Waarom vertelt Lucas dat verhaal over de weduwe in Naïn? Hij moet daar een bedoeling mee gehad hebben. De bedoeling kan niet alleen maar geweest zijn te vertellen dat er een zoon aan een moeder wordt teruggegeven. Als dat de bedoeling is dan is het eigenlijk een wreed verhaal. Het is nu al twintig eeuwen lang steeds maar weer voorgelezen en verteld aan moeders en vaders die hun kinderen verloren, en die niet terug kregen. Het is zelfs voorzien als een van de mogelijke evangelieteksten bij een begrafenis, en het wordt juist vaak gebruikt als er een jong iemand begraven wordt. Het is een verhaal dat doorverteld zal worden tot aan het einde der tijden.
Maar Lucas heeft er duidelijk een andere bedoeling mee. Hij vertelt het verhaal om bij zijn lezers de gevoelens op te roepen die de ooggetuigen van dit wonder hebben: ‘Een groot profeet is onder ons opgestaan! God heeft genadig neergezien op zijn volk.’ Het gaat om de genadige macht van God, die zo in Jezus - en in het verhaal uit het eerste boek Koningen in Elia - gemanifesteerd wordt.
Het verhaal dat Lucas vertelt, is er een over de meest tragische dood die in een meer traditionele gemeenschap mogelijk is. De moeder in Naïn was een weduwe en de zoon was -volgens de Griekse tekst - haar enig geboren kind. Dat zou al erg zijn in onze situatie, vooral in het geval dat die zoon de kostwinner voor zijn moeder is, maar in die oud-joodse situatie was het een complete ramp. Het betekende niet alleen het einde van het leven en de levenslijn van de zoon, maar ook van de moeder, en zelfs van haar overleden echtgenoot.
Wij, moderne westerse mensen, leven en sterven ons eigen individuele leven, maar in de oudere menselijke tradities is het leven niet zo gefragmenteerd. Daar is iedere persoon een schakel in de levensstroom die de familieleden aan elkaar bindt. Schakels waardoor het leven verder stroomt. In het verhaal is sprake van een volledige breuk. Verder leven was hier niet meer mogelijk. Het was een finaal einde van hun leven en hun hoop.
Het verhaal over het verdriet van de weduwe van Naïn heeft met ieder van ons iets te maken. We kennen allemaal uit eerste, of in ieder geval uit tweede hand, hoe vreselijk de ervaring is van de dood van iemand waarvan je houdt, vooral als die iemand je eigen kind is. Het is een geschiedenis die we horen in onze eigen kring. De weduwe is niet zo heel erg verschillend van de vriendin wier zoon stierf van kanker, of van een vriend wiens dochter op straat gegrepen werd door een auto. Het gevoel van hopeloosheid dat hen trof, lijkt op dat van de twee weduwen uit die oude teksten. In welke tijd we ook leven, ouders zouden hun kinderen niet moeten begraven!
Wij mensen hebben heel wat moeilijkheden overwonnen, we kunnen onze levens soms op veel manieren rekken, maar de dood blijft. Die kunnen wij niet de baas. Het is op dit punt dat een verhaal als dat van de weduwe van Naïn telt. God kan dat wel! Dat is wat de omstanders beginnen te roepen, als ze Jezus de lijkstoet zien stoppen, als ze hem horen zeggen tegen de moeder: ‘Schrei maar niet!’, en als ze hem naar de lijkbaar zien gaan. Alle ogen zijn op hem gericht. Hij gaat naar de lijkbaar, en raakt die aan - iets wat hij als vrome jood volgens hun wetten niet mocht. De dragers blijven staan. Het is nu zo doodstil geworden, dat iedereen hem hoort zeggen: ‘Jongeling, sta op!’ Dat doet de jonge man niet ineens; eerst gaat hij rechtop zitten, hij kijkt naar Jezus, hij kijkt naar zijn moeder, en dan breekt het geroep pas helemaal los: ‘God heeft genadig neergezien op zijn volk!'
God breekt door de hopeloosheid van deze wereld heen. God biedt nieuwe mogelijkheden. De weg ligt open, ons leven is inderdaad verzekerd. Daar gaat dit verhaal over. Dat telt dan niet alleen voor hen die hun kinderen begraven, het geldt voor iedereen die met de dood geconfronteerd wordt. Niet alleen maar met het lichamelijk sterven, maar ook het doodgaan op al die andere manieren waarop het sterven ons steeds vergezelt: de ‘dood’ van een echtscheiding, het ‘sterven’ bij het verliezen van een baan, de dodelijke troosteloosheid bij het moeten opgeven van je levensplannen en verwachtingen. Het is op die ogenblikken dat deze verhalen beginnen te tellen. Daarom moeten we ze blijven vertellen, juist als verdriet en dood ons dreigen te overmannen.