Homilie voor de vierde zondag van de Advent A – B –C
Lieve mensen,
we zijn vandaag reeds aanbeland bij de vierde zondag van de Advent. Zet nu dus de kerststal maar helemaal klaar. De hoofdrolspelers zijn al in de coulissen neergezet door de evangelielezingen van de voorbije weken: Maria, Jozef, de Engel en het Kind dat aan Maria is beloofd. De figuranten uit het verhaal staan ondertussen te trappelen van ongeduld om op de scène van onze mensengeschiedenis te mogen komen en er hun Grote Blijspel van Kerstmis nog maar eens op te voeren.
(Op dit moment van de homilie kunnen kinderen van achter in de kerk één voor één de volgende beelden van de kerststal naar voren brengen, even aan het publiek laten zien, en ze dan voorzichtig bijzetten in de kerststal die al ergens in de kerk te wachten staat…)
Breng maar de EZEL aan, het lastdier van de armen, met zijn grote oren en zijn grijze haar, met zijn sterke rug en zijn enorme draagkracht en vooral: met zijn koppige trouw en zijn eenvoudig maar hartsgrondig JA! – I-A, JA…
En ook zijn trouwe compagnon de OS mag niet ontbreken, dat zogezegde impotente dier dat op het eerste gezicht toch zo onvruchtbaar lijkt, maar dat als geen ander de ploeg kan trekken en ‘met de ploeg’ kan werken en zo de aarde klaar maakt voor het zaad dat van elders en de oogst die pas veel later komt…
Vergeet vooral de goede **HERDER **niet, met op zijn schouders het verloren SCHAAP dat hij genezen wil van al zijn heim-wee, zijn diep verlangen om ergens thuis te kunnen zijn…
Laat dan de WIJZEN ook maar aan hun lange reis beginnen, hun jaarlijkse processie van Echternach; Het mogen vooral geen trotse, hoge heren zijn, geen koningen te paard of op kamelen. Laat ze dit jaar veeleer gelijken op Pietjevogel, Suskewiet en Schrobberbeek, die zalige sloebers uit het verhaal van Felix Timmermans. Vergeet niet hen te waarschuwen voor koning Herodes in zijn groot paleis maar toch, ze moeten wel bij hem passeren… Vraag hen toch maar om hem en alle leiders van de wereld een teken te geven, een ‘politiek signaal’- (hier kan nog even de Affiche van Welzijnszorg mee worden naar voor gehaald, en aangebracht worden aan de voorkant van de stal) Niet in het land van man-en-macht moet je de Messias zoeken, Herodes, maar in het open veld waar kleine mensen wonen, tussen het ‘schorremorrie’ (dat zijn letterlijk de ‘ossen en ezels’) in de stal.
En zet er nog een STER bij om de weg te wijzen, een sprankel hoop en perspectief voor wie niet thuis geraakt in deze donkere tijden…
Dan kan het straks Kerstmis worden, misschien.
‘Wanneer, Heer, komt toch Uw Koninkrijk ?’, verzuchtte een oude rabbi in een joods verhaal. Eén van zijn leerlingen, een kwajongen nog, wilde een grapje met hem maken. Hij blies ineens gans onverwacht op de ramshoorn, de sofar. De dorpelingen kwamen aangelopen en schreeuwden de rabbi toe: ‘Haast je, rabbi! Snel! De sofar heeft geklonken vanop de berg Sion! Dat wil zeggen dat de Messias is gekomen..!’ De rabbi stond op, maakte een raam open van zijn huis, keek naar buiten en zei: ‘Het moet een vergissing zijn. De wereld om ons heen is nog in niets veranderd bij gisteren. Dan kàn de Messias dus nog niet gekomen zijn…’
Lieve mensen, wij wachten in deze dagen al evenzeer en ongeduldig als die oude rabbi op de komst van de Messias. Laten we vooral geen grapjes uithalen en niemand voor de gek houden, ook onszelf niet. Vòòr we zeker kunnen zijn dat het dit jaar écht Kerstmis wordt, moeten we eerst duidelijk kunnen constateren dat er tijdens de Advent wel degelijk iets veranderd is in de wereld om ons heen. Zo niet is Kerstmis ongeloofwaardig, en de komst van de Messias zeer onwaarschijnlijk.
Het duurt nog maar enkele dagen, zegt de kalender ons. 25 December is vlakbij. Reclame en commerce zijn te alle kante op de sofar aan het blazen, zodanig soms dat horen en zien ons bijna vergaan.
Laat je vooral niet beetnemen door de mooie liedjes en de kleurige flikkerlichtjes. Je kunt best voor alle zekerheid straks, wanneer je thuiskomt uit deze viering, toch nog maar even door het venster naar de wereld om je heen gaan kijken (het venster van het televisienieuws misschien (want via de tele-visie kan je letterlijk ‘ver kijken’, zegt men toch!), om te zien of er in die wereld veraf en dichtbij misschien al iets veranderd is. Wellicht kan je er zelf nog snel iets proberen aan te doen..?
Alvast een Zalige Kerstmis, straks! geert dedecker
Meditatie bij Madonna del Mare Nostrum
‘Dit schilderij wekt in mij de reactie van Elisabeth op Maria: “Waaraan heb ik het te danken dat de moeder van mijn Heer naar mij toekomt?” (Lc. 1,43). *Dat *is wat wij tegen de vluchtelingen, de uitgeslotenen en de uitgestotenen moeten zeggen.’ *Erik **Borgman- *Dominicaans Nederland - 5 januari 2018 Voor een kunstproject ‘Kunst in de Heilige Driehoek’ van Oosterhout schilderde Hansa (Hans Versteeg) een ‘Madonna del Mare Nostrum’ – O.L. Vrouw van de Middellandse Zee. Het is een zwarte vrouw met kind, gewikkeld in isolerend folie om hen warm te houden, staand voor de zee en een wolkenlucht. Een vluchteling met haar kind, zeker, maar zelfs op de computer heeft het de uitwerking van een icoon. Je wordt aangekeken, zowel door het kind als door de vrouw. Indringend, maar neutraal. Geen angst, maar ook geen opluchting of dankbaarheid. Geen appèl ook in de oppervlakkige zin. Zij zijn er gewoon en veranderen de wereld en – zo lijkt het – het wordt aan de kijker overgelaten hoe deze daarop wil reageren.
Hansa bij zijn Madonna. Onderaan staat een afbeelding van het schilderij. Maar tegelijkertijd is duidelijk dat deze reactie maar beperkte betekenis heeft. Hun bestaansrecht hangt er niet van af, op geen enkele manier. Zo zijn ze wel een vraag, maar inderdaad een vraag die helemaal aan de kant van de kijker ligt, aan mijn kant. Hoe reageer ik op het gegeven dat zij zijn? Waarschijnlijk aangestoken door de focus op het materiaal zag ik dat het thermische folie goud en zilver is, de kleuren van de rooms-katholieke kerk in de heraldiek. De kerk als de koesterende mantel van de armen als vlees van de Gezalfde, de theo-tokoi*, *de dragers van God. De kerk die daar ook haar objectiviteit aan ontleent, aan die lichamelijke en vleselijke aanwezigheid. In zichzelf is zij niets anders dan een hyperdun beschermend vlies dat zijn betekenis ontleent aan wie het wil dienen. Je kunt je erbij voegen, niet omdat het nodig is – de mantel is er al – maar omdat het goed is. De vrouw kijkt langs je heen, als kijker. Niet heel bot, maar wel: ze plaatst je als het ware in een wijder blikveld. Zij ziet je wel, maar je bent voor haar niet het centrum van de aandacht. Je bent een vertegenwoordiger van de wereld waarvan zij nu is, die nu ook haar wereld is. Het kind kijkt strak naar jou, als toeschouwer. Niet met de smekende blik van de hedendaagse goededoelen-porno, maar met de blik die alleen jonge kinderen lijken te hebben: pure afwachtende, receptieve waarneming. Openheid voor wat er zal blijken te gaan gebeurend. De afwachtendheid lijkt niet helemaal zonder spanning: de grote teen van het ene zichtbare blote voetje van het kind staat gespannen gestrekt, iets naar boven, terwijl de andere tenen van het linkervoetje ontspannen naar beneden wijzen. Maar het is een pure vraag: wie zal jij voor mij blijken te zijn? – met de onontkoombare boodschap dat je daarmee over jezelf beslist. Het is de zakelijkheid van Matteüs 25: wat je aan de minste doet, beslist niet over het lot van de minste, maar over jouw lot. Hoe diep het precies gaat, weet ik niet. Maar ik weet dat door dit schilderij in mij de reactie gewekt wordt van Elisabeth op Maria: ‘Waaraan heb ik het te denken dat de moeder van mijn Heer naar mij toekomt’ (Lc. 1,43). Dat is wat wij tegen de vluchtelingen, de uitgeslotenen en de uitgestotenen moeten zeggen. Misschien dat ze je dan vergeven dat je ze wil helpen, zei Vincentius a Paulo al. Omdat zij in de hulp de waarde herkennen die zij in Gods ogen hebben en die zo ook voor henzelf weer present wordt – hetgeen dus de verantwoordelijkheid is van de hulpverlener: om die waarde te geven, om in deze zin ‘als God’ te zijn. *Erik *Borgman
**Hansa – Hans Versteeg – ‘Madonna del Mare Nostrum’ – ‘Onze Lieve Vrouw**
** van de Middellandse Zee’**