De profeten in de Schrift spreken in naam van God, zonodig - en vaak is dat zo - dwars tegen de heersende meningen in. Dat kan naar verschillende kanten uitpakken. Is de algemene overtuiging dat het goed gaat met het land, dan schudden de profeten het volk wakker en zijn ze ook niet bang voor de leiders van het volk, de koningen der aarde. Dan roepen zij tegen de zelfgenoegzamen: “Het gaat helemaal niet goed. Kijk maar eens naar de armen, die worden steeds armer, en de rijken worden steeds rijker.”
Anderzijds, in een tijd van oorlog, van overheersing, ontreddering, vernietiging en wanhoop zijn het juist de profeten die moed inspreken, troosten, hoop geven, een richting en uitweg wijzen.
Maar profeten gaan niet tegen de overheersende mening in om het er tegen in gaan, provoceren om te provoceren. Het tegendraads zijn is geen doel. Er is wel een andere constante lijn in hun oproepen, die vandaag door Baruch wordt verwoord: vrede door gerechtigheid, daar gaat het om. De bekommernis en de zorg voor de arme, de vreemdeling, de weduwe en wees vormen de toetssteen voor de kwaliteit van elke samenleving. Profeten sporen ons in naam van God aan op weg te gaan naar gerechtigheid en blijven ons voortdurend kritisch bevragen of we wel de goede weg, Gods weg gaan.
De geschiedenis leert dat het niet meevalt om profeet te zijn. Velen van hen zijn bespot, gemarteld, gedood, de eeuwen door. Maar luisteren naar profeten is ook niet gemakkelijk. Die stellen je onder kritiek, komen voortdurend met lastige gewetensvragen, waar wij vaak niet op zitten te wachten. De neiging is dan groot om ons van hen af te keren of tegen hen in te gaan. In plaats daarvan zouden we ook in de spiegel kunnen (of moeten) kijken, die zij ons voorhouden. Daardoor worden wij ons bewust van het onrecht in onze samenleving, in ons leven dat wij anderen aandoen, in stand helpen houden of waar we onverschillig ons hoofd van afwenden. Natuurlijk hoef je niet meteen overtuigd te zijn van het gelijk van elke profeet, want wie bepaalt er wie een profeet is, mag je ook met een profeet van mening verschillen en met ze in discussie gaan. Wat we onszelf op z&n minst wel kunnen aanleren is het kritische geluid niet afwijzen voor we het zorgvuldig hebben overwogen, niet alleen rationeel met ons verstand, maar ook voor het oog van God met ons geweten, in ons hart opdat - zoals Paulus bidt voor de Filippenzen - “onze liefde steeds rijker wordt aan inzicht en fijngevoeligheid, om te kunnen onderscheiden waar het op aankomt.” (Fil. 1, 9)
In de Schrift is duidelijk wie de profeten zijn, wie in naam van God spreken, hoewel daar ook de nodige discussie overheen is gegaan. Zo komt Baruch niet in alle bijbels voor ondanks zijn prachtige boodschap van vandaag waarin hij in zijn tijd, nadat een groot deel van het volk in ballingschap is weggevoerd, tegen het ontredderde desolate Jeruzalem zegt dat na de tijd van ellende en rouw, nu met Gods hulp zullen terugkeren wie te voet werden gesleept over bergen en heuvels heen. Die heuvels en bergen laat God nu helemaal gladstrijken om ze veilig terug te laten keren. De stad Jeruzalem, zelf gelegen op een berg, kan ze al zien aankomen als de inwoners naar het oosten kijken.
In zijn tijd neemt Johannes de Doper de woorden van die profeten, van Baruch en Jesaja op en past ze toe op zijn tijd, waarin de Romeinen overheersen, van geestelijke verslapping en vervlakking onder het volk en zijn leiders. Volgende week krijgen wij de kans ons inhoudelijk meer in zijn boodschap te verdiepen.
In deze tijd van Advent is het van belang om de oproep te verstaan om een weg te banen voor de komst van het Godskind en Gods koninkrijk. Maar wie zijn dan de profeten van onze tijd die ons de weg wijzen en ons de spiegel voorhouden van de struikelblokken die voor ons liggen op de weg van Gods gerechtigheid? Want ook in onze tijd is nog steeds sprake van onrecht, van mensen die worden weggevoerd zonder enige vorm van proces, monddood gemaakt, gemarteld en vermoord.
Persoonlijk beschouw ik Amnesty International als een van de profeten van onze tijd. Zij roepen om gerechtigheid, zijn lastig juist waar mensen niet willen luisteren, waar armen en ontrechten zelf hun stem niet (meer) kunnen verheffen, waar strijders voor mensenrechten worden gevangengezet en het zwijgen opgelegd. De enige kracht die Amnesty heeft is de kracht van de profeten, de kracht van het woord, van de publieke bekendheid. Zij roepen om gerechtigheid voor eigentijdse voorbeelden van de ballingen van Baruch: “Te voet gingen zij van u heen, weggesleept door de vijand”, en zij zetten zich in en vieren de overwinning als onschuldigen weer vrij komen, want “eervol brengt God hen terug, gedragen als op een koningstroon.” (Baruch 5, 6)
Bijbelse profeten roepen ons niet alleen op om zelf de weg te banen naar gerechtigheid, maar ook en vooral kondigen zij ons aan: God baant zich een weg naar ons. Als mens denk je dan: als God onderweg is naar ons en wij van onze kant op weg gaan naar God, dan kom je elkaar onderweg ergens tegen, maar bij God is het altijd weer anders dan bij ons mensen. We hoeven ons helemaal niet ongerust te maken.
Wij doen wat we kunnen en mogen er intussen op vertrouwen dat God zich zonodig de hele weg naar ons baant. Wij doen ons best en God doet de rest. Tenminste … als je maar wel op de goede weg zit, op dezelfde weg als God. God is voortdurend naar ons onderweg, maar als wij intussen een andere kant op gaan, een andere weg bewandelen, bewust afwijken van Gods weg, dan komen we elkaar misschien wel nooit tegen. Gods weg moeten wij tot de onze maken: onze weg moet Gods weg worden.
Op weg gaan naar gerechtigheid, ons onderweg steeds laten bevragen of wij wel de goede weg, Gods weg gaan, maar intussen wel blijven vertrouwen dat God ons voor honderd procent tegemoet komt.
Gods weg is die van barmhartigheid én gerechtigheid. Laat dit ook meer en meer onze weg zijn.
Gerechtigheid is de weg van de Heer (2006)
C-cyclus · Advent · 2e zondag van de Advent · paars