Vierde zondag van de advent (2000)

C-cyclus · Advent · 4e zondag van de Advent · paars

Micha trad op in Jeruzalem nog voor de profeten Baruch en Sefanja die we de vorige weken hebben gelezen. Maar de situatie was weer dat Jeruzalem werd bedreigd. ‘Eigen schuld’ zegt Micha, hadden jullie je maar aan Gods geboden moeten houden. Jeruzalem die trotse stad, de stad van de verwachting, kon die verwachting niet meer waar maken; ze stond bol van onrecht. Maar toch heeft de profeet hoop, alleen het zal anders zijn dan verwacht: uit het kleinste onder Juda’s geslachten, voorgesteld door een dorpje, Betlehem (huis van brood), zal de nieuwe heerser komen. Wij kennen dat beeld ook wel: alles moet eerst weg voordat het sprankelende nieuwe omhoog kan komen, voordat dat bloemetje in de woestijn de kans krijgt om onverwachts daar het pure te laten zien, een sprankje hoop zeggen wij, hoop op vrede.

Maar die hoop is niet alleen gericht op vrede in de zin van ‘geen oorlog’. Vrede betekent in de profetie ook vrede met God door Zijn levensregels te volgen. Beide betekenissen leven in de mens. De mens ziet in de verdrukking uit naar oplossing, in verlangen naar Godsbesef uit naar een invulling; dat leeft onder ons. Die hoop wordt in de profetie weergegeven door “Degene die baren zal, haar kind gebaard heeft”, m.a.w. wat in de mens is gelegd zal manifest worden. In de tussenzang hebben we gebeden/gezongen “het stekje dat Gij hebt gekweekt” ; zo kun je ook hetgeen in ons is gelegd noemen; ook dat moge tot groei komen, naar buiten komen. Als je dat een beetje te pakken hebt, begrijp je dat de profeet Jesaja spreekt over “Dauwt, hemelen van boven en wolken regent de gerechtigheid. Aarde, open uw schoot, laat het heil bloeien en de gerechtigheid ontkiemen”? Is er mooier en completer vrede te bedenken dan harmonie tussen hemel en aarde, tussen God en mens, harmonie in jezelf? Dan zal die “kracht van God, de verheven Naam van de Heer ons hoeden”. De macht van dat kind, die hoop, is voor alle mensen, gaat over de hele aarde: “God van de heerscharen, richt ons weer op. Lach ons weer toe en we zullen gered zijn”. Dat moge gelden voor de hele wereld maar ook voor ons persoonlijk.

Dan, ineens lijkt het wel, het evangelie van Lucas, kort, maar bij nader inzien boordevol. Maria gaat van Nazaret, van het vlakke land, naar het bergland. De internationale verbindingswegen liepen niet door die lastige heuvels maar door het vlakke land. De inwoners in het vlakke land zagen meer dan die in het bergland en zij waren wat vooruitstrevender dan die in het bergland, zij zagen eerder iets nieuws. Maar die van het bergland hielden oude tradities meer in stand: Juda - in het bergland - staat zo min of meer voor ‘de ouden’. Daar gaat Maria, die nieuwelinge, naar toe. Een stapje verder zetten: het Nieuwe Verbond sluit aan bij, is gebaseerd op het Eerste Verbond; het zet voort wat er al was maar nu op een nieuwe manier die zich niet beperkt tot het Jodendom maar over de hele wereld gaat, tot de uiteinden der aarde zoals Micha zei.

Die nieuwe manier is ook anders in intensiteit. Als zij die baren zal heeft gebaard, is ‘God-met-ons’ zichtbaar naar buiten gekomen, kunnen wij zien en aanraken wat in ons is gelegd, opdat het zal groeien in een sprekend contact met elkaar.

Maria reist met spoed af, “enkele dagen” na de aankondiging door de engel. Waarom met spoed? Twee redenen denkbaar: de eerste ligt voor de hand, ze wist dat Elisabeth ook in verwachting was en dan wil je als ‘jong ding’ - zoals we ons Maria voorstellen - best eens met je veel oudere nicht praten. De tweede is nog sterker: zij was op wonderlijke wijze in verwachting en Elisabeth op haar hoge leeftijd ook. Kunnen we ons een beetje voorstellen hoe die twee op elkaar reageren, naar elkaar reageren? De een verbaasd dat ‘het’ haar zomaar en zo intens is aangewaaid, de ander die zo verschrikkelijk lang heeft gehoopt. Dan heb je geen theologie of wat dan ook nodig. Dan is er alleen maar emotie, grote vreugde. Elisabeth schreeuwde het uit - zo staat in het Grieks. Haar juichkreet “Gelukkige vrouw, zij die gelooft! Wat haar namens de Heer is gezegd zal in vervulling gaan”, gold voor Maria maar net zo goed voor haarzelf. Beiden zijn zij door God aangeraakt, door Zijn Geest. En wat Hij heeft aangeraakt is onaantastbaar, is Zijn heiligdom.

“Gelukkig, zij die gelooft”! We spreken over het Nieuwe Verbond en het Eerste Verbond maar het zijn mensen die dat laten zien, mensen die laten zien wat in hen leeft. Wat voor Maria -en Elisabeth- geldt, is ook voor ons. Gelukkig wij die geloven! Wat geloven we? Wij geloven in de hoop die in ons leeft, in onze eerlijke verwachting, het hoogste dat haalbaar is. Het zal best wel zijn dat dat niet altijd spreekt maar bij gelegenheid kan dat ineens heel duidelijk zijn. Dan lacht God ons toe. Mogen wij dan ook niet voorzichtig spreken van in verwachting zijn, zwanger zijn van iets dat in ons is gelegd? En dat dat zich zal manifesteren? Wel voorzichtig maar als we dat kunnen en durven, durven laten gebeuren misschien, dan vullen wij ook het Nieuwe Verbond in.
Maria als beeld van de Kerk is een bekende gedachte. Er zijn verscheidene argumenten om dat beeld te hanteren maar de eerste Christenen, de nieuwe Kerk zou dat beeld nooit gehanteerd hebben als Maria daartoe geen reden had gegeven. Zij herkenden in Maria wat ze zelf mee maakten: mag dat dan ook niet voor ons gelden? Iets in je dragen dat van God is?

Ik hoop dat e.e.a. ook jongeren aanspreekt. De lezingen zijn rijk aan beelden - misschien springt er een uit. Maria gaat naar Elisabeth. Oud en nieuw ontmoeten elkaar en dan is er grote vreugde … omdat beiden hetzelfde ervaren. Wat in een oude beleving zit is net zoveel waard, is wel hetzelfde als wat in de nieuwe zit. Als je kunt zien waaróm ouderen zus of zo deden/doen, krijg je de grond te pakken, en die grond geldt altijd. Ook voor het nieuwe.

Zalig zij die geloven in wat in hen leeft. Zullen we ons een paar minuten tijd gunnen dat over ons te laten komen?

Zoeken in Preken Online