij geen excuus kan aanvaarden van iemand die fouten gemaakt heeft.
Ben jij als Simon in het evangelie? Zit er hier in de kerk iemand die geen fouten gemaakt heeft? Wie van jullie ligt met niemand overhoop? Wellicht hoef je niet ver te zoeken in je familie of bekenden. Of denk je dat het aan die ander ligt: je broer of zus, je vrouw of man, je zoon of dochter, je buur…? Het enige dat iets op kan lossen, is het eerlijke excuus: jezelf durven excuseren en het oprechte excuus van een ander kunnen aanvaarden. Denk daarbij niet dat je daardoor je gezicht of aanzien verliest of kleiner wordt. Integendeel! Hoogmoed siert niemand en ware grootheid ligt in nederigheid.
Koning David kon het. Hij was even groot in zijn boete als zijn zonde groot was.
Dat is de macht van het excuus. Een eerlijk excuus doet wonderen: het wonder van de verzoening. Gebroken relaties worden erdoor hersteld.
Kille woede en wrevel zijn niet bestand tegen de warmte van het excuus.
Of zit hier iemand in de kerk die plezier beleeft aan de ruzie met een vader of moeder, een broer of zus, een buur of collega?
Het zou me verwonderen!
Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt