Verlangen naar de Heer (2003)

C-cyclus · Advent · 3e zondag van de Advent · roze

De grondtoon van de derde zondag van de Advent is die van vreugde. Het opschrift, de oude introïtus, intredezang van deze zondag luidt: “Verheug u in de Heer altijd, uw vriendelijkheid moet bij alle mensen bekend zijn: de Heer is nabij. Wees in niets bezorgd, maar laat al uw wensen bij God bekend worden”. We mogen al een beetje vooruitgrijpen naar kerstmis, de geboorte, de komst van Jesus Messias, de Heer is nabij.
(En wij, in de Lucas, heel bijzonder: met de families Uiterloo en Goodett verheugen wij ons over Raidel, die op de eerste verjaardag van zijn geboorte gedoopt zal worden. Zijn doop brengt ons terug bij de harde realitiet van de woestijn).

Maar bij alle vreugde van deze zondag ‘Gaudete’ mogen wij de harde realiteit van de woestijn niet vergeten.
Daar staat Johannes de Doper nog steeds. En hij spaart zijn volwassen dopelingen niet. De liturgie van de kerk houdt geen rekening met de zoete sfeer van kerstmis die al overal om ons heen is. In de kerk begint het kerstfeest geen uur eerder dan in de avond van 24 december. Tot die tijd moeten wij het doen met de aankondiging van de geboorte en nu nog met de niet malse donderpreek van Johannes.

Anders dan onze moderne cultuur die niet kan wachten, die onmiddellijke vervulling en bevrediging wil, die vooral bevestiging zoekt van het eigen gevoel, worden wij in kerk en liturgie geoefend in verlangen.
O, laat de kerk dat toch in vredesnaam koesteren: die leerschool van verlangen. Het verlangen grijpt niet, maar weet te wachten. Het gevoel wordt in stand gehouden door spektakel en romantiek. Het verlangen wordt gevoed door de stilte, het gebed, de aandacht.
Laat de kerk zich toch niet op sleeptouw laten nemen van een cultuur die geen geduld meer heeft; die - om het eens overdreven te zeggen - half december de kerststal en de kerstboom al in de kerk wil zetten.
Wij wachten sober en vol vreugde af, wij verlangen naar de komst van de Heer.

Sefanja zegt: “Jubel, dochter van Sion! Juich, Israël. De Heer is binnen uw muren”. Wij kunnen zijn dag, zijn gerechtigheid, zijn vrede niet afdwingen. Ons geduldig, vastberaden, actief verlangen is onze kracht.

Wat kunnen wij, wachtend en verlangend, doen? Het blijkt geen gelaten wachten en verlangen te zijn, met de handen in de schoot neergezeten.

Johannes houdt de gelovige goegemeente die massaal op zijn optreden afkomt, een krachtige prediking voor, die vooral uiterst praktisch is. “Breng vruchten voort waaruit bekering blijkt…Wie twee stel kleren heeft, moet delen met iemand die niets heeft, en wie te eten heeft moet hetzelfde doen”.

U hoorde het: godsdienstigheid heeft voor Johannes zeker niet op de eerste plaats te maken met gevoel.

Dat wordt ons tot vervelends toe voorgehouden de laatste tijd: ‘het gevoel blijft’. Sommige katholieke groepen zijn zo verlegen met de inhoud, met de praktijk van het geloof dat zij heel ons katholieke erfgoed reduceren tot een vaag soort gevoeligheid.
Als dát het is, nu dan kom je niet vaak meer in de kerk. Als het van uw en mijn gevoel moet afhangen dan blijft er van geloof niet veel over. Dan ga ik de kerk alleen nog binnen als ik een hooggestemd, warm gevoel heb van binnen en als ik behoefte heb om daarin bevestigd te worden. ‘Wat denken jullie wel’, zegt hij tegen de gelovigen die massaal naar hem kwamen kijken en misschien ook nog luisteren in de woestijn. ‘Wat denken jullie wel?’
Jullie denken: wij zitten best, wij staan er goed op in Gods ogen. Wij horen bij het volk van zijn verbond. “Wij hebben Abraham als vader”. Wij zijn gedoopt, wat kan ons gebeuren?

Maar dan zegt Johannes de Doper, die alles weet van de doop: “Ik doop u met water. Maar er komt iemand die krachtiger is dan ik; ik ben te min om de riem van zijn sandalen los te maken. Hij zal u dopen in heilige geest en vuur”.

De doop met water, het is een prachtig en verheven en ontroerend begin. Goddank zijn alle christenen, over hoevele kerken zij ook verdeeld zijn, zover dat zij elkaars doop hoogachten en erkennen. Maar het sacrament van het doopsel is niet minder en niet meer dan een begin. Johannes houdt ons voor: daarna moet de echte doop nog volgen, de doop in heilige Geest en vuur.

De doop van Johannes (en de doop die wij vandaag mogen vieren) houdt ons een spiegel voor. Als het water stroomt vragen wij ons af of het vuur er ook is. Wij overwegen en wij vragen dat wij in deze dagen van de Advent weer vurig gaan geloven en ons open stellen voor de heilige Geest.

Nee, wij hoeven ons geen zorgen te maken over de vraag of het gevoel blijft. Dat is er soms in alle hevigheid en heel vaak niet.
Wij mogen ons verlangen weer versterken in deze weken en bidden dat het vuur weer oplaait en blijft.

Amen.

Zoeken in Preken Online