Homilie op de 3e zondag van de advent 2012 (jaar C):
“Wat moet ik nu doen?” Lc. 3, 10-18)
Tielt , 16 december 2012
Vorige week hebben we in het evangelie geluisterd naar een ouderwetse donderpreek waarin Johannes de Doper tot zijn toehoorders zei dat ze zich moesten bekeren. Blijkbaar moeten zijn woorden toch een diepe indruk nagelaten hebben bij zijn luisteraars. Want na die fameuze bolwassing kwamen ze bij hem met de vraag: “Wat moeten wij doen?” Ik ben daar een beetje jaloers van. Want, eerlijk gezegd, ik heb het nog nooit meegemaakt dat de mensen na de mis of na de preek dat kwamen vragen. De andere predikanten, naar het schijnt, ook niet! Meestal komen de mensen naar de kerk met de verwachting dat de preek kort zal zijn en dat de mis niet lang zal duren. Maar na de preek komen vragen “Wat moet ik nu doen?”, neen, dat maken we niet mee.
Het kan best zijn dat wij niet zo goed preken als Johannes de Doper. Dat zal wel! Johannes was een profeet en dat zijn wij niet. Misschien ligt het ook aan de toehoorders: gebrek aan ontvankelijkheid voor Gods woord en aan bereidheid om zich te bekeren. Preek maar, zo zegt de volksmond, preek maar als er geen geloof is! Of is het omdat wat Johannes vroeg zo mild was? Luister maar: Wie dubbele kleding heeft moet delen met wie niets heeft en wie voedsel heeft moet hetzelfde doen. Als je rekeningen opmaakt, vraag dan niet meer dan wat je toekomt. En wees tevreden met je loon, je wedde of pensioen. Dat alles lijkt nogal redelijk. Daarom misschien vonden Johannes’ toehoorders dat het een goede preek was.
Toch vrees ik, als ik de woorden van Johannes vandaag zou herhalen, dat je zou zeggen: “Die preek was niks!” Ik kan die woorden ook moeilijk herhalen. Wie dubbele kleding heeft…, De meeste mensen hebben een volle kleerkast. Een man zei me ooit: “Mijn vrouw zegt en klaagt elke week dat ze niet weet wat aan te trekken. Haar kleerkast hangt nochtans vol.” Kun je nu zeggen: Wie voedsel heeft, moet delen, … kijk maar naar de etensresten in de vuilnisemmer. Rechtvaardig zijn…, als de kranten vol staan met corruptieschandalen in het zakenleven, in de politiek, zelfs in de sport! En wie wil er iets afstaan van zijn loon of zijn pensioen of wat meer uren werken en wat later met pensioen gaan? Dat ze het halen, zegt men, bij wie profiteert van zijn politieke macht, van de wedde en bonussen die verbonden zijn aan zijn of haar hoge functie of bij wie in één generatie een miljardenfortuin opgebouwd heeft. En tevreden zijn met wat je hebt…, als er haast elke week stakingen zijn van werknemers, als de werkgevers klagen en de meeste mensen zagen! En dat praten over die 12 % mensen in ons land die onder de armoedegrens leven of moeten rondkomen met een zeer bescheiden maandinkomen… Daar luistert men liever niet naar. Het is wellicht hun schuld, denkt men, en wie nog tussen de mazen valt, kan terecht bij het O.C.M.W.
Maar is dat ook zo? Ben je zelf schuldig omdat je in een gezin opgegroeid bent waar ouders geen besef hadden van financieel beheer of dat je moet werken en sparen? Je hebt toch niet gekozen voor dat nest! Of liegt die alleenstaande vrouw, die vertelt dat ze geen spaarcenten heeft en ook geen eigen huisje en toch elke maand moet rondkomen met het karig onderhoudsgeld dat ze krijgt van de man die haar in de steek gelaten heeft of met een weduwenpensioentje of een bestaansminimum van ongeveer 1000 euro per maand. Probeer het maar eens! En die man die met zijn bescheiden loon zijn gezin met drie kinderen moet onderhouden en voor zijn langdurig zieke vrouw dure medicamenten moet kopen die door de mutualiteit niet of slechts ten dele terugbetaald worden. Denk je dat er maar één zo een gezin is in onze streek? En denk je dat er slechts één zelfstandige is in onze streek die sterk lijdt onder de huidige economische crisis of die tegenslagen heeft in zijn zaak en die met een negatieve balans het jaar zal afsluiten en vreest voor een nakend faillissement? Die armen komen meestal niet bedelen aan je deur. Ze durven het niet zeggen of tonen. Ze zijn zelfs te fier om bij het O.C.M.W. aan te kloppen. Je moet ze dus zoeken. Meestal niet ver! Wellicht in je eigen buurt of zelfs in je dichte familie.
Voor die armen uit onze 4e wereld wordt tijdens dit weekend van Welzijnszorg onze aandacht gevraagd. Terecht! Ook de collecte is vandaag voor hen. Wees mild! De woorden van Johannes de Doper in het evangelie van vandaag blijven actueel. Je hoeft je niet moe te maken met de vraag: Wat moeten de anderen doen? Zeg niet te gauw: die preek is weer niet voor mij bedoeld! Maar stel aan jezelf de vraag, die Johannes’ toehoorders stelden, namelijk: “Wat moet ik doen?”
Misschien is het geen leuke vraag! Dus ook geen leuke preek!
G. Buyse, pastoor-deken em. Tielt