Het is vandaag mooi weer en we hebben net het sinterklaasfeest achter de rug. Toch is de advent een tijd van verloren lopen in de woestijn, van inkeer en verlangen, van de weg vinden naar het licht.. Johannes roept ons over 2000 jaar heen op tot inkeer . Het boek Baruch vertelt wat er gebeurt wanneer het volk tot inkeer komt: vrede door gerechtigheid en glorie door vroomheid. Wij en onze voorouders worden al duizenden jaren opgeroepen tot inkeer en elk jaar neemt de liturgie ons mee in het verhaal van Jezus. Het is kennelijk niet zo eenvoudig voor ons om zelf en samen de weg te vinden. We raken steeds op zijsporen.
We lazen het hoopgevende slot van het boek Baruch, maar iets daarvoor staat: “we worden bespot en vervloekt en moeten boeten vanwege het wangedrag van onze voorouders”. Wanneer we iets verder lezen bij Lucas , zegt Johannes : “Ja, de bijl ligt al aan de wortel van elke boom: iedere boom die geen goede vruchten draagt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen” . Forse taal , waarmee we wakker worden geschud.
Onze gedachten, woorden en daden blijven niet zonder gevolgen, dat geldt voor ons persoonlijk en voor ons voor zo ver we een groep zijn. Alle oorlogen en onderdrukking zijn niet uit de lucht komen vallen, ze zijn ooit ergens begonnen, heel klein in harten van mensen of in het kielzog van een andere oorlog. De wereld zit zo in elkaar dat wij mensen steeds weer meegezogen worden draaikolken van misverstanden, argwaan of geweld. Voor je het weet van kwaad tot erger. Maar ook onze goede woorden en daden blijven niet zonder gevolgen. Ook dat moeten we beseffen. “Daar zijn Uw kinderen weer samen”, zegt Baruch.
Het verhaal van Jezus gaat over bevrijding, over de menswording, ik durf het haast niet zo te zeggen, over de menswording van God. Om het met recente woorden van onze vroegere pastoor Andre Zegveld te zeggen: “over het zichtbaar maken van het geheim dat iedere mens en dat alle mensen gezamenlijk in zich verborgen omdragen, het geheim van al wat is, de geheime bron van waaruit alles als uit het niets geschapen wordt.” Of om het met de woorden van de 14 e eeuwse soefi Hafiz te zeggen: “Ik ben een gat in een fluit, waar de adem van Christus door beweegt”. Wij zijn misschien ver van God, maar God is dichtbij ons en op onze eeuwige momenten zien we een glimp van Hem, zulke momenten overkomen ons, soms zomaar.
Ik heb een paar jaar geleden in een ver land een paar dagen het huis gedeeld met wedergeboren christenen. Sommigen van hen vertellen graag hun verhaal over hun bekering. Een man van zeer protestantse huize vertelde mij zijn vroegere zonden, zonden die ik zelf nooit begaan heb. Die waren niet zonder gevolgen gebleven: zijn vrouw en dochter zeiden hem dat hij het verder maar moest bekijken en verlieten hem. In een diepste diepte brak er iets in hem en kon hij bidden. Niet dat hij al een echt bevrijd mens was geworden. Hij was bijvoorbeeld niet echt geïnteresseerd in mij, hij was nog steeds druk met zich zelf en zijn kleine groep van gelijkgestemden, maar hij was van zijn oude verslaving los en hij deed iets waar ik oprecht bewondering voor had. Hij wachtte al jaren op vergeving door zijn dochter en vrouw en hij werkte een dag in de week voor arme bejaarden zonder daarvoor betaald te willen worden. Ik denk dat hij op de goede weg was.
Ook gelukkige momenten kunnen ons de ogen openen en iets in ons wakker maken. Je krijgt vleugels, wanneer iemand werkelijk vriendelijk is. Ook wanneer je zelf vriendelijk bent, kan je dat overkomen. Daar laten we ons niet zo gemakkelijk over uit. Laat ik daarom iets vertellen over wat me meer dan 50 jaar geleden overkwam. Sinterklaas was op school geweest en we gingen allemaal met een zak snoep naar huis. Onderweg kwam ik een jongen uit een lagere klas tegen die aan het huilen was. Grote jongens hadden zijn zak snoep afgepakt. U raadt het al. Voor ik er erg in had, had ik hem mijn zak snoep gegeven. Niet zo bijzonder, maar toen ik verder liep overviel me plotseling een lichtheid die ik me nu nog kan herinneren.
De avonden zijn lang en buiten valt er weinig te doen. Op de televisie draait de wereld door, maar die kun je uitzetten. De advent is een goede tijd om te zien wie of wat ons zomaar gelukkig maakt. De advent is ook een goede tijd om een diepste diepte onder ogen zien, iets dwangmatigs waar we niet uit loskomen, een vooroordeel waarin we gevangen zitten of een onenigheid, die maar doorzeurt. We ontdekken dat door er op te letten, wanneer ons kleine ik opspeelt. Zodra we dat in de gaten krijgen, komen we eruit los en gaat er wat gebeuren. We komen dan bij “die geheime bron, waaruit alles als uit niets geschapen wordt”. Dan kan, om met Maria te spreken, het ongelofelijke gebeuren. Vanuit de draaikolken ontdekken we die diepste bron en de gelukkige momenten wijzen ons de weg. Elk jaar weet, zodat de woorden van Jesaja in vervulling gaan: “Heel de mensheid zal Gods redding zien”.