Reflectie bij ‘De jongeling van Naïn’ over hoe Jezus zorg draagt.
“Vervolgens begaf Jezus zich naar een stad die Naïn heette; zijn leerlingen en een grote groep mensen gingen met Hem mee. 12 Hij was juist in de nabijheid van de stadspoort gekomen, toen daar een dode werd uitgedragen, de enige zoon van zijn moeder, en deze was weduwe. Een groot aantal mensen uit de stad vergezelden haar. 13 Toen de Heer haar zag, voelde Hij medelijden met haar en sprak: “Schrei maar niet”. 14 Daarop trad Hij op de lijkbaar toe en raakte die aan. De dragers bleven staan en Hij sprak: “Jongeman, Ik zeg je: sta op!” 15 De dode kwam overeind zitten en begon te spreken, en Jezus gaf hem aan zijn moeder terug. 16 Allen werden door ontzag bevangen en zij verheerlijkten God zeggende: “Een groot profeet is onder ons opgestaan”, en: “God heeft genadig neergezien op zijn volk”. 17 En dit verhaal over Hem deed de ronde door heel het joodse land en de wijde omtrek.”
Lc7, 11-17
Reflectie: Van dood naar leven
HET IS EEN GROTE VERANDERING ALS MENSEN DIE DOOD ZIJN TERUG LEVEND WORDEN. HET IS DE VERANDERING WAAROVER HET TELKENS IN DE BIJBEL GAAT. HET IS EEN GROOT WONDER. HEEL DE BIJBEL IS EEN PEDAGOGIE OM DEZE VERANDERING TE REALISEREN.

Acht werkwoorden in de bijbelse pedagogie van de verandering
De perikoop van de opwekking van de jongeman uit Naïn is er een uitstekend voorbeeld van: het wonder van de verandering van dood naar leven.
Het staat in het evangelie van Lucas, hoofdstuk 7, verzen 11 tot en met 17. In deze perikoop is Jezus de hoofdpersoon en van Hem worden acht handelingen verteld - acht werkwoorden -die een hele pedagogie beschrijven om de verandering tot stand te brengen.
Het zijn heel gewone werkwoorden, maar als ze ingevuld worden met de profetische kracht kunnen ze wonderen tot stand brengen. Dit was zo in de tijd van Jezus en dit is nu nog zo.
-
De eerste handeling van Jezus is dat Hij naar de stad gaat en in de nabijheid van de stadspoort aankomt. De stad is de plaats waar het leven van de mensen zich afspeelt. De mensen wonen daar samen, dicht opeen. Vele mensen komen naar de stad afgezakt om er een nieuw leven te beginnen. Maar zo gemakkelijk is het er niet, dikwijls komen zij van de regen in de drop. Er is veel nood en ellende in de stad. Jezus gaat naar de plaatsen waar de mensen de harde strijd moeten leveren om hun dagelijks bestaan. Daar zullen de kristen en niet afwezig zijn. Trouwens leerlingen en een grote groep mensen gaan met Hem mee. Hoe belangrijk is het voor de stad als er een geëngageerde groep christenen woont. De aanwezigheid is het eerste punt in de pedagogie van de verandering en niet het minst belangrijke. Laten we naar de stad gaan.
-
De tweede handeling van Jezus is: zien. Jezus kijkt toe en hij ziet de ellende en het lijden van de weduwe, die haar enige zoon naar het graf brengt, omringd door een groot aantal mensen uit de stad. De weduwe en de groep rondom haar staan voor de lijdende mens, de uitgestotene, de gebroken mens. Het is de mens die sterft omdat hij niet ten volle mens kan zijn. Het valt op dat het zo stil is in deze begrafenisstoet. Niemand vraagt iets, niemand roept om hulp. Ze zijn zo verwond dat ze niet eens meer weten wat ze zouden vragen. Het lijden en het onrecht, het verdriet en de pijn heelt hen monddood gemaakt. Het zou mogelijk zijn het hoofd af te wenden om niets te moeten zien. Een kristen doet dat niet, hij ziet. Het is belangrijk dat we dit zien Ieren, Ieren kijken naar de noden in onze maatschappij. De analyse ervan is toch een heel belangrijk element in de pedagogie van de verandering.
-
Het derde werkwoord van Jezus is: medelijden voelen. Jezus is een hartstochtelijk man, gevoelig ook. Hier en op zovele plaatsen in het evangelie wordt Hij tot in het diepste van zijn gemoed geraakt, soms zal Hij bij zoveel rouw gaan wenen. Niets, laat Hem onverschillig. Er gebeurt dus iets in Jezus: ook Hij lijdt. Omwille van het lijden van de mensen, wordt Hij de Lijdende Dienaar bij uitstek. In dit medelijden zit de kern van de dynamiek waarmee Hij het lijden zal meedragen. Wil je een engagement op je nemen, zal dat gebeuren vanuit je eerbiedig medelijden. Door het medelijden zullen we het lijden dat we zien ook gaan kennen: de bitterheid van het lijden gaat zo door ons heen. Zonder deze ervaring zou de dynamiek van de pedagogie van de verandering niet op gang komen.
-
Het vierde werkwoord van Jezus is: het spreken van een woord van troost. Die eenvoudige woorden: “Schrei maar niet”. Iemand die zelf zo diep geraakt is dat hij mee geweend heeft, mag deze woorden uitspreken. Anders zouden ze heel goedkoop en zeer oppervlakkig klinken. en het tegendeel van troost zijn. Echte troost is noodzakelijk voor een mens die lijdt. Ze heft zijn diepe eenzaamheid op. Eenzaamheid is de plaats waar we niet meer getroost kunnen worden, dan vereenzamen we en kwijnen weg. Vanuit het milde samenzijn geeft troost kracht en moed. Het gekwetste riet wordt niet gebroken en de kwijnende vlaspit wordt aangewakkerd. Zo is de troost een onmisbaar element in de pedagogie van de verandering.
-
Dan komt de vijfde handeling van Jezus: Hij gaat tot bij de lijkbaar.
Het gaat steeds maar crescendo. Je ziet het zo gebeuren. Twee groepen staan tegenover elkaar. De weduwe en de vele mensen die haar vergezellen enerzijds en Jezus met zijn leerlingen en een grote groep mensen anderzijds. Wat doet Jezus nu? Hij verlaat zijn groep en gaat naar de andere groep. Hij maakt zich blijkbaar geen zorgen over de reacties in zijn eigen groep. Hij weet dat zijn plaats nu is bij de mensen die het moeilijk hebben. Hij blijft er niet aan de rand staan, maar vindt zijn weg tot bij de lijkbaar: teken van de harde realiteit waardoor deze mensen geslagen zijn. Je eigen vertrouwde omgeving, je vrienden, je sympathisanten moet je loslaten en achterlaten. Je roeping ligt elders, bij de armen en de treurenden. Zonder deze concrete stappen naar hen toe, kan er nooit van verandering sprake zijn.
-
Het zesde werkwoord van Jezus is: het aanraken van de lijkbaar. Jezus blijft niet afstandelijk, maar solidariseert zich. Zijn engagement is solidariteit en zijn solidariteit is engagement. Dit heeft zijn consequenties. Volgens de heersende wetten en voorschriften wordt Jezus onrein, door het aanraken van de lijkbaar en de dood. Wie zich engageert met de lijdende mens zal door sommigen als onrein, als niet meer behorend tot de gemeente, worden bestempeld. Het aanraken van het lijden brengt mee dat je bepaalde wetten en wetmatigheden moet doorbreken. Jezus is er voor de mensen. Solidariteit wekt krachten op die de mensen uit hun beslotenheid haalt en hun angst doorbreekt. Mensen die tot dan ieder voor zichzelf op zoek waren naar een uitkomst, worden bondgenoten in een gemeenschappelijke strijd. Solidariteit is de hoeksteen waarop een pedagogie van de verandering steunt.
-
Het zevende werkwoord van Jezus is: het spreken van een woord van geloof. Hij sprak: “Jongeling, Ik zeg je, sta op!” Ons doen en laten moeten spreken van ons geloof in bevrijding en verrijzenis. Het moet aan elke mens gezegd worden dat hij mag en kan opstaan. Wat er in het leven ook voorgevallen is, nieuw leven is mogelijk. Zonder geloof van de anderen is er voor de mens niets mogelijk, door het geloof van de anderen kan de
mens in zichzelf gaan geloven, Er is geen krachtiger woord dan het woord van de bevestiging. “Ik geloof in jou, ik vertrouw op jou, ik bemin jou, jij hen! Jouw roeping is een goed mens te zijn”. Geloven is uitnodigen en een uitnodiging schept altijd vrijheid, Het uitspreken van het geloof is het kostbaarste in de pedagogie van de verandering.
- Als achtste en laatste handeling geeft Jezus de zoon aan de moeder terug. Jezus vraagt niet aan de tot leven gewekte man om met Hem mee te gaan. Jezus legt helemaal geen beslag op deze jongeman, Hij legt hem geen bepaalde gedragscode op, geeft hem zelfs geen goede raad. Hoewel Hij er alles voor gedaan heeft wat maar enigszins mogelijk was, laat Hij hem weer helemaal los. Hij geeft hem aan zijn moeder terug. In het eigen gezin zal deze man het nieuwe leven vruchten doen dragen. Uit zichzelf en spontaan zal hij in zijn omgeving de woordvoerder en de uitvoerder met de daad worden van genezing en bevrijding. Mensen die gevangen zijn in spiralen van geweld worden tot elkaar bevrijd. Bevrijding zet aan tot bevrijding. Zo blijft de pedagogie van de verandering altijd haar werk doen.
Aanwezig zijn, de noden zien, door medelijden tot in het diepst van je ziel geraakt worden, troosten, stappen zetten naar de lijdende mensen toe, zich solidariseren, het uitspreken van het geloof en elke vorm van beslag leggen vermijden, zijn de acht werkwoorden van een pedagogie die wonderen tot stand kan brengen. Iedereen herkent daarin profetische handelingen, waardoor de verandering van dood naar leven gerealiseerd wordt. In deze pedagogie van de verandering wordt het duidelijk dat God genadig neerziet op zijn volk.
Johnny De Mot / Frans van Steenbergen
In ‘De Vijgeboom’, jg. 11, nr. 65 – oktober 1986