4e zondag van de Advent – jaar C

C-cyclus · Advent · 4e zondag van de Advent · paars

Homilie 4e zondag advent C 22-23/12/2012 diaken Christiaan Plaisier

Beste broeders en zusters,

Op deze laatste zondag voor Kerstmis worden we door Maria met spoed meegetrokken naar Elisabeth. Waarom heeft Maria zo’n haast? Het antwoord is eenvoudig. Maria is zó opgewonden en zó geestdriftig om haar nicht te ontmoeten, dat het niet vlug genoeg kan gaan. Want wie begrijpt Maria beter dan Elisabeth? Beide vrouwen zijn immers “onverwacht” zwanger door Gods tussenkomst. En zoiets vertel je niet aan iedereen! Ook hun beide mannen, Zacharias en Jozef, hadden hun grote twijfels, vooraleer ze hun volle vertrouwen konden geven.

Maria en Elisabeth begroeten elkaar met zegeningen en jubelzang. Ze zien in het gelaat van de ander de heerlijkheid van God. Hun ontmoeting gaat gepaard met een aantal uitzonderlijke gebeurtenissen: Een ongeboren kind springt op in de moederschoot. Een stille vreugde welt op in twee harten. De Heilige Geest vervult de zwangere vrouwen. Dit alles leidt tot twee vreugdekreten: de zaligprijzing door Elisabeth, die we in het evangelie hoorden, en het gekende Magnificat van Maria: “ Met heel mijn hart roem ik de Heer, met heel mijn adem juich ik om God mijn redder; want Hij heeft omgezien naar zijn dienares in haar geringheid.“ Beide vrouwen zijn vol van God en ze begroeten elkaar vanuit het goddelijk geschenk, dat ze ontvangen hebben.

Maria en Elisabeth zien verlangend uit, wachten en verwachten. Ze hebben weet van wat komen gaat: van de pijn die hopelijk vruchtbaar wordt, van geboortepijn die toekomst brengt. Heel hun zijn is gericht op hun kind. Ze beseffen dat de baby, die in hen groeit, van groot belang zal zijn voor Gods plannen.

Beste mensen, over een paar dagen luisteren we naar het vervolg op dit verhaal: Kerstmis, de geboorte van Jezus, het Kind van Bethlehem. Een engel zal de herders opdragen op zoek te gaan naar dat kind, naar wie zo verlangend werd uitgekeken. Maar niet alleen de herders krijgen deze opdracht. Ook wij worden opgeroepen op zoek te gaan naar het kind, naar het kind in onszelf. God zal met Kerstmis als een kind op de wereld komen. Later zal Jezus tegen ons zeggen dat we moeten worden als een kind om het Rijk der Hemelen binnen te gaan.

Kinderen kunnen zich verwonderen. Ze staan open voor iets nieuws. Ze willen leren en het leven ontdekken. Kinderen kunnen helemaal opgaan in hun spel. Ze leven in het hier en het nu, zonder zich te storen aan verwachtingen of dwang. Ze gaan open naar mensen toe, zonder bijbedoelingen of vooroordelen. Ze vertrouwen op hun gevoel.

Zo zou je kunnen stellen dat een kind het symbool is van het onvervalste, oorspronkelijke beeld, dat God van ons heeft. Hoe meer we gelijken op een kind, hoe groter God ons kan maken. Wie het kind in zichzelf vindt, zal zichzelf niet verliezen. Wie het kind vindt, gaat de weg van de vrede. Dat kind weerspiegelt de mens, die openstaat voor het wonder van God. En zo heeft God ons bedoeld: als mensen met het verlangen van een kind, goed van vertrouwen en dat met een open hart de wereld aankijkt. En het is in dat open hart dat God wil geboren worden. Volgens Meester Eckehart wil God daar geboren worden, waar het lawaai van de wereld niet doordringt, in het stilste en zuiverste plekje van onze ziel. En wanneer God in ons geboren wordt, komen we in aanraking met dat onvervalste beeld van God, met het kind in ons.

Beste mensen, advent is wachten, verwachten en hopen op ontmoetingen met zegeningen en jubelzang. Maria en Elisabeth kijken beiden verlangend uit naar het kind, dat ze op de wereld zullen zetten. Ze kunnen hun geluk niet op en hun hart stroomt vol met vreugde. Mogen ook wij zó opgewonden en zó geestdriftig zijn dat het goddelijk kind opspringt in ons hart. Amen.

Zoeken in Preken Online