OPENINGSWOORD
Broeders en zusters, allemaal van harte welkom op deze tweede zondag van de advent.
In het evangelie van vandaag roept Johannes de Doper ons op om ons voor te bereiden op de komst van de Heer. Hij zegt, dat wij de paden recht moeten maken, d.w.z. dat wij recht op het goede doel moeten afgaan. En hèt doel van ons leven is de eer van God en het geluk van onze medemensen en als wij ons daarvoor inspannen zullen wij ook zelf geluk vinden, eindeloos geluk.
Misschien zitten wij met de angst, dat als wij wat meer tijd geven aan God en onze medemens, dat wij dan zelf tekortkomen. Nou, dan garandeer ik jullie, dat jullie niet alleen niet tekort komt, maar dat ons leven rijker en voller wordt dan ooit tevoren. Sommige dingen in het leven moet je gewoon eens uitproberen. Durf je leven eens helemaal aan de Heer Jezus te geven. Moet je zien wat je er voor terugkrijgt. Niet binnen vijf minuten. Eerst wil Hij zien of je het wel echt meent, of je het volhoudt. En dan … dan voel je zijn zegen neerdalen over al wat je in je leven doet: je gezin, je werk. Niet dat alles vlekkeloos verloopt, maar bij alles ervaar je Hem aan je zijde.\
OPENINGSGEBED
Laat ons bidden. God, Gij roept uw volk op de paden recht te maken en de weg te effenen voor uw komst. Wij vragen U: laat onze bekering vrucht dragen; maak ons waakzaam en vol ijver opdat uw Rijk zou komen. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … .Amen.\
PREEK
Broeders en zusters, de evangelist Lucas noemt een aantal belangrijke bestuurders op in Kerk en wereld. Keizer Tiberius in Rome, landvoogd Pontius Pilatus die later Jezus ter dood zou veroordelen, koning Herodes die gouverneur was van zeg maar de provincie Galilea, de hogepriesters Annas en Kajafas en nog een paar anderen.
Als je iets belangrijks ging vertellen was het in die tijd was het gewoonte om een aantal belangrijke mensen te noemen. Dan wist men dus in welke tijd het zich afspeelde - in dit geval ongeveer het jaar 30 - en men wist ook dat wàt je ging vertellen héél belangrijk was. Als Lucas de belangrijke namen heeft opgenoemd, zegt hij: “Toen kwam het woord van God over Johannes, zoon van Zacharias, die in de woestijn verbleef”.
De bedoeling was dat er door het Woord van God een wereldwijde verandering ging komen, niet alleen in het denken en in de manier van leven van de mensen, maar ook in het meest diepe van de mens zelf, in zijn ziel. Er moest een soort genezing komen waardoor mensen weer mensen van God konden worden en hun leven kon uitlopen op de eeuwigheid.
Had je voor zo’n enorme onderneming niet het beste een paar goed opgeleide zakenlieden kunnen inhuren? Een legertje managers, dat van aanpakken weet, mensen, die goede kontakten hebben, en ook nog een reclamebureau, dat een paar goede, pakkende teksten in elkaar kan zetten?
Nee, beste medegelovigen, niets van dat alles. God koos voor een eenvoudige man, Johannes de Doper, een kluizenaar in de woestijn, ver weg van het openbare leven. Hij deed z’n verhaal tegenover een paar mensen, die voorbij kwamen, maar omdat God met hem was en hij met God, ging er zo’n kracht van hem uit, dat al gauw de woestijn vol was met mensen, die naar hem kwamen luisteren, zich door hem lieten dopen, terwijl zij hun zonden beleden.
Als Lucas het evangelie in ònze tijd had geschreven, zou hij misschien als volgt zijn begonnen: In de tijd dat Poetin president was in Rusland en Bush in Amerika, toen Beatrix koningin in Nederland was en Balkenende premier, een Duitse Paus, Benedictus XVI, de Kerk bestuurde, toen kwam het woord van God tot … waarschijnlijk ook niet de machtigen der aarde, maar tot eenvoudige mensen als wij. Tot mensen, die God willen eren door naar zíjn Kerk te komen, hun medemensen met eenvoudige hand- en spandiensten willen bijstaan, zo maar … omdat wij van mensen houden. Het komt recht uit ons hart, zonder verdere bijbedoelingen.
Wij zitten volop in de adventstijd. Advent betekent ‘komst’. Of moeten wij zeggen, dat God in de adventstijd zit. Want Hij is Degene, die gaat komen. Zijn advent, zijn komst, is een geschenk aan ons. Hij komt nog niet op de manier zoals sommige mensen dat misschien wensen, met zichtbare heerlijkheid en macht, maar Hij komt in mensen, die arm en eenvoudig zijn, die net als Johannes een roepende in de woestijn van deze wereld willen zijn. Hij komt in mensen, die niet op zichzelf vertrouwen, maar op God. Zij voelen zich klein en machteloos, maar God is in de Kerk aanwezig en in de mensen van de Kerk, in ons. Hij vraagt ons eerst onze eigen kromme wegen recht te trekken, d.w.z. dat wij recht zetten wat wij zelf niet zo goed hebben gedaan. Wij hebben soms ook bergen van trots, bergen van zelfzucht. Of wij die ook omlaag willen halen. Dan zal Hij onze dalen vullen wanneer wij eens in de put zitten.
Als ook wij als eenvoudige mensen door het leven gaan, zal God ook met ons zijn. Dan zal er ook van ons een goddelijke kracht uitgaan, net als bij Johannes de Doper, en dat hoeven wijzelf niet altijd even duidelijk te merken, maar het gebeurt wel. Anderen merken het. God is niet eventjes naar onze wereld gekomen. De koningin of de paus, ja, die kunnen niet anders dan eventjes ergens op bezoek zijn, maar in zijn Kerk en in ons is God blijvend in deze wereld aanwezig.
Daarom, als andere mensen onze eenvoud en ons vertrouwen zien, als zij merken dat wij ons in moeilijke omstandigheden geen zorgen maken, omdat wij weten dat God van ons houdt en voor ons zorgt, zullen zij zich geroepen weten om ook hun vertrouwen op God te stellen, om ook te leven als nieuwe mensen.
God vraagt iets heel groots van ons: het afstand nemen van onze eigen ideeën en het aannemen van een nieuwe levenshouding naar zíjn inzichten. Maar uit het feit dàt Hij het vraagt, blijkt dat Hij veel vertrouwen in ons heeft. Wij kunnen het volbrengen, met Hem, met elkaar.
Een missionaris keek naar een woestijnbewoner, telkens weer legde hij zich languit op de grond en drukte zijn oor in het woestijnzand. Verwonderd vroeg hem de missionaris: “Waarom doe je dat?” De man richtte zich op en zei: “Vriend, ik hoor, hoe de woestijn schreit, zij zou graag een tuin worden.” Zo huilt - als wij maar goed willen luisteren - ons eigen hart om de komst van de wereldredder. Wij komen zo vaak met onze vragen bij God. Maar Hij heeft ook vragen aan ons. Laten wij doen wat Hij van ons verwacht. Dan zal de laatste zin van het evangelie van vandaag werkelijkheid worden, namelijk: “Heel de mensheid zal Gods redding zien”.