De evangelist van Gods advent (2009)

C-cyclus · Advent · 1e zondag van de Advent · paars

* Met deze eerste adventszondag beginnen we het Lucasjaar. In de loop van dit nieuwe kerkelijk jaar zullen we op bijna alle zondagen de evangelist Lucas aan het woord krijgen. Hij schreef het langste evangelie. Zijn teksten komen het meest voor in de liturgie. Hij biedt ons in zijn dubbel werk - ‘Het derde evangelie’ en ‘Handelingen van apostelen’ - het meest ruime en diepe gelovig toekomstperspectief. Meer nog dan de andere evangelisten ziet hij in de gebeurtenissen het gestage komen van Gods redding. Het Rijk Gods is op komst ! Advent is uitzien naar het heil.

1. Het voorgelezen evangelie gaat over de terugkomst van de Mensenzoon.

Het sluit nauw aan bij de Marcustekst van twee weken terug. Doch dit is enkel een fragment in de lange heilsgeschiedenis doorheen Oud en Nieuw Verbond van dit komen van God naar zijn volk.

\

  • Bij Lucas is het woord “komen” en “bezoeken” heel frequent. Lucas vertelt ons de ‘komst’ van de engel bij Maria die de ‘komst’ van de Messias aankondigt (Lc 1,28). Hij vertelt ons hoe Maria in het ‘bezoek’ bij haar nicht Elisabeth Jezus laat ‘komen’ naar de nog ongeboren profeet Johannes de Doper (Lc 1,40). En die gaat Jezus’ ‘komst’ aankondigen voor heel het volk. Zijn vader Zacharias zingt het uit: “Gezegend zij de God van Israël, die zijn volk heeft ‘bezocht’… als het ‘bezoek’ van de opgaande zon aan de hemel” (Lc 1,68.78). Bij de opwekking van de jongeman uit Naïn herhaalde het volk; “Een groot profeet is onder ons opgestaan: God heeft zijn volk ‘bezocht’…” (Lc 7,16). En in het boek Handelingen haalde Stefanus tot de hogepriester uit over de profeten die ooit gedood werden precies omdat ze de ‘komst’ van de Rechtvaardige hadden voorspeld (Hand 7,52).

\

  • Ook het woord “terugkeren” is frequent. De Heer komt, gaat heen en komt terug. Zijn terugkeer omvat een belofte en een waarschuwing: “Wanneer zijn dag ‘komt’ zal de Mensenzoon zijn als de opflitsende bliksem die schittert van het ene einde van de hemel tot het andere” (Lc 17,24). “Als iemand zich dan schaamt over Mij en mijn woorden, zal de Mensenzoon Zich over hem schamen, wanneer Hij ‘komt’ in zijn heerlijkheid” (9,26). “Maar zal de Mensenzoon bij zijn ‘komst’ het geloof op aarde vinden ?” (18,8). Juist over die wederkomst loopt de tekst van deze zondag (21,7,25-27).

\

  • In de verlenging van het evangelie volgens Lucas volgt op de komst en op de belofte van de wederkomst van Jezus, de komst van Gods Geest over de jonge Kerk. Zoals Maria vervuld werd van de heilige Geest, werd de Jonge Kerk op het Pinksterfeest van de Geest vervuld. En zo bij herhaling heel het boek Handelingen door. Het komen van Gods Geest werd een vast gegeven in de twintig eeuwen kerkgeschiedenis. Vandaar de grote dynamiek in het geheel van het dubbele werk van Lucas. Dit komen is eigen aan God omdat Hij in wezen liefde is. God is steeds in beweging. Voortdurend is Hij op tocht, op bezoek. Mateloos treedt God uit zichzelf om zich mee te delen. God is als per definitie de grote komende: “Hij die is en die was en die komt” (Openb 1,4).

2. Wezenlijk is die gestage oproep tot waakzaamheid.

  • Tegenover dit “komen” en “terugkomen” staan voor ons de woorden “verlangen”, “verwachten”, “waken”, “ontvangen” en “verwelkomen” als opgave. Die adventswoorden vloeien vlot uit de mond van onze adventsevangelist. Elisabeth verwachtte en verwelkomde Maria die in verwachting was van Jezus nog ongeboren (Lc 1,41-45). Verwachten is meer dan afwachten. Het is zich geëngageerd klaar maken voor… Verwachten en verlangen gaan hand in hand. De weduwe Anna sprak in de tempel over het kind Jezus tot allen die ‘uitzagen’ naar de verlossing (Lc 2, 38). Later moesten de mensen Jezus’ woord zelf verwelkomen zoals open geharkte grond het zaad ontvangt (8,12-15). In het kleine kind ‘ontvingen’ ze Jezus (9,48). De stedelingen moesten de gezanten van Jezus’ woord ‘ontvangen’ (10,8). Maria en ook Martha van Bethanië ‘verwelkomden’ Jezus (10,38-39). De tollenaar Zacheüs ‘verwachtte’ en ‘verwelkomde’ de Heer vol blijdschap (19,6).

\

  • Maar Jezus sprak meteen over zijn komst in de latere geschiedenis: “Gedraagt u als mensen die ‘wachten’ op de terugkomst van hun Heer om als hij aankomt en klopt Hem aanstonds open te doen. Gelukkig de dienaars die de Heer bij zijn thuiskomst ‘wakend’ zal vinden” (Lc 12, 37). En inderdaad tot de lauwe kerk van Laodicea zegt Hij: “Ik sta aan de deur en klop Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden…” (Openb. 3,20). Hij staat reeds op de stoep, aan de deur van ons hart: voor de enen als een ongewenste bezoeker, voor anderen als de uitgenodigde gast. Dit ‘wakend verwachten’ van Gods komst en het ‘onthalen’ van Gods Geest in de jonge Kerk doorklinkt heel het tweede boek van Lucas. Ook de brieven van Paulus, van wie Lucas de vertrouwde medewerker was, stralen van die verwachting.

* De ontvangende houding is de Mariale houding van de Kerk. Maria is beeld van de Kerk. Maria is de adventsfiguur bij uitstek. Zij heeft het Woord verwacht dat in haar schoot is mens geworden. Met de apostelen verbeidde zij de Geest. Zij begeleidt de Kerk naar de eindtijd. Met haar gelooft de christen in de belofte en mag hij de toekomst inkijken mateloos ver. Een christen leeft twaalf maanden lang in de advent: heel het kerkelijk jaar is één herhaald uitzien is naar die grote komst.

Zoeken in Preken Online