Het wordt vaak herhaald, en het is ook zo : Lucas is en bijzondere verteller!
Elk van zijn verhalen geeft ons de nodige details
zodat we ons alles levendig kunnen voorstellen.
Zo ook bij de lezing van deze zondag :
-
Waar zijn we? Bij Simon, een farizeeër.
-
Wat gebeurt daar? Jezus is er uitgenodigd voor een etentje.
-
Wat komt er op tafel? Het is helemaal niet nodig dat we dat weten.
-
Zijn er nog meer gasten? Ja, maar dat vernemen we pas aan het einde.
Lucas richt zijn verhaal op die éne gast, die er ongenood opduikt:
een vrouw met een zondig verleden!
Lucas noemt ze niet bij naam; waarom zou hij?!
Wij hebben ze als Maria Magdalena ‘herkend’,
bang om niet te moeten erkennen dat wij het zelf kunnen zijn???
Lucas vermeldt ook niet of die vrouw iets zegt
- misschien vond ze inderdaad geen woorden -
maar de evangelist geeft uitvoerig weer welke gebaren ze stelt:
ze schreit, ze zalft, ze kust.
Moedige gebaren, zeker in het bijzijn van anderen!
Verder in zijn verhaal over Jezus
herinnert Lucas zich hoe Jezus een gelijkenis vertelde
over een verloren gewaande zoon die de weg terug aandurft.
Twee verhalen die ons tonen
hoe de moed van de zondaar die zich klein en kwetsbaar prijsgeeft
de barmhartigheid van de Heer tot het hoogste punt voert.
2009-2010 - C 11