Hoe je het ook wendt of keert, er is sprake van bergen en dalen, van kronkelpaden en ruwe wegen. En dat kunnen we dan misschien ook maar best toegeven aan elkaar. De wereld is niet volmaakt.
Ik bedoel: we kunnen wel met ons hoofd in de wolken leven, alsof alles nu al volmaakt moet zijn. Soms heb ik het gevoel dat het helpt als je zegt: zullen we maar eerlijk zijn en hardop zeggen dat we er nog lang niet zijn! Ik schiet zelf te kort. Ik stel mensen teleur. Ik doe ze soms pijn door wat ik zeg of omdat ik ze voorbij loop. Ik zie mensen om me heen die wegzakken in diepe dalen van eenzaamheid. Ik zie relaties die (misschien zelfs onherstelbaar) verstoord zijn. Gebrokenheid, ruwe, oneffen wegen. Ik zie hoe onaf onze wereld op veel plekken nog is, bergen van conflicten die het zich op vrede ontnemen. De onmacht van de internationale politiek. Onrecht, uitbuiting van arme mensen in de ontwikkelingslanden. Ik zie kronkelwegen, ook in onze steden. Mensen aan de zelfkant, slechte behuizing, achterstandswijken, Brussel, Gent, Luik, Charleroi.
Hoe je het ook wendt of je keert: er zijn bergen en dalen. Misschien dat je dat eerst gezien moet hebben, met eigen ogen, op het journaal, in de stad, in je contacten met anderen. Op het gevaar af dat je daarin blijft steken. Dat is ook wat vaak gebeurt: samen zorgelijk bij elkaar kruipen en tegen onze bergen opkijken. Wegzinken in de putten vol pessimisme.
Advent is: wel de bergen zien, de dalen peilen, de ruwe kronkelwegen niet ontkennen. Misschien moet je het eerst allemaal goed gezien hebben om te weten hoe je verder moet. Zeggen dat het leven niet volmaakt is. Pas als je toegeeft dat je eenzaam bent, ben je rijp voor een relatie. Pas als je onder ogen ziet hoe rijk je bent, weet je dat je kunt delen. Als je weet wat je mist, weet je waar je het zoeken moet.
Advent is in het beste geval de terugkeer van de hoop. Dat de oneffenheden in ons leven niet het laatste woord hebben. God wil ons omgeven met zijn barmhartigheid én met zijn gerechtigheid. We zijn er nog niet, maar we zijn tenminste onderweg. Ik vind dat heel geruststellend: we hoeven vandaag de volmaaktheid nog niet te bereiken. Maar laten we tenminste op pad gaan en wat probleemwegen wegnemen, waar ze op ons pad komen.
Welzijnszorg en solidariteit die Kerstmis een stukje dichterbij brengen. Je ziet het soms al gebeuren. De buurvrouw moet een paar maanden naar een verpleeghuis, dus we houden haar huis en haar thuis wat bij. Zwervers in onze grote steden vinden een warm onthaal bij de Poverello. Ze zijn twintig keer naar Leuven geweest voor bestraling. En iemand vond dat je de zieke niet alleen kon laten gaan en daarom heeft ze twintig keer gereden. Die mevrouw in onze straat is bijstandsmoeder. Onze dochter past op haar kinderen, zodat zij ’s avonds kan geen werken en niet langer afhankelijk is van alleen een uitkering.
God komt zelf met zijn barmhartigheid en gerechtigheid. En wij mogen zijn pad effenen. Dan kun je God ontmoeten. Dan komt er ooit een einde aan het onvolmaakte (of zoals Baruch zegt: dan zijn we weer volk in ons eigen land). Advent is de terugkeer van de hoop. Misschien moeten we eerst de bergen van onze bezwaren en de valkuilen van onze verontschuldigingen slechten, met kleine stapjes. We zijn er nog niet. Maar we zijn onderweg, voorlopers van Christus, voorlopig.