Rond de jaarwisseling worden we overvloedig getrakteerd op nabeschouwingen en toekomstvisies. Er is natuurlijk een heleboel positief te melden: het idee van een wereldgemeenschap is groeiende, de gelijkberechtiging van de vrouw is weer wat vooruitgeschoven, er zijn nieuwe medicijnen, producten en productiemethodes ontwikkeld.. Er is vooruitgang in allerlei sectoren. Toch zullen deze positieve feiten worden afgedaan als druppels op de gloeiende plaat die onze wereld is. We krijgen vast weer een overzicht van oorlogen en overstromingen, van bedrog en machtsmisbruik en als vervolg op een heel jaar informatie over onheil zal ons worden voorgehouden dat we langzaam maar zeker naar de bliksem gaan. En als gewone mens sta je dan tussen dit alles met de handen omhoog en de vraag: Wat kan ik daar nou aan doen? Misschien zit er hier toevallig iemand die een nieuw product of zoiets heeft bedacht, maar noem dan nog eens wat positiefs dat zoden een de dijk zet. We zijn wel niet allemaal zo braaf, maar wie van de aanwezigen kunnen we aansprakelijk stellen voor het dunner worden van de ozonlaag, de opwarming van de oceanen, het verpeste milieu en dat soort zaken? Inderdaad, we doen er allemaal aan mee, maar dat zijn positief of negatief druppels op een gloeiende plaat. Blijft de vraag: Wat kunnen we doen?
Als we lezen van Johannes de Doper die aan de mensen duidelijk maakt dat het anders moet, dat ze zich dus moeten bekeren dan wordt ook hem gevraagd: Wat kunnen wij doen? Het zijn niet eens van die braven die dat vragen. Het zijn onder andere belastinginners en soldaten. Zijn voorstel is eenvoudig: pers je medemensen niet uit tot de laatste cent, maak geen misbruik van je machtspositie en wees tevreden met wat redelijk is. Hij vraagt niet eens aan die belastingmensen of ze hun baantje eraan willen geven of aan de soldaten om hun wapen neer te leggen en vredesduiven te gaan fokken. Hij vraagt niet meer dan: Begin maar eens met respect voor je medemensen. Hij zou ook ons niet vragen om voortaan de auto te laten staan en door wandelschoenen te vervangen, om de verwarming op nul te zetten en terug in plaggenhutten te kruipen en meer van dat soort drastische acties. Als wij ons willen bekeren zou hij vragen om die ruzie met de buren over die schutting bij te leggen, niet allerlei rommel in de open haard te stoken en de kliko niet te laten staan. Gewone dingen. Is dat alles? Ja, druppels op een gloeiende plaat, maar toch: gedoopt met water, het doopsel van Johannes, van bekering.
Het is daar indertijd niet bij gebleven, want er werden mensen gedoopt met geest en met vuur, zoals aangekondigd. Dan gebeurt er meer: Door mensen die op de barricade springen en hun leven wagen door misdadige machthebbers tegen te spreken, door mensen die Gods liefde laten zien in verlaten oorden en hongerigen te eten geven, onderwijs aan onwetenden, medische zorg aan zieken, die een gifschip terug sturen naar de producent. Missionarissen hier en elders, met die titel of geen titel vroeger en ook vandaag. Wat zij doen gaat een heel stuk uit boven wat wij presteren, want dat zijn geen druppels op een gloeiende plaat, maar vonken in een hooiberg, waardoor het aanzicht van onze aarde toch langzaam wordt vernieuwd.
En wat kunnen wij doen? Die heel gewone dingen binnen ons bereik en bovendien die voortrekkers waardering geven, belangstelling en steun, want echte vooruitgang begint bij ons dagelijkse respect voor medemensen, ons lange afstandswerk, maar krijgt versnelling door de sprint van onze voortrekkers, die gedoopt zijn met geest en met vuur.
Theoretisch zijn ook wij gedoopt met geest en vuur en daarom kan hier en daar wel eens de vlam in de pan slaan. Niet te gauw blussen want vanuit het kleine door ons hier en nu kunnen mensen overgaan tot het uitdragen van Jezus’ geest en vuur, die vonken worden in een hooiberg. Dat is wat we kunnen doen.
Vonk in hooiberg (2006)
C-cyclus · Advent · 3e zondag van de Advent · roze