De paus raakt niet uitgepraat over Maria. De theologen ook niet. Niemand in de kerk schijnt over haar uitgepraat te zijn. Miljoenen gelovigen bezochten en bezoeken Medjugorje. Vanuit Amerika, Australië en Europa zijn er vanwege haar bijna dagelijks vluchten naar dat plaatsje in Joegoslavië. Als je haar naam ooit in het openbaar onder katholieken vermeldt, merkje ogenblikkelijk datje een zeer tere snaar raakt. Dat was al het geval op het Tweede Vaticaanse Concilie. Toen men daar stemde over een speciaal document over Maria, was het stemmenverschil het kleinste van dat hele concilie. Zelfs voor de pers was het de spannendste week. Terwijl in de meeste gevallen de uitslagen van de stemmingen een meerderheid van ongeveer 94 procent te zien gaven, lag ze in dit geval net boven de 50 procent. Met een meerderheid van 17 stemmen besloot men geen speciaal document aan haar te wijden. Ze zou - en met ere! - worden vermeld in het decreet over de kerk. De bedoeling was Maria te plaatsen In de gemeenschap van de gelovigen. In Australië is er een kerk waarin een beeld van Maria vooraan op de eerste stoelenrij zit. Het begon met de eerste menselijke evaluatie van Maria die we vandaag in de evangelietekst vinden. Een andere vrouw, Elisabeth, zegt van Maria: ‘Gij zijt gezegend onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot.’ Tweemaal valt het woord gezegend. Eenmaal wordt het gezegd van een vrouw en eenmaal van een man. Van Maria wordt het gezegd omdat zij - en zij alleen op die manier - van Jezus kon zeggen: dit is mijn lichaam en dit is mijn bloed. Van Jezus wordt het gezegd omdat Maria’s zoon - en hij alleen op die manier - Gods zoon in deze wereld is. De consequenties van dit alles zijn nog niet volledig uitgewerkt. De Mariologie is een van de zich snelst ontwikkelende thema’s in de theologie. Dat dit iets te maken heeft met de nauwelijks erkende plaats van de vrouw in Gods rijk zal wel niemand verwonderen. In de bevrijdingstheologie is men hierin het verst gekomen. Hetgeen te verwachten was, al was het alleen maar omdat het Maria is die het Magnificat zong. Het Magnificat is een lied dat allerhande echo’s bevat van veel oudere bevrijdingsliederen die door vrouwen de hele bijbel door gezongen werden. Het is een lied dat nu zelf op zijn beurt weer meeklinkt in de bevrijdingsliederen van vrouwen in Zuid-Afrika, in Latijns Amerika, en eigenlijk over de hele wereld.
De Braziliaanse bevrijdingstheoloog Leonardo Boff meende in 1979 al, dat het vrouwelijke in Maria zo intiem met de heilige Geest verbonden is, dat men kan spreken van een hypostatische eenheid met de heilige Geest. Volgens hem kunnen een zich verder ontwikkelende feministische theologie en een diepere reflectie op de tenhemelopneming van Maria alleen maar tot die conclusie leiden. Dat klinkt natuurlijk abstract, vooral als meditatie op de evangelietekst van vandaag, waarin twee aanstaande moeders elkaar ontmoeten. Toen men Karl Rahner eens vroeg of hij niet meende dat de aandacht voor Maria na het Tweede Vaticaanse Concilie in de kerk ernstig was afgenomen, antwoordde hij, dat na dat concilie theologen te veel invloed hadden gekregen in de kerk, hetgeen tot allerhande abstracties leidde. En abstracties - voegde hij er aan toe - hebben geen moeder nodig. Als je verwachtingen concreter zijn, heb je haar wél nodig. Haar Magnificat werd gezongen door de vrouwen -nonnen en leken - die enkele jaren geleden voor het paleis van president Marcos in Manilla protesteerden. Het werd gezongen door de vakbondsleiders van Polen in aanwezigheid van de paus voor de icoon van de Zwarte Madonna van dat land, als een protest tegen de onderdrukking van hun volk.
Met dat lied wordt de herinnering aan Maria telkens weer opgeroepen als het teken en de drager van alle menselijke hoop, zwanger van het nieuwe menselijke leven. ‘Zalig de vrouw die geloofd heeft.’ Het is Lucas’ eerste zaligspreking.