Een bevriende priester vertelde mij dat toen hij drie jaar geleden ook over deze evangelietekst van vandaag moest preken, hij die had omgezet naar de tijd van vandaag. Hij zei: veronderstel eens dat je met een groepje mensen - van bijvoorbeeld
een gezinsgroep of bedevaartsgroep – een feestje hebt in een chique restaurant. Het is een restaurant, dus ook nog andere mensen komen daar eten, maar je zit met je groepje in een bepaalde hoek van dat restaurant, je kent dat wel. En onder de mensen van dat groepje zit een jonge pastoor, vooraan in de dertig en zeker niet onaantrekkelijk. En plots komt er een vrouw – blijkbaar iemand die door het raam van het restaurant dat groepje moet gezien hebben – komt er een knappe, slanke vrouw met een kort rokje, de bloes aan de hals ver uitgesneden – iemand die is wat we allemaal denken – naar die jonge pastoor toe gestapt, geeft hem drie klapzoenen, wrijft hem over zijn schouders, aait hem eens over zijn wangen, geeft hem het roosje dat op haar té korte bloesje was gespeld en zegt merci, tot later'. \ Hoe zouden wij, de feestvierders en deftige leden van de gezinsgroep of de bedevaartsgroep, daarop reageren?\ Aanvankelijk wellicht niet, tenzij iemand de spanning die er hangt doorbreekt met te zeggen: Amai, waar hebt gij dat verdiend? Maar eenmaal het gewone gesprek opnieuw op gang gekomen is, zal wellicht links en rechts het fluisteren en het geroezemoes onder mekaar beginnen.\ \ Zo is ook de situatie in het evangelie van vandaag: de geliefde Jezus, de liefhebbende, strelende vrouw en de publiekelijk gerespecteerde Farizeeër Simon. Op Simon is inderdaad niet veel aan te merken. Wellicht is Jezus in een of andere synagoge commentaar op de Schrift gaan geven en volgens de regels van goed fatsoen past het dat één van de plaatselijke rabbi's hem mee naar huis neemt voor het eten. Ook jaagt Simon de zondares niet weg (al laat hij duidelijk zijn minachting voor haar blijken). Zo mogen we ook aannemen dat hij trouw is aan de wetten en regels van het joodse geloof. Hij heeft wel niet de voeten van Jezus gewassen en gezalfd als teken van waardering en genegenheid. Maar volgens de regels van de joodse gastvrijheid hoéft dat niet per se. Alsrechtvaardige’ komt hij maar beter niet persoonlijk in contact met zondaars, en dus ook niet met die vrouw, om maar zeker niet zelf met zonde aangestoken te worden. Hij overtreedt dus geen enkele wet of regel. Hij houdt zich dus blijkbaar aan de wetten, maar goed afgemeten, afgelijnd, precies datgene wat de wet zegt.
Laten we ook even naar de eerste lezing kijken, waarvan we slechts zowat het einde gelezen hebben van een veel langer verhaal. Want wat is er eigenlijk aan vooraf gegaan?
Koning David, de zeer gerespecteerde koning in het OT, is namelijk verliefd geworden op een getrouwde vrouw Batseba en dit volledig ongewild, het overkomt hem. Ongewilde menselijke zwakheid [ – is de vrouw die Jezus’ voeten wast gewild zondares geworden? Is vrouw uit het verhaaltje met de feestvierders en de jonge pastoor gewild geworden wie ze is? ] Gedreven door menselijke passie heeft David gemeenschap met Batseba. Weliswaar overtreding van de wet, maar wie heeft geen zwakke momenten in zijn leven en hij is toch de koning? Maar nu komt het: Batseba wordt zwanger van David. Haar man Uriah, de Hethiet, is ver van huis aan het strijden tegen de Ammorieten, een vijandig volk. En Koning David laat Uriah twee dagen met verlof naar huis komen, in de hoop dat Uriah met zijn vrouw gemeenschap zal hebben. Overtreedt David daarmee een wet? Nee, maar hij hoopt wel zo zijn eer te kunnen redden, want dan is het kind dat Batseba verwacht wel van Uriah! Maar Uriah, solidair met zijn strijdmakkers die ver van huis strijden, gaat ’s nachts niet naar huis, maar blijft slapen in de hutten van de soldaten in de ingang van Davids paleis. Davids opzet mislukt dus, alhoewel hij (bijna) nog geen enkele wet heeft overtreden. Daarom geeft hij aan de bevelhebber in de strijd tegen de Ammonieten het bevel Uriah in de voorste gelederen te zetten zodat hij met zekerheid weet dat hij in de strijd zal sterven en zo kan hij met Batseba trouwen, zonder nagenoeg BIJNA geen enkele wet of regel overtreden te hebben.
Noch Simon de Farizeeër, noch David hebben de wetten en de regels overtreden. Maar ik hoop dat we allemaal aanvoelen dat zij toch verkeerd bezig geweest zijn. Wetten en regels onderhouden, of ze goddelijk of kerkelijk zijn, daar gaat het niet om in het geloof. Mensen van mijn leeftijd en ouder weten maar al te goed dat we in de kerk vroeger veel meer regels en geboden hebben gekend als nu. En toch – tot op zekere hoogte – gelukkig maar dat daar veel verandering in gekomen is. Regels en wetten hebben geen zin OP ZICH. Men kan zich die eigen maken door training, zonder dat er ook maar een ZIEL in zit. Er is niets tegen wetten en regels als ze niet op zichzelf bestaan, maar als het hulpmiddelen zijn, wegwijzers die verder wijzen dan zichzelf, die VERwijzen naar waar het eigenlijk om te doen is, iets diepers en krachtigers: de liefde. Met wetten, regels en geboden zullen we de wereld niet veranderen, niet het verkeer, niet de economie, niet de relaties in gezinnen, niet de houding tegenover mekaar, niet de kracht van het geloof. Niet door wetten en geboden, maar door de liefde.
Juist dààrvan heeft Jezus in zijn doen en laten getuigenis afgelegd, en is Hij de redder van de wereld, de Christus, d.w.z. de gezalfde. Daarom laat Markus in zijn evangelie de vrouw Jezus zalven. Hij is dé gezalfde, dé gezondene van God.
Volg Hem.
11e zondag door het jaar C (2007)
C-cyclus · Tijd door het jaar · 11e zondag · groen