‘Ik ben zo terug, even een boodschap naar die of die, vijf minuten hoogstens tien.’ ‘Niet te lang hoor, want we gaan zo eten!’ Dat overkomt mij zo nu en dan. Het bezoek duurt een uur, en niet de tien minuten die mij werden gegeven. Wat is er dan gebeurd? Ik dacht snel te kunnen afwerken, maar die ander heeft mij écht iets toevertrouwd. Misschien stond ik al met de knop van de deur in mijn hand, toen de tranen kwamen, toen de zorg kwam en de tobberij. Toen heb ik de ander echt mogen zien; hij of zij bleef niet verborgen achter formaliteiten. En dat deed goed. Ik moet het eerlijk bekennen op zo’n moment vergeet je de tijd en de klok en het eten. Juist als mensen ons echt iets meedelen, als ze ons iets laten zien van hun levensgeheim, juist dan worden we zelf toegankelijk voor die ander en voelen we aan onszelf, aan ons eigen hart en bloed: hier is sprake van menswording. Bij die ander, die ons zijn zorg, moeite en tranen toevertrouwt én bij onszelf, die mogen luisteren en misschien aarzelenderwijs een troostend woord spreken. In zo’n situatie ontdekken we: mens-zijn moet gedeeld worden.
‘Waar zat je toch zo lang?’, vragen de huisgenoten, als ik terug kom, ’nou is alles koud en verpieterd.’ En ik zegt dan: ‘ach, het geeft niet, zo is het beter. Het liep allemaal anders dan ik had gedacht.’
Dat is, denk ik, het toneel uit het evangelie van vandaag. Twee vrouwen beiden met een levensgeheim onder de leden, die elkaar ontmoeten, met elkaar vreugde delen, maar ook zorg. Want Maria, ongehuwde moeder, komt in al haar kleinheid en kwetsbaarheid naar Elisabeth. En Elisabeth, de onvruchtbare priestervrouw, te oud om een kind te ontvangen, is gastvrouw. Die twee delen met elkaar een geheim, waaraan zelfs hun kinderen, nog ongeboren, deel hebben. ‘Zodra Elisabeth de groet van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot’, zegt onze evangelist.
Elisabeth en Maria. Juist in hun ontmoeting ontdekken ze hun eigen levensgeheim. ‘Wat gebeurt mij toch’, zegt Elisabeth ‘dat de moeder van mijn Heer naar mij toekomt?’ En Maria zegt -het staat niet in onze tekst maar wel in de Schrift -: ‘hoog prijst mijn ziel de Heer, want Hij heeft neergezien op de kleinheid van Zijn dienstmaagd.’
Zij beiden worden aan hun ontmoeting mensen en God wordt zo mens in hen.
In Maria en Elisabeth worden wij zelf geschilderd. Wijzelf wanneer we in vertrouwen en om te dienen naar mensen toegaan. Wijzelf, als we mensen ontvangen, als we hen werkelijk aankijken, als we delen in hun verdriet of hun vreugde, als we tijd en moeite aan hen besteden. En als we dat doen, weten we: hier is geboorte van leven aan de orde, hier is menswording.
Zo komt onder ons God aan het licht. Vandaag gebeurt dat nog heel intiem tussen twee mensen. Volgende week zullen we hier terug zijn. En dan gebeurt het in alle uitbundigheid, want als God naar mensen toekomt, als Hij Zijn eigenste levensgeheim - namelijk dat Hij een kind is - aan ons openbaart, dan is dat zo verleidelijk dat mensen komen van allerlei kanten.
Herders komen en koningen, zelfs de sterren gaan aan de wandel. Dan komt alles in beweging. Zo verleidelijk is dat, wanneer God zijn geheim openbaart: Ik ben een kind. Daarom zal het volgende week heel druk zijn in onze kerk en zo hoort het ook.
Mensen moeten zich laten verleiden om uit hun schulp te kruipen als er van ‘Gods komen’ sprake is.
Ontmoeting
C-cyclus · Advent · 4e zondag van de Advent · paars